Meervoudige intelligenties om kinderen met leerstoornissen te helpen

Orthopedagoge Perrine Bigot maakt gebruik van een Belgische uitvinding uit 2013 om kinderen met moeilijkheden te helpen opnieuw vertrouwen te krijgen in zichzelf, de school en het leerproces. ‘Octofun’ bestaat uit 8 energieballen. Ze symboliseren de acht intelligenties die ieder in zich draagt. Dankzij Octofun kunnen kinderen met leerstoornissen opnieuw zin en plezier krijgen in het leren. We focussen op deze methode, die er eigenlijk geen is, met een verslag van de conferentie van vzw Badje op 13 juni 2019.

     

“Ik ben 30 jaar, ik heb schoenmaat 39, ik ben Française, maar ik ben sympathiek!” Zo pakt Perrine Bigot, orthopedagoge et coördinatrice van vzw Métamô, meteen de aandacht van het publiek: met humor en intelligentie. Want een aandachtig publiek, dat ‘zijn brein activeert’, zal beter onthouden wat er op zo’n conferentie wordt verteld. Een publiek dat de hele tijd attent gehouden wordt aan de hand van kleine activiteiten, mentale en fysieke oefeningen. Het doel? Ons dwingen om onze meervoudige intelligenties te gebruiken, terwijl we ons symbolisch in de plaats stellen van kinderen met leerstoornissen kinderen met leerstoornissen.

Octofun, Octowat?

“Voor ik uitleg waarover het gaat, wil ik meteen benadrukken dat het geen methode is, want we volgen geen afgelijnd proces met duidelijke stappen. We baseren ons op diverse tools om de verhouding met de andere te beschouwen,” steekt P. Bigot meteen van wal.

Octofun werd bedacht in 2013 door Françoise Roemers-Poumay. Zij werkte een kwarteeuw als onderwijzeres en is vandaag pedagogisch adviseur en opleider. Het zijn ‘8 energieballen om leuk te leren’. De tool wordt in uiteenlopende vormen aangeboden aan leerkrachten en ouders van kinderen met leermoeilijkheden, en steunt op drie onlosmakelijk met elkaar verbonden ingrediënten: de meervoudige intelligenties, de goede mentale gebaren en de positieve psychologie. 

De meervoudige intelligenties stimuleren

De Octofun zijn ontsproten aan de verbeeldingskracht van hun bedenker, maar ze steunen op een theorie van de Amerikaanse psycholoog Howard Gardner. Die ging uit van het principe dat de manier waarop wij intelligentie zien te beperkt is en meer zou moeten omvatten dan het goed doen op school of goede resultaten behalen.

Hij beschouwt intelligentie als een meervoudig gegeven, dat kan onderverdeeld worden in acht vormen. Iedereen heeft al die intelligenties in zich, maar ontwikkelt ze slechts in functie van zijn opvoeding, ervaringen, interesses, cultuur of gewoon door omstandigheden. Het blijft wel levenslang mogelijk om de andere intelligenties te stimuleren (of ‘begieten’) om veel efficiënter te leren en te onthouden. Men kan ze ook gezamenlijk gebruiken en onderling versterken.

Acht bloemen om te begieten

Dit is de beschrijving van de acht intelligenties, ofwel ‘bloemen om te begieten’ met hun overeenstemmende Octofun:

  1. BODYFUN – Lichamelijk-motorische of lichamelijk-kinesthetische intelligentie: Het vermogen om (delen van) het lichaam te gebruiken om een probleem op te lossen, iets uit te drukken of iets te maken.
  2. MELOFUN – Muzikaal-ritmische intelligentie: het vermogen om muzikale en ritmische patronen te herkennen, te onthouden en te maken. In staat zijn om zijn stemvolume aan te passen aan de omstandigheden.
  3. FUNEGO – Intrapersoonlijke intelligentie: het vermogen om trots te zijn op zichzelf,  zichzelf goed te kennen, motivatie…
  4. MULTIFUN – Interpersoonlijke intelligentie: het vermogen om anderen aan te voelen, te begrijpen, te begeleiden, te leiden en te manipuleren.
  5. 3DFUN – Visueel-ruimtelijke intelligentie: het vermogen om situaties en problemen voor je te zien en er op die manier mee te werken.
  6. ALPHAFUN – Taalkundige of verbaal-linguistische intelligentie: de capaciteit om taal te gebruiken om je uit te drukken en om anderen te begrijpen en te overtuigen.
  7. MATHIFUN – Wiskundig-logische of logisch-mathematische intelligentie: het vermogen om logische verbanden en onderliggende principes te begrijpen en om makkelijk met (abstracte) getallen en hoeveelheden te werken.
  8. VITAFUN- Natuurgerichte of naturalistische intelligentie: het vermogen om patronen in natuurlijke omgevingen te herkennen, te begrijpen en ermee te werken.

“We moeten de pedagogische paden verlaten en trachten deze intelligenties te gebruiken om meerdere deuren te openen en ons aanpassen aan het kind. Door variaties aan te brengen in de benadering van het leerproces, kan men een overheersende Octofun stimuleren bij de leerling en hem de kans bieden om op een andere dan de traditionele manier te onthouden,” vertelt de orthopedagoge”

Het brein managen om het beter te gebruiken

Het tweede ingrediënt van Octofun is het ‘mentale beheer’ (een theorie van de Franse pedagoog Antoine de La Garanderie). Men kan leren om zijn geest te beheren en zo beter te gebruiken. Men kan leerlingen dus denkprocessen aanleren om kennis te verwerven en hun leerproces in eigen handen te nemen.

Perinne Bigot stelt een eenvoudige oefening voor. Schrijf een woord op een blad, vraag een kind om dat woord te onthouden en vraag het dan om het woord op een andere plaats in de kamer op te schrijven. Zo verplicht u het kind om zijn brein, en meer bepaald zijn neocortex, te gebruiken. Om te slagen moeten de primaire behoeften van het kind vervuld zijn (reptielenbrein) en niet ondergedompeld door zijn emoties (limbisch brein). Daarin schuilt het belang van het kind zich te laten uitdrukken en technieken te vinden om tot rust te komen (bijvoorbeeld door de ademhaling).

“We zijn allemaal brandblussers”

Het derde en laatste deel van Octofun is de positieve psychologie. Wanneer we het kind van meet af aan duidelijk maken dat het over acht intelligenties beschikt, die allemaal kunnen gestimuleerd en verbeterd worden, zal het al meteen meer zelfvertrouwen krijgen. We moeten zijn eigendunk opkrikken, zorgen dat het trots is op zichzelf. In de woorden van Frederick Douglass: “Het is gemakkelijker om te zorgen voor sterke kinderen dan beschadigde mensen te repareren. 

Perrine Bigot neemt een aansteker en laat de vlam branden: “Kijk, ik maakte een mooie tekening… Ja, maar je kleurde buiten de lijntjes!”  Ze blaast de vlam uit. Bij het horen van zulke woorden, die soms veel harder kunnen zijn, krimpt het kind in elkaar. Zelfs als we het zijn eigenwaarde teruggeven, zal het daar altijd de gevolgen van dragen.

Haar besluit? “We zijn allemaal brandblussers!”