De Standaard publiceerde op zijn website de inspectieverslagen van de Vlaamse ziekenhuizen. De verslagen zijn openbaar en kunnen door iedereen op elk moment opgevraagd en geraadpleegd worden. Maar wat is zo'n verslag eigenlijk, en wat kunt u er wel en niet in terugvinden?
Het agentschap Zorginspectie licht de Vlaamse ziekenhuizen eens om de vijf jaar door. De auditverslagen die op de website van De Standaard staan, kwamen tussen 2007 en 2012 tot stand.
De auditverslagen dienen om bij te dragen tot een verbeterde zorg voor de patiënten. Daarom ligt de focus vooral op de eventuele knelpunten en minder op de normale, goede werking. Dat zorgt dus voor een onevenwichtig totaalbeeld. Ook belangrijk om weten is dat een auditverslag een momentopname is.
De auditverslagen laten vandaag evenmin een vergelijking toe tussen ziekenhuizen: er wordt geen globaal oordeel over de kwaliteit gegeven en het ziekenhuis krijgt dus ook geen eindscore.
Het auditverslag bevat 5 soorten vaststellingen:
• algemene vaststellingen,
• sterke punten (wat meer is dan het louter voldoen aan de normen),
• aanbevelingen (adviezen van de auditoren om de kwaliteit te verbeteren),
• non-conformiteiten en tekorten (aspecten waar het ziekenhuis onvoldoende scoort – bij non-conformiteiten gaat het daarbij over een niet beantwoorden aan de erkenningsnormen).
Bron: Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid)
Raadpleeg het ziekenhuisrapport
Op de website van het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk kunt u een goede praktijkenbank vinden met tal van inspirerende voorbeelden van organisaties die werken met vrijwilligers.
De categorieën van de goede praktijkenbank zijn niet onderverdeeld volgens sectoren. Net zoals in de bib zijn de praktijken onderverdeeld volgens belangrijke aspecten van vrijwilligersbeleid/-management zoals: visie op, selecteren en werven-, motiveren en waarderen-, ondersteunen van vrijwilligers. Ook actualiteit en verschillende doelgroepen komen aan bod.
U kunt tevens uw verhaal, goede praktijk of gouden tip, ludieke activiteit, zelfontworpen instrument.... die het verschil maakt en bijdraagt tot het vlotte vrijwilligersbeleid in uw organisatie opsturen.
Raadpleeg de goede praktijkenbank
Als zorgvragers in de palliatieve fase komen, worden we vaak wat onwennig. Wat maken zij nu door? Hoe voelen ze zich? Wat kan ik nog zeggen? Hoe ga ik met hun emoties om? Mag ik nog iets leuk vertellen?
Op deze dag krijgt u inzicht in wat er bij de palliatieve zorgvrager en zijn familie leeft en hoe u in gesprek kunt gaan met hen.
Inhoud
Beleving van de palliatieve zorgvrager:
- angst voor de behandelingen,
- angst om te lijden,
- angst om te sterven.
Praten met en luisteren naar de zorgvrager en zijn familie:
- een gesprek op gang brengen en onderhouden.
- goed luisteren en observeren en rapporteren.
- de verschillende emoties die gepaard gaan met verdriet en verlies herkennen en erover praten
Doelgroep
Zorgkundigen, paramedici, verpleegkundigen, maatschappelijk werkers,...
Prijs
80,00 EUR
inclusief koffie, maaltijd en documentatie.
Plaats en datum
4 juni 2012
van 9.00 tot 16.30 uur
HBOV Sint Jan - Sint Jozef
Koning Albert I Laan 6
8200 Brugge
Inschrijven
via e-mail:
This e-mail address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it
‘À genoux derrière ses paupières’ is de titel van een boek (uitgegeven bij Éditions Azimuts), waarin Jonathan Baeveghems inzichten aanreikt over de vreemde ziekte narcolepsie. Met zijn bijna 23 jaar is de auteur een sportieve verschijning, die blaakt van gezondheid. Toch moet hij elke dag vechten om tegemoet te komen aan zijn verplichtingen. Hij mag niet met de auto rijden (wie lijdt aan narcolepsie moet eerst kunnen aantonen dat hij reeds twee jaar met succes behandeld wordt), maar toch krijgt hij geen erkenning als persoon met een handicap. Kafkaiaanse toestanden die hem het leven nog moeilijker maken.
Ondanks alles staat Jonathan welwillend in het leven als grafisch ontwerper in een school. Hij heeft zichzelf een missie gegeven: meer duidelijkheid verschaffen over deze zeldzame ziekte, als schrijver maar ook als auteur van een blog of als spreker op conferenties. De – soms angstwekkende – symptomen zijn vandaag onder controle, maar de ziekte blijft een ernstige handicap vormen. Op onbewaakte momenten kan ze zelfs een dodelijke afloop kennen.
Hij stelt zich ter beschikking van onderwijzers, schooldirecties, scholen voor verpleegkundigen, artsenkringen of moeders met getroffen kinderen en verstrekt informatie over de symptomen, de bestaande behandelingen en tips om de ziekte onder controle te houden.
Hospichild sprak met Jonathan en zijn broer (en beschermengel) Michaël, die altijd al aan zijn zijde stond.
Jonathan draagt zijn boek op aan zijn familie, die er altijd is voor hem in zijn strijd tegen de ziekte.
De eerste symptomen traden op in de pubertijd, zo rond zijn veertiende. De onweerstaanbare drang om in te slapen werd steeds nadrukkelijker en... vervelender. Leraars en naasten keken vol onbegrip en boosheid toe.
Hoe manifesteerde de ziekte zich in het begin?
J.B.: Het begon toen ik 14 jaar was. Vaak treedt de ziekte voor het eerst op bij psychologische problemen en in de pubertijd ben je psychologisch kwetsbaarder. Ik zat in het tweede middelaar toen de ziekte stap voor stap op de voorgrond trad. Ik viel in slaap tijdens de lessen, hield het niet langer dan 20 minuten vol. Ik vocht om mijn ogen open te houden, maar na verloop van tijd lukte dat niet meer. De leerkrachten vermoedden dat ik ’s nachts uitging.
Wat hebben jullie toen ondernomen?
J.B.: Rond 15, 16 jaar kwam ik terug uit vakantie en lieten we bloed afnemen omdat we dachten aan mononucleose. De tests waren natuurlijk negatief. Keer op keer raadpleegden we de arts, werd er bloed onderzocht. Het enige wat aan het licht kwam was een ijzertekort. Ik slikte massa’s vitamines en ijzer, maar het leverde niets op. Pas op mijn 18de werd de diagnose gesteld, na het verschijnen van de eerste slaapverlammingen. Anders zouden we nu steeds in het duister tasten, want vanaf dan traden ook de andere symptomen snel op. De verlammingen duurden nu 20 i.p.v. 5 minuten. Uit tests bleek dat het wel degelijk om narcolepsie ging, een diagnose waar mijn familie het moeilijk mee had.
Wat zijn de symptomen en wat doen ze met u?
J.B.: Eerst is er de hypersomnolentie overdag. Het slaappatroon is compleet verstoord. Ik val onmiddellijk in een diepe slaap, terwijl een normaal iemand daar 90 minuten over doet. Het lichaam kan dus niet herstellen zoals het hoort en bij het ontwaken voel ik me ontzettend vermoeid. Dan is er de cataplexie, een plots verlies van spiertonus terwijl ik volledig bij bewustzijn blijf. In mijn geval verslap ik dan helemaal, ik kan niets meer zeggen of doen. Het kan voorkomen dat ik bij een cataplexie door mijn lichaamshouding niet goed meer kan ademen, mijn ruggengraat verdraai of ten val kom. Als er dan niemand in de buurt is om ter hulp te snellen, kunnen de gevolgen dramatisch zijn.
Het derde symptoom is de slaapverlamming bij het inslapen of ontwaken. Ik ben me volkomen bewust van de situatie maar kan niet bewegen. Plots weigeren de spieren dienst. Het lijkt op cataplexie, maar het eindigt of begint met slapen. En dan zijn er nog de hypnagogische hallucinaties, die bij mij voorkomen bij het inslapen. Het kan gaan om hallucinaties in de vorm van beelden, geluiden of bewegingen (je voelt een aanraking of een verplaatsing). Een ware nachtmerrie in 3D! De symptomen kunnen dan ook gepaard gaan met depressies.
En hoe voelt u zich daarbij ?
Het weegt wanneer je jaren aan een stuk te horen krijgt dat je lui bent, onaandachtig, niet bewust... Zelfs mijn familieleden begrepen niet wat er mij overkwam, ik begreep het zelf niet eens! Je kunt niet geloven wat een impact de ziekte heeft.
Je krijgt een etiket opgekleefd en dat is zwaar om dragen, want je staat volkomen machteloos. Narcolepsie ontstaat door een storing in het slaapcentrum van de hersenen.
U voelde zich vast heel hulpeloos?
J.B.: Ja, ik kreeg voortdurend sarcastische opmerkingen. Op zeker moment hadden de leerkrachten er genoeg van en lieten ze mij slapen in de les. Waarop de andere leerlingen dan weer vroegen waarom ik dat mocht en zij niet. Niemand begreep mijn thuis of op school, dat was hard. Als ik op de trein een zware aanval van cataplexie kreeg, was dat eng om te zien: onderuit gezakt, open mond, tong eruit, uitdrukkingloos gezicht... En zelf kon ik niets doen, was overgeleverd aan anderen.
Hoe vaak komt de ziekte voor ?
J.B.: Bij 2 of 3 op de 10 000 mensen. Vaak ontbreekt een juiste diagnose, omat de symptomen niet bij iedereen even duidelijk zijn. Dan denkt men aan slaapstoornissen of zo.
En hoe gaat het vandaag met u?
J.B.: Ik slik elke dag 7 geneesmiddelen. We werken proefondervindelijk: ik krijg een middel voorgeschreven en als het niet werkt proberen we iets anders. Maar het gaat al veel beter. Ik ben nu ook beter vertrouwd met mijn ziekte. Ik sta er filosofischer tegenover en ik ben rijper. Daarom zoek ik ook manieren, waar geen geneesmiddelen bij komen kijken. Ik heb bijvoorbeeld geen last meer van cataplexie, ook al neem ik geen GBH meer in. Dit middel heeft heel wat bijwerkingen, men noemt het de rape-drug. Elke dag moet ik leren omgaan met deze ziekte, die in medische studies als zwaar beperkend wordt gedefinieerd. Ook erover praten en schrijven helpt. Zo ontmoet ook ook tal van mensen en kan ik mijn ervaringen delen.
Wat zou u ouders en zorgverleners aanbevelen?
J.B.: Indien mijn diagnose op jongere leeftijd was gesteld, zou ik vandaag wellicht meer geneesmiddelen innemen. Ik ken een jongen van 12 die nu al veel meer moet slikken dan ik. Teamwerk is essentieel, en ook werken vanuit een holistische benadering, waarbij (steeds meer) geneesmiddelen niet de enige weg vormen.
Ik sta ter beschikking van de ouders, de leerkrachten, de artsen en al wie met de ziekte te maken krijgt. Ik heb een presentatie gemaakt die ik bijvoorbeeld gebruik voor scholen. Ik ben blij wanneer ik anderen kan helpen op basis van mijn ervaringen.
Geschreven door Emmanuelle Vanbesien - vertaald door Jan Jacobs
Jonathan, bedankt voor uw getuigenis.
À genoux derrière ses paupières, Jonathan Baeveghems, Éditions Azimuts, Herstal, 2011.
Website Jonathan Baeveghems : www.narcolepsie-livre.be
This e-mail address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it
5 na zijn lancering noteert de Hospichild website, die in het leven werd geroepen om ouders te informeren over de ziekenhuisopname van een kind, steeds meer hulpvragen vanwege de naasten van zwaar zieke kinderen.
5 na het opstarten van de Hospichild website door de ministers Cerexhe en Vanhengel, wordt het pilootproject voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geraadpleegd door ouders en kindergeneeskundige professionals uit het hele land. Toch stellen we sinds die beginjaren een nieuwe trend vast: vandaag contacteren meer ouders het Hospichild team dan professionals, studenten en verantwoordelijke van verenigingen.
Jaar na jaar won de website aan bekendheid bij de professionals. Hij groeide tegelijk uit tot een ware goudmijn met allerlei informatie, bestemd voor ouders met een zwaar ziek en/of gehospitaliseerd kind. Met pieken tot bijna 400 bezoekers per dag, wordt de website elke maand bezocht door 7.500 unieke surfers.
De ‘Hospinews’ nieuwsbrief viert weldra zijn 50ste editie en omvat elke maand een specifiek thema uit de actualiteit van het werkveld, een agenda van de colloquia, goede initiatieven, aankondigingen en een focusonderwerp, waarbij een verenging, een initiatief of een persoonlijkheid uit de kindergeneeskunde aan het woord komt.
Waar het Hospichild team voorheen vooral werd gecontacteerd door de professionals, ontvangen we vandaag meer en meer vragen van ouders en naasten van zieke kinderen. Talloze vragen getuigen van de nood aan een luisterend oor en erkenning in moeilijke tijden. Emoties zoals verdriet, woede, ontkenning en angst, maar ook moeilijkheden in het gezin of binnen de relatie maken de problemen om het gezinsleven draaiende te houden en tegemoet te komen aan de bijkomende vereisten door de ziekte, maken alles nog ondraaglijker.
Die vaststelling geldt in het bijzonder voor eenoudergezinnen of bij cultureel en familiaal geïsoleerde moeders: troost zoeken in alle anonimiteit, praten zonder angst voor het oordeel van anderen of het onbegrip van de professional is soms van doorslaggevend belang om alles weer draaiende te krijgen.
Actief luisteren en een eerstelijns ondersteuning gaan gepaard met het doorverwijzen naar professionals met uiteenlopende achtergronden, om soms vrij ‘artisanale’ oplossingen te bieden voor de problemen die de ouders ervaren. Vaak helpen we de ouders om aan te kloppen aan de juiste deuren, van de sociale deinst van het ziekenhuis of van een mutualiteit.
Het ‘neutrale’ karakter van Hospichild blijkt een troef voor de ouders, die soms kampen met vertwijfeling en wantrouwen tegenover de professionals die hen omringen. Dat heeft vaak te maken met vermoeidheid en met hoog oplopende emoties in moeilijke omstandigheden.
Tal van particulieren en ouders die Hospichild contacteren, laten niets meer van zich horen eens ze geholpen zijn. Bij anderen is de begeleiding van langere duur in afwachting van een specifieke oplossing. Nog anderen zien de samenwerking met Hospichild als een nieuw begin en gaan zich bekommeren om ouders en zieke kinderen in gelijkaardige situaties.
Hoe dan ook, het Hospichild team tracht de ouders altijd te helpen om hun zelfvertrouwen terug te vinden, terwijl ze heen en weer geslingerd worden tussen schuldgevoelens, woede, pijn, liefde en hoop. Of om het met een Engelse uitdrukking te zeggen: hen ‘empoweren’, de nodige impulsen geven om de draad weer op te nemen. De vonk die het vertrouwen in zichzelf en in anderen herstelt en kracht geeft om de ziekte te bestrijden.
Bij deze taak wordt Hospichild omringd door kwaliteitsvolle professionals en door een moeder die, 19 jaar na het overlijden van haar kind, bereid gevonden werd om het team te ondersteunen in hun hulpverlening aan de ouders en aan de hand van constructief denkwerk om het project in goede banen te leiden.
Pour certains, leur enfant est guéri, pour d'autres, il est parti. Tous ont des choses à nous apprendre. Au-delà des histoires médicales, de terribles moments, il y a aussi de merveilleuses preuves d'amour, de magnifiques récits d'amitié, il y a des femmes et des hommes qui soignent, qui cherchent, qui se trompent parfois mais qui donnent beaucoup d'eux-mêmes. Tous ne souhaitent qu'une seule chose: la guérison.
Au cours de ces récits, les expériences acquises par les parents sont des sources importantes et incontournables pour tous les professionnels de la pédiatrie, qu'ils soient soignants, travailleurs sociaux, psychologues, para médicaux, etc.
Certains récits sont ponctués de questions, d'autres sont libres.
La parole est aux parents, mille merci à eux !
Financiële en sociale aspecten
Europa ziekenhuizen St-Elisabeth
Kinderziekenhuis Koningin Fabiola
Militair Hospitaal Koningin Astrid
Agenda, initiatieven, interviews
december : vereniging cancer & psychologie
oktober : interview palliatieve zorg
september : Stichting tegen Kanker: patiënten voorlichten, begeleiden en ondersteunen
juli-augustus : prof.dr.Yvan Vandenplas (UZ Brussel)
juni : Hendrik Van den Bussche, stafmedewerker van de Integrale Jeugdhulp regio Brussel
Emmanuelle Vanbesien - evanbesien@hospichild.be
T: 02/639 60 29
F: 02/512 25 44
Louizalaan 183 Avenue Louise - Brussel 1050 Bruxelles
contact | evanbesien@hospichild.be | een project van CMDC-CDCS vzw | website door Piezoworks | ![]()
Een initiatief van de ministers van Gezondheid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) van Brussel-Hoofdstad