Bijzondere job: directeur van een ziekenhuisschool

Frédérique Frémaux is directeur van de basisonderwijsafdeling van de Robert Duboisschool in hartje Brussel, en vertelt met veel plezier over haar job. Ze bespreekt de specifieke kenmerken van haar werk, laat ons kennismaken met haar werkomgeving en geeft toelichting bij de uitdagingen van buitengewoon onderwijs type 5. Tot slot komen ook de banden met de zieke kinderen en hun gezinsleden aan bod.

De Robert Duboisschool is een zogenaamde ziekenhuisschool die buitengewoon onderwijs type 5 biedt aan leerplichtige kinderen van 2,5 tot 21 jaar. De belangrijkste doelstelling van de Franstalige school, die afhangt van de Stad Brussel, is om kinderen die ziek zijn, in het ziekenhuis verblijven of herstellende zijn te begeleiden in hun schoolloopbaan en in het algemeen te ondersteunen. Sinds eind 2022 is de school administratief onderverdeeld in twee afdelingen: het Centre scolaire Robert Dubois (basisonderwijs) en Robert Dubois Secondaire (middelbaar onderwijs). De lessen gaan door op zeven locaties: de HUB (UKZKF en Erasmus), het dagcentrum voor jonge kinderen (UJJE), de tienerafdeling (Les Ados de Robert Dubois), het Jean Titecaziekenhuis, het ziekenhuis Le Domaine (ULB) en het dagcentrum voor tieners (Le Centre Ados van de vzw l’Équipe).

“Op de Robert Duboisschool verwelkomen we alle kinderen, ongeacht hun achtergrond. Niet alleen uit Brussel en de rest van België, maar ook uit het buitenland. Sommige kinderen worden doorverwezen omwille van verschillende aandoeningen, meestal aan het hart. Er zijn gezinnen die uit Algerije of Luxemburg komen om zich hier te laten behandelen.” Dat vertelt Frédérique Frémaux, directeur van de Robert Duboisschool.

Vertel eens wat over jezelf.

Voor Frédérique Frémaux is haar beroep haar roeping. Ze begon haar carrière als lerares basisonderwijs in scholen van de Stad Brussel, wat ze bijna 25 jaar lang deed. Een vacature bood haar de kans om van werkomgeving en doelgroep te veranderen. Kort na haar aankomst op de Robert Duboisschool deed zich een nieuwe kans voor: directeur worden van die school, een gelegenheid die ze met beide handen aangreep. Frédérique vertelt: “In het begin was ik als enige verantwoordelijk voor zowel het basis- als het middelbaar onderwijs, op de zeven locaties. Na zes jaar konden we eindelijk een aanvraag indienen om de school in twee afdelingen te splitsen. Op dat moment is mijn collega Jeffrey Tallane erbij gekomen om de leiding over het middelbaar onderwijs op zich te nemen. Dat was een hele opluchting. Ik kon zelfs tijd vrijmaken om ook de territoriale pool Alexe Loyce van de Stad Brussel te leiden. Die bestaat uit een multidisciplinair team van veertig mensen, waaronder kinesitherapeuten, ergotherapeuten, leerkrachten, opvoeders, psychologen en psychomotorisch therapeuten. Zij ondersteunen leerlingen met specifieke behoeften in het reguliere onderwijs.”

“Ik herinner me mijn eerste leerling nog, toen ik aankwam op de Robert Duboisschool. Hij is meer dan een jaar bij ons gebleven. Ondanks zijn gevecht tegen kanker had hij een enorm doorzettingsvermogen. Zijn gezinsleden waren ook een bron van inspiratie. Als we in de klas zaten en hij zag dat de anderen geen zin hadden of hun behandeling niet wilden volgen, motiveerde hij hen. Hij gaf echt iedereen, ook ons, zoveel energie. Dat is buitengewoon voor een kind dat een moeilijke periode in zijn leven doormaakt. Wat een maturiteit! Nu, tien jaar later, heb ik nog steeds contact met hem.” Dat getuigt Frédérique Frémaux.

 

Frédérique Frémaux, directeur van de Robert Duboisschool en Jeffrey Tallane, de directeur van de middelbare afdeling van de Robert Duboisschool. Foto: Samuel Walheer

Wat zijn je dagelijkse taken?

Frédérique Frémaux staat aan het hoofd van een team van ongeveer twintig mensen in de Robert Duboisschool. In een gedeeld, functioneel kantoor werkt ze nauw samen met Jeffrey Tallane, de directeur van de middelbare school, die maar liefst 78 medewerkers aanstuurt. Samen leiden ze hun teams, die verspreid zijn over zeven locaties. De twee kernwoorden van de taken van een directeur? Administratie en pedagogie. Frédérique legt uit dat haar job in de loop der tijd aanzienlijk is veranderd: “Mijn werk is erg administratief geworden en minder toegespitst op de pedagogische aspecten.” Ze vervolgt: “Ook mijn rol als bemiddelaar, zowel voor de onderwijsteams als de gezinnen, neemt veel tijd in beslag. Dat is echt nodig en het werpt zijn vruchten af.” Het leiderschap wordt gedeeld door de twee directies. Frédérique Frémeaux blijft op de hoogte van alles wat er in de middelbare school gebeurt, en hetzelfde geldt voor haar collega Jeffrey Tallane. Ze kunnen op elkaar rekenen en elkaars werk overnemen als dat nodig is. “Delegeren is hier het toverwoord!” In elk van de zeven locaties zijn er contactpersonen. Zo is de dagelijkse opvolging gegarandeerd en kunnen ze snel reageren op complexere situaties. Frédérique Frémaux voegt eraan toe: “Om een school te leiden moet je goede relaties kunnen onderhouden met een groot aantal betrokkenen: ouders en andere gezinsleden, artsen, externe actoren, leerlingen en hun oorspronkelijke scholen, sponsors en verenigingen.”

 

“Een directeur moet in de eerste plaats over leiderschapsvaardigheden beschikken. Doelstellingen vaststellen is essentieel om betekenis te geven aan je werk. Door samen te werken met onze teams en de gezinnen bouwen we niet alleen professionele relaties en een vertrouwensband op, soms groeien daar zelfs vriendschappen uit. Dat kan niet zonder rekening te houden met relationele aspecten: bij misverstanden, onbegrip en spanningen moeten we bijsturen. Dat laat ons toe situaties gemakkelijker te beheersen en samen vooruitgang te boeken om onze doelstellingen te bereiken.” Dat legt Jeffrey Tallane, de directeur van de middelbare afdeling van de Robert Duboisschool, uit.

Gang die naar de Robert Dubois-school leidt

Gezinnen ondersteunen

Voor ouders en andere gezinsleden is er niets moeilijker dan wanneer hun kind plotseling ernstig ziek wordt en snel daarna in het ziekenhuis wordt opgenomen. De teams van de Robert Duboisschool zorgen voor kwetsbare kinderen en hun gezinnen, die allemaal specifieke behoeften hebben. Soms zijn die behoeften niet in lijn met de werkelijkheid. Dan moeten de directeuren zich aanpassen, uitleg geven en beslissingen nemen voor het welzijn van hun leerlingen. Frédérique en Jeffrey vertellen: “Sommige ouders zijn verbaasd wanneer we hen met de neus op de feiten drukken. Ze willen de realiteit niet altijd onder ogen zien. Soms moeten we uitleggen dat hun kinderen nooit meer dezelfde capaciteiten zullen hebben als voor hun ziekte. Bijvoorbeeld wanneer een kind gedurende enkele maanden behandeld werd voor een tumor. Dat is onvermijdelijk een aanslag op het lichaam en heeft ook meer algemene gevolgen: het kind kan minder goed onthouden en zich soms minder goed concentreren. We begrijpen dat de ouders een moeilijke periode doormaken, we zijn er immers zelf bij betrokken. We proberen hen dan ook te ondersteunen en te informeren. Ouders begrijpen niet altijd dat hun kind niet meteen terug naar zijn of haar oorspronkelijke school kan of denken juist dat hun kind voor altijd bij ons zal blijven. Voor dat soort gesprekken moeten we de juiste woorden vinden en diplomatiek zijn als we vooruitgang willen boeken en de gezinnen willen geruststellen.”

Ingang van de Robert Dubois-school

Ingeschreven in twee scholen tegelijkertijd

Wat buitengewoon onderwijs type 5 zo speciaal maakt, is dat de leerlingen ingeschreven blijven op hun oorspronkelijke school. Alle leerlingen zijn dus in twee scholen tegelijkertijd ingeschreven. Ze worden, meestal tijdelijk, geholpen door de ziekenhuisschool met als doelstelling om ze terug te kunnen sturen naar hun oorspronkelijke school. Ziekenhuisscholen reiken evenwel geen diploma’s uit waarmee leerlingen naar het volgende jaar kunnen overgaan. Tijdens klassenraden wordt er uitvoerig overlegd met het team van de oorspronkelijke school, want die heeft vaak maanden of zelfs jaren geen contact meer gehad met een leerling tijdens zijn of haar ziekenhuisopname. Zowel Frédérique als Jeffrey benadrukken hoe belangrijk het is om van bij de start nauw samen te werken met de oorspronkelijke school. Ze voegen eraan toe: “We werken samen met alle onderwijsnetwerken. Leerlingen fladderen soms van de ene instelling naar de andere, naargelang van hun zorgtraject. We moeten hen dus goed opvolgen om te voorkomen dat ze vervreemden van de onderwijsrealiteit.”

 

Buitengewoon onderwijs type 5 heeft de volgende opdrachten:

  • Leerlingen in staat stellen les te blijven krijgen ondanks een ziekte.
  • Schooluitval voorkomen.
  • Contact onderhouden met de oorspronkelijke school.
  • Het zelfvertrouwen en zelfbeeld versterken.
  • Leerlingen een vooruitzicht op een slaagkans bieden.
  • Leuke activiteiten organiseren zodat de leerlingen hun ziekte even kunnen vergeten.
  • Kinderen en jongeren opnieuw leerling laten zijn.

Toenemende vraag

Frédérique en Jeffrey verzekeren ons allebei dat de vraag heel groot is. In de huidige context kunnen niet alle gezinnen worden geholpen. Met die realiteit worden alle instellingen geconfronteerd, vooral in de psychiatrie. De wachtlijsten voor tieners en kinderen zijn dan ook erg lang. Jeffrey Tallane bevestigt dat: “We proberen zo efficiënt mogelijk te zijn en zoveel mogelijk leerlingen te helpen, voor hun welzijn en dat van hun gezinnen. Helaas zijn we grotendeels afhankelijk van medische strategieën en ziekenhuizen. Als een dienst niet goed werkt, kan dat een impact hebben op de bij ons beschikbare plaatsen. We proberen met de gemiddelden te spelen en een deel van die grote vraag op te vangen, om te vermijden dat zieke kinderen en jongeren geen onderwijs krijgen en doelloos thuiszitten.”

“Om af te sluiten wil ik zeggen dat wat onze afdeling bijzonder maakt, is dat we een uitstekend team hebben dat zowel jonge als oudere kinderen bijstaat, soms letterlijk bij hun ziekbed. Kinderen die niet naar de klaslokalen kunnen komen, worden namelijk in het ziekenhuis zelf geholpen. Wij gaan naar hen, of dat nu op de afdeling intensieve zorgen, chirurgie, oncologie of tijdens een dialyse is.” Dat besluit Frédérique Frémaux.

 

Tekst en foto’s: Samuel Walheer