Bij een bezoek aan het ziekenhuis, krijgen de bezoekers informatiefiches aangeboden. Toch zijn en blijven er nog tal van vragen. De zeer druk bezette zorgverleners namen onlangs even de tijd om deze te beantwoorden.
Zo krijgen we een beter beeld van hun beroepsbezigheden en hun kijk op het dagelijkse leven in de pediatrische afdeling.
Er bestaat sedert enkele jaren de wil om kinderen als volwaardige mensen te benaderen, met respect voor de familiale cultuur.
Dit bewustwordingsproces krijgt vorm in de pijn en preventieve behandeling. Dit is het zgn. "Nidcap Programma". Daarnaast is er ook het aspect "respecteren en informeren van de ouders".
Wanneer een kind op de spoedgevallenafdeling of voor een operatie van een pediatrische dienst wordt opgenomen, zijn de ouders vaak ontredderd.
De gewoonten en de gebruikelijke tijdsbesteding thuis moet wijken in functie van het opgenomen kind. Men moet dus zowel het kind, als het gezin steunen.
Dat houdt in: waken over het psychologisch welzijn van de gehospitaliseerde kinderen en de ouders, die bijdragen tot de morele en fysische verzorging van het kind.
"Waar mogelijk vragen we de ouders om mee te werken met de zorgverleners. Zo kan een band gesmeed worden tussen het kind, de ouders, de artsen en de verpleegkundigen. "
Soms gaat het om eenvoudige gebaren, zoals de hygiënische zorg. Meehelpen geeft de ouders steun, want zo zegt een verpleegster uit een neonatologische afdeling: « Wanneer het kind ziek is, heeft het hele gezin behoefte aan troost. Bij de zorgfilosofie staat het gezin centraal.»
Een collega vervolgt:
«Indien we moeite doen om de keuze van een moeder op de materniteit te begrijpen en te ondersteunen, dan zal de zorg aan moeder en kind met respect voor de culturele aspecten plaatsvinden en dat komt het kind alleen maar ten goede. Een kind verzorgen houdt in: het begrijpen van de cultuur, waarin het geboren is."
Het onthaal van de ouders is dan ook een belangrijk gegeven, waar tal van pediatrische en neonatologische diensten terdege rekening mee houden, gelijktijdig met de zorgverstrekking aan het kind.
Een vrouwelijke hoofdarts pediatrie zegt « Ik hou alles wat er gebeurt in mijn dienst nauwlettend in het oog, ik ben de baas en ik voel me zeer verantwoordelijk voor mijn patiëntjes en mijn medewerkers, een beetje zoals een moeder ». In deze instelling hebben de hoofdarts en de verpleegkundigen nagedacht over de manieren om elke patiënt een persoonlijk onthaal te bieden. Zo gaat er veel aandacht uit naar het aanspreken bij de voornaam en overdag het toekennen van een vaste verpleegkundige voor elke patiënt.
Een hoofdverpleegster van een pediatrische spoedgevallendienst: « Elk verblijf bij ons - bij de spoedgevallen of op de zaal - moet een verrijkende ervaring zijn. Elk bezoek aan het ziekenhuis biedt de kans om informatie te bieden en de ouders en de kinderen op de hoogte te brengen. Wij maken steevast gebruik van de gelegenheid om het kind en de ouders iets bij te brengen en tegelijk zelf lessen te trekken uit de contacten met ouders van elke mogelijke sociale of geografische origine .»
Nog een verpleegster heeft het over het kind als « zorgpartner ». Door helder uit te leggen welke zorgen men zal verstrekken aan de hand van eenvoudige tekeningen, een pop, een knuffel, een beer of aap die men kan opereren en verzorgen, kan men het kind veel gemakkelijker geruststellen.»…
Financiële en sociale aspecten
Europa ziekenhuizen St-Elisabeth
Kinderziekenhuis Koningin Fabiola
Militair Hospitaal Koningin Astrid
Agenda, initiatieven, interviews
december : vereniging cancer & psychologie
oktober : interview palliatieve zorg
september : Stichting tegen Kanker: patiënten voorlichten, begeleiden en ondersteunen
juli-augustus : prof.dr.Yvan Vandenplas (UZ Brussel)
juni : Hendrik Van den Bussche, stafmedewerker van de Integrale Jeugdhulp regio Brussel
Emmanuelle Vanbesien - evanbesien@hospichild.be
T: 02/639 60 29
F: 02/512 25 44
Louizalaan 183 Avenue Louise - Brussel 1050 Bruxelles
contact | evanbesien@hospichild.be | een project van CMDC-CDCS vzw | website door Piezoworks | ![]()
Een initiatief van de ministers van Gezondheid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) van Brussel-Hoofdstad