Nieuws

Teleconsultatie: een medisch alternatief om jonge patiënten te helpen

De recente intrekking van de terugbetaling voor teleconsultatie – of consultatie op afstand – door het RIZIV blijft niet onbesproken. Die maatregel werd geïntroduceerd tijdens de COVID-19-periode en wordt nog steeds gebruikt door veel huisartsen en specialisten in België, waaronder kinderartsen, gynaecologen, dermatologen en neurologen. In vergelijking met de klassieke methode bieden teleconsulten jonge patiënten en hun familie immers veel voordelen: ze veroorzaken minder stress en ongemakken, vermijden het risico op infectie, bevorderen een meer regelmatige opvolging en stellen bezorgde ouders gerust. Naar aanleiding van de stopzetting van de terugbetaling hebben Medi-Sfeer en De Specialist een enquête gehouden onder artsen.

De gezondheidszorgsector evolueert voortdurend en teleconsultatie, ook wel bekend als telefonische consultatie, is een modern antwoord op de groeiende vraag in het licht van de dagelijkse uitdagingen. Enerzijds verlicht teleconsultatie de druk op de veelgevraagde professionals in de sector, terwijl ze anderzijds de wachttijden bij huisartsen en in ziekenhuizen verkort. Bovendien helpt ze om patiënten te prioriteren en hun familie gerust te stellen. De resultaten van de enquête bewijzen dat teleconsultatie goed is ingeburgerd bij artsen: 61% van hen maakt er gebruik van, zonder hun patiënten iets te factureren.

“In de kindergeneeskunde laat teleconsultatie toe patiënten te prioriteren en onnodige verplaatsingen naar de spoedafdeling te voorkomen”, merkt een kinderarts op. Een andere arts vult aan: “Tijdens seizoensgebonden epidemieën ontvangen we tientallen telefoontjes per dag. Door snel te reageren kunnen we ouders geruststellen, advies geven en medische attesten opstellen zonder onze agenda’s te overbelasten.” Getuigenissen uit de enquête uitgevoerd door Medi-Sfeer en De Specialist. 

De enquête

De enquête verliep via de websites en nieuwsbrieven van Medi-Sfeer en De Specialist, twee publicaties van RMN, de grootste medische persgroep in België. Onder de 2.141 respondenten van de enquête bevonden zich 747 Franstalige en 1.394 Nederlandstalige artsen. 88% van hen vindt dat teleconsultatie weer terugbetaald moet worden door het RIZIV. De meerderheid van de Franstalige respondenten zijn vrouwen (56%) die voornamelijk in Wallonië (75%) werken, tegenover 24% in Brussel en 1% in Vlaanderen. Bij de Nederlandstalige artsen zijn de vrouwen nog sterker vertegenwoordigd (59%) en is de geografische verdeling omgekeerd: 94% van hen werkt in Vlaanderen en 5% in Brussel. Wat betreft de specialismen zijn huisartsen in beide taalgroepen goed vertegenwoordigd (bijna 50%). Ze worden gevolgd door kinderartsen (30,85%), gynaecologen (11,53%), dermatologen (9,15%), anesthesisten (8,14%) en neurologen (4,75%). Tot slot is ook de leeftijdsverdeling in de twee groepen relatief homogeen. De meeste respondenten zijn tussen 31 en 60 jaar oud.

Voor al­le dui­de­lijk­heid

Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke vindt dat “we een duidelijk onderscheid moeten maken. Telefoneren om een attest, voorschrift of testresultaat te krijgen: dat zijn geen teleconsulten. Artsen hebben dat type telefoontjes altijd al verwerkt en ik vermoed dat ze dat ook zullen blijven doen. Teleconsulten daarentegen zijn telefonisch onderzoeken waarbij een patiënt zijn of haar symptomen uitlegt, de arts een anamnese afneemt en eventueel een behandeling, oplossing of aanvullende stappen voorstelt.”

Allerlei voordelen

Teleconsultatie heeft voordelen op allerlei gebieden. In de enquête sommen artsen er een heel aantal op: medische resultaten interpreteren, behandelingen aanpassen, chronische patiënten opvolgen, voorschriften vernieuwen, patiënten doorverwijzen voor een lichamelijk onderzoek of gezondheidsadvies geven (vaccinaties, verschillende kwalen). Ook voor patiënten en hun familie zijn teleconsulten in verschillende opzichten interessant:

  • ze vermijden onnodige verplaatsingen;
  • ze brengen minder stress en ongemak met zich mee;
  • ze vermijden het risico op infectie;
  • ze bevorderen een effectievere en regelmatigere opvolging;
  • ze stellen bezorgde ouders gerust.

Wat brengt de toekomst?

Minister Vandenbroucke pleit voor een vereenvoudigde, duurzame oplossing om onhoudbare tendenzen te voorkomen die afwijken van de traditionele geneeskunde. Hij wacht op nieuwe financieringsvoorstellen van de medische vakbonden, gebaseerd op de budgetten van de artsen. “We moeten een duidelijk systeem opzetten, zonder een labyrint van ingewikkelde regels. We moeten evenwel vermijden dat het de kraan openzet voor onbeperkte facturaties voor elke individuele verstrekking. Dat is uiteraard onaanvaardbaar.”

Samuel Walheer

LEES OOK:

De erkenning van handicaps verbetert, stelt Iriscare vast

Drie jaar na de oprichting van het Centrum voor Evaluatie van de Autonomie en de Handicap (CEAH) in Brussel blikt Iriscare terug op het afgelegde parcours. Dat centrum evalueert de graad van de handicap of verminderde zelfredzaamheid van kinderen aan de hand van specifieke criteria. Daarnaast biedt het die kinderen en hun familie ondersteuning. De belangrijkste bevinding is dat de diagnoses zijn verbeterd, waardoor het aantal erkenningen stijgt. Vergeleken met 2020 werden er 27,65% meer erkenningen toegekend aan kinderen.


Het Centrum voor Evaluatie van de Autonomie en de Handicap opende op 10 februari 2022 zijn deuren bij Iriscare. Daar kunnen patiënten ontvangen worden in speciaal ingerichte dokterspraktijken die toegankelijk zijn voor mensen met een handicap. De resultaten van de evaluaties van kinderen worden door Iriscare aan de Brusselse kinderbijslaginstellingen bezorgd. Op basis daarvan berekent de instelling in kwestie het bedrag van de kinderbijslag, dat ze meedeelt aan de patiënten of hun wettelijke voogd. Iriscare stelt vast dat 8.263 Brusselse kinderen met een ziekte of handicap in juni 2024 een toeslag op de kinderbijslag ontvingen, die gemiddeld 283,96 euro per maand bedroeg.

{Persbericht Iriscare}

Erkenningen nemen sterk toe 

Sinds januari 2022 voert het CEAH de medische evaluaties uit die nodig zijn om de verhoogde kinderbijslag toe te kennen. Uit de cijfers blijkt een duidelijke toename van het aantal kinderen met een erkende aandoening. Het gaat dan vooral om autismespectrumstoornissen en taal- en leerstoornissen. Dat toont aan dat artsen die aandoeningen nu beter kunnen diagnosticeren, waardoor het CEAH op zijn beurt meer erkenningen kan geven. Momenteel hebben 2,74% van de Brusselse kinderen van 0-17 jaar een erkenning voor een aandoening. In Vlaanderen bedraagt dat percentage 3,26%. Hoewel er in Brussel een opmerkelijke vooruitgang is geboekt, herinnert dat verschil ons eraan dat het essentieel is om die positieve evolutie voort te zetten en te blijven investeren in effectieve evaluaties.

Sociale ongelijkheden

Het is een feit: kinderen met een stoornis komen vaker uit gezinnen met een laag inkomen. Uit de analyse blijkt dat aandoeningen vaker voorkomen in de grootste en meest kwetsbare Brusselse gemeenten. Zo woont meer dan de helft van de kinderen met een erkende aandoening in Molenbeek, Brussel-Stad, Schaarbeek of Anderlecht. Bovendien groeit 52,55% van de rechtgevende kinderen op in een gezin met een laag inkomen, tegenover 36,19% van de algemene Brusselse bevolking.

Het niet-gebruik van rechten terugdringen is niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid, maar ook een essentiële investering in de toekomst van kwetsbare gezinnen. Elk kind dat de ondersteuning krijgt waar het recht op heeft, heeft betere ontwikkelingskansen. Dat versterkt niet alleen het gezin, maar ook onze hele samenleving. Tania Dekens, leidend ambtenaar van Iriscare.

Uitdagingen voor de toekomst

Hoewel er aanzienlijke vooruitgang is geboekt, benadrukt Iriscare dat het belangrijk is om te blijven investeren in effectievere evaluaties. In juni 2024 bedroeg de verwerkingstijd van een dossier gemiddeld drie maanden. Het is cruciaal om die vlotte termijn aan te houden. De administratieve lasten verminderen en de toegang voor kwetsbare gezinnen verbeteren, blijven absoluut prioritair.

→ Lees het volledige

Gedeeld door Samuel Walheer

 

LEES OOK: 

Kinderobesitas in België: volksgezondheid staat voor een uitdaging

Op Wereld Obesitas Dag (4 maart 2025) is het belangrijk te benadrukken dat België geconfronteerd wordt met een zorgwekkende realiteit: ongeveer 5,8% van de kinderen tussen 2 en 17 jaar wordt beschouwd als zwaarlijvig. Naast medische complicaties krijgen deze jongeren te maken met discriminatie en zijn ze vaak het mikpunt van spot. Dit leidt tot sociaal isolement, een laag zelfbeeld, angst en zelfs zelfmoordgedachten. Welk zorgtraject past het best bij deze jongeren? Welke gewoonten moeten ze aannemen? 

Sinds december 2023 voorziet het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) in een specifiek zorgtraject voor kinderen met obesitas. Dit programma biedt een multidisciplinaire en gepersonaliseerde professionele omkadering, volledig vergoed, om gezinnen te begeleiden in de aanpak van kinderen met obesitas.

Obesitas is een chronische en complexe aandoening met een grote impact op de levenskwaliteit. Het is een interactie van somatische, sociale en psychologische factoren.” RIZIV

Toelichting bij het zorgtraject van het RIZIV

Het zorgtraject “obesitas bij kinderen” is toegespitst op kinderen van 2 tot en met 17 jaar die aan obesitas lijden en een BMI (we zullen later zien dat dit begrip onderwerp van discussie is) hebben boven een bepaalde drempelwaarde. Deze drempelwaarde hangt af van de leeftijd en het geslacht van het kind. Hun situatie wordt beoordeeld aan de hand van een specifiek systeem genaamd EOSS-P, dat het geschikte zorgniveau bepaalt. Kinderen met een EOSS-P-inschaling 2 of 3 krijgen een multidisciplinaire opvolging in een Pediatrisch Multidisciplinair Obesitascentrum (PMOC), terwijl kinderen met een inschaling 0 of 1 door hun behandelend arts worden opgevolgd, met de mogelijkheid om advies aan te vragen bij een PMOC. De opvolging gebeurt door een team dat bestaat uit een kinderarts, diëtist, psycholoog, kinesitherapeut en maatschappelijk assistent. Het zorgtraject gaat van start nadat een zorgtrajectovereenkomst werd ondertekend en na goedkeuring door het ziekenfonds, met een financiering via vijfjarige overeenkomsten. De kosten van het zorgtraject in een PMOC zijn gratis voor de patiënt, zonder remgeld, en de facturatie is gebaseerd op trimestriële forfaits.

Advies van een voedingsdeskundige 

Voedingsdeskundige Chantal Van der Brempt werd door de RTBF geïnterviewd. Volgens haar “is het essentieel om niet met kinderen over diëten of voedselbeperkingen te praten, zodat ze geen eetobsessie ontwikkelen. Het is beter een arts te raadplegen voor een algemeen gezondheidsbilan, zonder te focussen op gewicht. Bovendien spelen ouders een cruciale rol door het goede voorbeeld te geven: gezond eten, geen schermen tijdens de maaltijd, de kinderen niet dwingen om hun bord leeg te eten, structuur aanbrengen in gezinsmaaltijden en voedsel niet gebruiken als beloning of troost.” Ze voegt eraan toe dat niet alleen voeding en een zittende levensstijl, maar ook slaaptekort in combinatie met overmatig gebruik van beeldschermen bijdragen aan overgewicht bij kinderen. Beeldschermen verstoren het metabolisme en de darmflora en moedigen de consumptie van tussendoortjes aan. Ouders wordt daarom aangeraden schermtijd en maaltijden van elkaar los te koppelen en ervoor te zorgen dat hun kinderen voldoende nachtrust hebben.

Is BMI een verouderd concept?

Een groep van 58 internationale experts plaatste onlangs vraagtekens bij het exclusieve gebruik van de BMI, de body mass index, voor de diagnose van obesitas. Hun rapport werd gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet en stelt een bredere benadering voor die rekening houdt met de verdeling van vetten en de impact op de gezondheid.

We weten al lang dat de BMI, die gebruikt wordt om iemand als obees te bestempelen, niet voldoende is. Men kan immers te zwaar zijn door een hoge vetmassa, maar ook door een hoge spiermassa of wateraccumulatie. Op de weegschaal maakt de BMI geen onderscheid tussen het gewicht van vet, water of spieren. Voor de gezondheid vormt de vetmassa een risico, en uiteraard niet de spiermassa.” Nicolas Guggenbühl, professor voeding en dieetkunde aan de Haute École Léonard de Vinci (Brussel)

Deskundigen maken tegenwoordig een onderscheid tussen klinische obesitas, die gepaard gaat met daadwerkelijke gezondheidsproblemen, en preklinische obesitas, waarbij overtollig vet nog geen complicaties veroorzaakt. Dit onderscheid wordt gemaakt om behandeling en preventie te personaliseren. Deze nieuwe definitie krijgt bijval omdat ze rekening houdt met de echte risico’s van obesitas. Sommige deskundigen zijn echter bezorgd dat ze tot overmatige medicalisering kan leiden. De BMI blijft nuttig voor epidemiologische studies, maar indicatoren zoals tailleomtrek worden relevanter geacht voor de beoordeling van individuele risico’s.

→ Hier vind je de volledige studie: THE LANCET: Définition et critères diagnostiques de l’obésité clinique

Sofia Douieb

 

LEES OOK:

 

European Disability Card: eerste resultaten sinds automatische uitreiking in 2024

De European Disability Card (EDC) is een Europees initiatief om de inclusie en mobiliteit van kinderen en volwassenen met een handicap te bevorderen. De kaart wordt sinds 2024 automatisch uitgereikt. Ze maakt onder andere winkels, culturele activiteiten en aangepaste diensten toegankelijker en dient bovendien als toiletpasje. België is een van de initiatiefnemers. Ons land telt al meer dan 330.000 gebruikers en ruim 599 partners die aangepaste diensten aanbieden.

Hospichild werkt momenteel al zijn pagina’s over handicaps bij. Dat domein evolueert erg snel en daarom houdt Hospichild de vinger aan de pols. Zo vind je nu een stukje over de European Disability Card op de pagina over toegankelijkheid, kunst en cultuur.

Wat is de European Disability Card?

Deze gratis kaart biedt specifieke voordelen op het vlak van cultuur, sport en vrije tijd. Kaarthouders kunnen er op diverse locaties hun hulpbehoeften mee kenbaar maken. De EDC wordt ook erkend in zeven andere EU-lidstaten: Italië, Slovenië, Finland, Cyprus, Estland, Malta en Roemenië. Belgische kaarthouders krijgen dus dezelfde voordelen als de lokale bevolking wanneer ze in een van die landen op vakantie zijn. De Europese Unie wil het gebruik van de EDC uitbreiden naar alle lidstaten in 2027, zoals vastgelegd in de Europese richtlijn.

Welke voordelen biedt de EDC?

De kaart biedt een heel scala aan voordelen:

  • Gratis toegang of recht op korting in musea, theaters en andere culturele instellingen;
  • gemakkelijkere toegang tot winkels (vooral als ze het label dragen);
  • toegang tot toiletten;
  • toegang tot aangepaste voorzieningen en diensten voor sportevenementen en recreatieve activiteiten;
  • bevoorrechte toegang tot spoeddiensten in ziekenhuizen;
  • Belgische kaarthouders hebben dezelfde voordelen als de lokale bevolking in de deelnemende landen.

Zes Belgische instellingen

In België kan je de kaart aanvragen als je handicap erkend is of als je hulp krijgt van een erkende instelling. Ook kinderen die die een zorgtoeslag krijgen, hebben er recht op.

Deze zes Belgische instellingen zijn hierbij betrokken:

Vraag je kaart aan bij Iriscare

In een recent persbericht zegt Iriscare “trots te zijn om haar engagement bij de European Disability Card (EDC) te benadrukken”. De kaart wordt sinds 2024 automatisch verzonden bij elke nieuwe erkenning in het kader van een onderzoek naar het recht op verhoogde kinderbijslag of de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB). Begunstigden van de verhoogde kinderbijslag of de THAB van wie de handicap voor 2024 erkend is, kunnen de EDC rechtstreeks bij Iriscare aanvragen. Dat is heel gemakkelijk via de website van Iriscare.

 

→ Lees meer over de kaart op European Disability Card

 

 

 Sofia Douieb

LEES OOK:

Atelier Tam-Tam leidt professionals op in dubbele diagnoses

Opleiden en verzorgen. Dat zijn de kerntaken van de therapeutische ateliers van dokter Baetens, psychiater en oprichtster van de vzw Atelier Tam-Tam. Het doel? Professionals in de gezondheidszorg opleiden in dubbele diagnoses – een verstandelijke beperking gecombineerd met geestelijke gezondheidsproblemen of ontwikkelingsstoornissen – en de levenskwaliteit van patiënten en hun gezinnen verbeteren. De opleidingen vinden plaats in Ukkel, in dezelfde omgeving als de patiënten, en wisselen praktijk af met theorielessen. Het team van Hospichild ging er op bezoek.

Het gaat om een educatief en therapeutisch project, met als doel om de levenskwaliteit van kwetsbare personen te verbeteren. Het idee is ook om het geestelijke gezondheidsnetwerk en de mobiele bijstandsteams te ontlasten. Aan de ene kant is er dus de wens om een zekere mate van stabiliteit en rust te brengen door middel van therapeutische ateliers voor mensen met een dubbele diagnose, die ernstige en complexe problemen hebben die vaak gepaard gaan met agressieve uitbarstingen naar zichzelf en anderen toe. Anderzijds is het ook de bedoeling om hoogwaardige opleidingen aan te bieden aan professionals in de sector (theorielessen, seminaries, workshops, deelname aan therapeutische ateliers zoals pottenbakken, koken of tuinieren met patiënten met een dubbele diagnose).

Oorsprong van het project

Dokter Baetens broedde al enkele jaren op het idee. Ze wou haar dertig jaar ervaring in de psychiatrische sector graag inzetten om therapeutische ateliers te bestendigen die patiënten ademruimte bieden en het netwerk actief houden. Hiervoor wou ze een uniek en aangepast kader ontwikkelen waarnaar patiënten kunnen worden doorverwezen door de hulpverleners van het netwerk. Dokter Baetens en haar team hebben daarnaast een opleiding op maat van professionals ontwikkeld. Atelier Tam-Tam, dat door het RIZIV erkend is als opleidingscentrum voor geestelijke gezondheid, werd in 2024 opgericht dankzij de hulp van verschillende overheidspartners zoals Vivalis, Iriscare, de Koning Boudewijnstichting en verschillende verenigingen.

De opleiding is ontworpen om zorgprofessionals op te leiden, hen de hulpmiddelen aan te reiken die ze nodig hebben om al dan niet therapeutische technieken te ontwikkelen, maar vooral om ze het vertrouwen te geven om open te staan voor anderen, met al hun verschillen en overeenkomsten, en niet langer schrik te hebben.” Godelieve Baetens, arts-psychiater en oprichtster van de vzw Atelier Tam-Tam, en expert van de Hoge Gezondheidsraad.

De opleiding van Atelier Tam-Tam

De opleiding is bedoeld voor alle professionals in de gezondheidszorg die meer willen leren over dubbele diagnoses. Per academiejaar is er plaats voor twaalf deelnemers. De professionals komen terecht in een leeromgeving en ontmoetingsplaats waar ze deelnemen aan therapeutische ateliers voor patiënten die zorg krijgen en hun kennis vergroten. De opleiding combineert theorie met praktijk en wordt gegeven door universiteitsprofessoren en veldwerkers die dokter Baetens tijdens haar carrière heeft ontmoet en persoonlijk heeft uitgekozen om een specifiek onderdeel van dubbele diagnose te behandelen. De theorie is noodzakelijk om te begrijpen welke uitdagingen er zijn wanneer patiënten zich afreageren of zichzelf (zelfverminking) of anderen pijn doen. De theorie wordt vervolgens toegepast tijdens seminaries met casestudy’s die worden aangereikt door het team van opleiders. De deelnemende professionals kunnen ook zelf specifieke gevallen aanbrengen die ze hebben meegemaakt. Ten slotte worden de studenten gevraagd om deel te nemen aan de therapeutische ateliers die op dezelfde locatie worden gehouden; eerst als waarnemers, dan als begeleiders – waarbij ze de groep ondersteunen – en uiteindelijk zullen ze zelf ateliers leiden.

De therapeutische ateliers zijn bedoeld om patiënten op hun gemak te stellen en hun kennis op te bouwen. Door hun ernstige pathologieën is het belangrijk om met slechts vijf patiënten in één ruimte te werken zodat interacties worden aangemoedigd. De ateliers duren ongeveer anderhalf uur, met een ritueel aan het begin en een ritueel aan het einde, en worden aangepast aan het tempo van elke deelnemer.” Maryam Nouri, coördinatrice van de vzw Atelier Tam-Tam.

→ Naar de website van Atelier Tam-Tam

Therapeutische ateliers

De ateliers vertrekken vanuit een democratische benadering: ze zijn toegankelijke voor personen van alle achtergronden die tegelijk een intellectuele beperking en een geestelijk gezondheidsprobleem of ontwikkelingsstoornis hebben. Om de patiënten te helpen die daar het meeste nood aan hebben, worden ze door de professionals in het netwerk van dokter Baetens doorverwezen. Elk atelier biedt plaats aan maximaal vijf personen die worden behandeld door twee professionals; terwijl de een de dans leidt en kennis opbouwt, zorgt de ander voor ondersteuning en veiligheid. Om de voordelen waar te nemen, is de duur van de ateliers vastgesteld op zes maanden.

Tijdens de ateliers beginnen de opleiders met heel eenvoudige handelingen om ervoor te zorgen dat elke deelnemer kan volgen en begrijpt wat er gebeurt. “Na enkele sessies voegen we een paar verschillen toe zonder het atelier te complex te maken. Want je moet beseffen dat onze doelgroep moeilijk nuances kan begrijpen: het is vaak zwart of wit. Tijdens onze ateliers hechten we veel belang aan de omgang met verschillen.” Godelieve Baetens, arts-psychiater en oprichtster van de vzw Atelier Tam-Tam, en expert van de Hoge Gezondheidsraad.

Andere online opleidingen

Er worden ook opleidingen aangeboden door de vzw La santé interactive, waar dokter Baetens deel van uitmaakt. Op haar website vinden we de volgende beschrijving: “‘La santé interactive’ heeft als doel de gezondheid en het welzijn van professionals en burgers te verbeteren door kennis, leerhulpmiddelen en therapeutische benaderingen te ontwikkelen en te delen, met name op het gebied van geestelijke gezondheid en ethiek.” Die vzw biedt opleidingen aan over de volgende thema’s: beslissingen nemen in teamverband, inleiding tot verslavingen, transidentiteit en zelfverminking. Het gaat in dit geval om interactieve, online opleidingen (video’s, tests, uitdagingen, intervisies, fora) om het leren dynamisch, gebruiksvriendelijk en intuïtief te maken. Aan het einde wordt een certificaat uitgereikt als de online tests voor de verschillende opleidingsmodules succesvol zijn afgerond.

Door in te zetten op betere interpretatievaardigheden, geven we onszelf een kans om zowel onze relaties met onze medemensen als ons eigen welzijn te verbeteren. Daarom bieden we opleidingen aan in het fascinerende domein van geestelijke gezondheid en ethische reflectie. Vzw La santé interactive

→Vzw La santé interactive

Tekst en opmaak: Samuel Walheer

LEES OOK: