Nieuws

G-sport – sport voor iedereen! Een nieuwe pagina op Hospichild

Op Hospichild is onlangs een pagina over G-sport verschenen. G-sport is een sport die wordt beoefend door mensen met een lichamelijke of zintuiglijke handicap, waarbij de regels werden aangepast. Het platform, dat zich richt tot ouders van ernstig zieke kinderen en personen met een handicap, wordt regelmatig bijgewerkt. Vanuit diezelfde dynamiek heeft G-sport nu ook een plaats gekregen op de website van Hospichild, in de rubriek Handicap.

Het is niet eenvoudig om een sportieve activiteit te starten wanneer men door een ongeval of ziekte, bij de geboorte of later in het leven van de ene op de andere dag zijn lichamelijke of mentale vaardigheden ziet achteruitgaan.. Sport kan een uitstekende manier zijn om weer zin in het leven te krijgen. Het biedt immers tal van voordelen: welzijn, sociale contacten, veerkracht, minder stress, geduld, een betere nachtrust, enz. Zichzelf nieuwe doelen in het leven stellen is nooit negatief, integendeel. En als organisaties een handje helpen, werkt dat altijd extra motiverend.

Goed om te weten

Op deze nieuwe pagina over G-sport heeft het team van Hospichild de belangrijkste nuttige en praktische informatie verzameld. Het was namelijk de bedoeling om een brug te slaan tussen alle belangrijke spelers uit de G-sport: referentiewebsites, federaties voor aangepaste sporten, G-sportclubs, enz. Ook doping komt aan  bod. Dit is een thema waar Vivalis (waarvan Hospichild deel uitmaakt) bijzondere aandacht aan besteedt.

De pagina over G-sport vormt dus een aanvulling op de reeds bestaande rubriek Handicap. Die rubriek behandelt ook andere aspecten die verband houden met de beperking van het kind en de jongere: begeleiding, verhoogde kinderbijslag, revalidatie, financiële ondersteuning, mobiliteit, huisvesting, onthaal- en dagcentra, onderwijs en handicap, vrije tijd/ontspanning/respijt en G-sport. Actoren uit de sector worden uitgenodigd om de pagina aan te vullen door contact met ons op te nemen via e-mail: info@hospichild.be

→ Bekijk de pagina over G-sport 

Een woordje uitleg over G-sport

G-sport is vooral bekend geworden dankzij de Paralympische Spelen en geniet vandaag brede erkenning. De meeste G-sporten zijn gebaseerd op bestaande sporten. Sommige sporten zijn echter specifiek ontwikkeld voor personen met een handicap. Zo verwijst de term “aangepaste sporten” naar sporten die worden beoefend door personen met een verstandelijke beperking. Voor andere beperkingen zijn de meeste sporten bij het grote publiek bekend, maar met aangepaste regels, zoals rolstoelbasketbal, paracycling of blindenvoetbal (voetbal voor slechtzienden of blinden). Verschillende verenigingen zetten zich dagelijks in om sportbeoefening voor iedereen toegankelijk te maken. Deze organisaties bieden onvoorwaardelijke ondersteuning voor zowel recreatieve sport als topsport: sportfederaties, sportverenigingen of clubs die zich toeleggen op een specifieke sport.

Samuel Walheer

 

Zelfmoordpreventie bij jongeren: een belangrijke uitdaging op het gebied van geestelijke gezondheid

Op 10 september is het Werelddag Suïcidepreventie. De cijfers bij jongeren zijn alarmerend, zowel in de Franse Gemeenschap als in Frankrijk en veel andere landen. Voor ouders, naasten en professionals uit de gezondheidszorg en het onderwijs, maar ook uit de politiek, vormt dit een belangrijke uitdaging. 

Het Centre de Prévention du Suicide, de belangrijkste organisatie voor zelfmoordpreventie in Franstalig België, werkt sinds kort samen met Infrabel, de beheerder van het Belgische spoorwegnet. Enerzijds om mensen met donkere gedachten beter te kunnen doorverwijzen en anderzijds om de gespecialiseerde hulp van het centrum onder de aandacht te brengen, met name de gratis anonieme hulplijn die de klok rond bereikbaar is: 0800 32 123.

Zorgwekkende cijfers  

De meest recente cijfers (2019) over zelfmoord bij jongeren in België zijn alarmerend. In de Franse Gemeenschap is zelfmoord bij jongens tussen 15 en 24 jaar zelfs de tweede doodsoorzaak, na verkeersongevallen, en vertegenwoordigt 20% van de overlijdens. Zelfmoordgedachten komen volgens de cijfers voor bij 20% tot 30% van de jongeren.

In de Franse Gemeenschap is zelfmoord bij meisjes van dezelfde leeftijd de derde doodsoorzaak, met een aandeel van 12%.Volgens het Centre de Prévention du Suicide worden meisjes van 14 tot 16 jaar vijf keer vaker dan jongens van dezelfde leeftijd in het ziekenhuis opgenomen ten gevolge van een zelfmoordpoging. Bij jongens hebben die pogingen echter veel vaker een dodelijke afloop dan bij meisjes.

Daarom is het cruciaal dat ouders en personen in de schoolomgeving en sociale omgeving van kwetsbare jongeren donkere gedachten en de verschillende signalen daarvan herkennen: risicogedrag, zelfverminking, somatisering, spijbelen, verslechtering van de schoolresultaten, sterke angsten, isolement, piekeren, enz.

Profiel van jongeren die risico lopen 

Zoals Partenamut in 2022 benadrukte in zijn artikel “Suicide des jeunes: comment éviter le pire ?“, is het moeilijk om een profiel op te stellen van de jongeren die risico lopen, wat zelfmoordpreventie zeer complex maakt. Sommige geestelijke gezondheidsproblemen, zoals depressie, zijn risicofactoren, maar zelfmoord kan eender wie treffen. Zelfs een jongere die er heel gelukkig uitziet, kan donkere gedachten verbergen.

De afgelopen jaren heeft pesten op school en op sociale media geleid tot de zelfmoord van verschillende jonge tieners. In de strijd tegen cyberpesten wordt momenteel gewerkt aan belangrijke wetshervormingen, internationale actieplannen en strengere meldingsmaatregelen. In dat verband reikt de Conseil supérieur de l’éducation aux médias een preventietool aan: “Comment prévenir le cyberharcèlement par l’éducation aux médias ?“, beschikbaar via download of op bestelling.

Seksueel misbruik van jongeren en een vroege verbreking van de band tussen moeder en kind worden ook genoemd als belangrijke oorzaken van zelfmoordpogingen bij jongeren.

Krijgen jongeren die het moeilijk hebben de behandeling die ze nodig hebben en worden ze doorverwezen naar professionals uit de geestelijke gezondheidszorg? Kunnen ze snel terecht bij de diensten en beantwoorden die aan de toenemende nood bij jongeren? Beschikt het onderwijs over voldoende middelen, informatie en mogelijkheden om bij een vermoeden snel een professional uit de geestelijke gezondheidszorg in te schakelen?”  

Hoe kan zelfmoord voorkomen worden?

Een belangrijke vraag is of zelfmoord in bepaalde gevallen voorkomen had kunnen worden door preventie. In dat verband organiseren de Cliniques Universitaires Saint-Luc en het Centre de Prévention du Suicide een evenement op 10 september 2026 om professionals en naasten te informeren en bewust te maken: “Prévention du suicide : parlons-en pour mieux agir“: stand met informatie, uitwisselingen en bewustmaking, conferentie voor zorgprofessionals.

Een paar interessante externe bronnen (in het Frans):

Wanhoop van ouders van jongeren met mentale problemen 

Het team van Hospichild ontvangt dagelijks vragen van ouders en professionals. Een van de onderwerpen is de geestelijke gezondheid van jongeren. Sommige van die vragen lijken meer op dringende noodoproepen. Ouders zeggen: “de diensten zijn verzadigd, we kunnen moeilijk een kinderpsychiater vinden die snel beschikbaar is”, “er is geen enkele plaats vrij voor mijn dochter, die aan anorexia lijdt”, “mijn kind wil niet meer naar school, wat zijn de alternatieven?” enz.

Daarom willen we meer informatie over geestelijke gezondheid aanreiken en werken we aan een nieuw luik over geestelijke gezondheid bij kinderen en jongeren, dat binnenkort beschikbaar zal zijn.

Emmanuelle Vanbesien 

 LEES OOK: 

Extreme vroeggeboorte: meer dan een op de drie moeders vertoont ernstige symptomen van posttraumatische stress

Uit een grootschalig Nederlands onderzoek dat werd gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Pediatrics blijkt dat veel ouders – en voornamelijk moeders – van extreem vroeg geboren baby’s ernstige symptomen van posttraumatische stress vertonen die klinisch zorgwekkend zijn. Onderzoekers pleiten ervoor dat psychologische ondersteuning van de ouders een volwaardig onderdeel wordt van de neonatale zorg.

Wanneer een baby geboren wordt vóór de 29e week van de zwangerschap, gaat hij een bijzonder zware behandelingsperiode tegemoet. Intensieve zorgen, voortdurende monitoring, onderzoeken, invasieve ingrepen of soms operaties: als ouder voel je je machteloos en maak je je zorgen over de overlevingskansen en gezondheidstoestand van je baby. In een interview met de Nederlandse nieuwsdienst NOS beschrijft Lotte Haverman, hoogleraar en onderzoeker van het Emma Kinderziekenhuis en het Amsterdam UMC, deze ervaring:

“Ouders ervaren dan vaak enorme machteloosheid Ze moeten toekijken hoe ingrijpende handelingen op hun pasgeboren kind worden verricht en dat is zonder meer een schokkende ervaring.”

Meer dan 200 gezinnen werden gevolgd

De studie maakt deel uit van het Nederlandse nationale project HIPPO (Happiness for the Improvement of Premature and Parental Outcome), waaraan alle neonatale intensive care-afdelingen van Nederland hebben deelgenomen. De onderzoekers hebben 446 baby’s gevolgd die vóór de 29e week van de zwangerschap zijn geboren. De ouders van 217 gezinnen hebben op verschillende momenten vragenlijsten ingevuld over hun geestelijke gezondheid: kort na de geboorte, een maand later en rond de oorspronkelijk geplande bevallingsdatum. De onderzoekers hebben onder andere de symptomen van posttraumatische stress en depressie onderzocht, evenals verschillende factoren die het risico op psychische problemen kunnen vergroten of verkleinen: psychosociale voorgeschiedenis, stress tijdens de zwangerschap of het ziekenhuisverblijf, de gezinssituatie en de sociale steun.

Symptomen die kunnen aanhouden

Uit de resultaten blijkt dat de psychologische problemen niet beperkt blijven tot de eerste dagen na de bevalling. De symptomen van posttraumatische stress bereiken hun hoogtepunt rond de datum waarop de baby normaal gesproken geboren zou worden. Die worden dan ervaren door 35,1% van de moeders en 16,4% van de vaders.

  • De depressieve symptomen evolueren anders. Bij moeders bereiken deze symptomen hun hoogtepunt in de eerste weken na de bevalling, waarbij 39,5% klinisch hoge symptomen vertoonde. Bij vaders treedt de piek later op, rond de verwachte bevallingsdatum, en gaat het om 24,3 % van hen.
  • De waargenomen symptomen kunnen verschillende vormen aannemen: herbelevingen, aanhoudende angst, vermijdingsgedrag, negatieve gevoelens of een verhoogd stressniveau.

“Ik hoef nog maar het ontsmettingsmiddel te ruiken …”

In het artikel over de studie geeft NOS ook het woord aan Tatiana van Lier, wier zoon 14 jaar geleden na 27 weken zwangerschap werd geboren. Na zijn geboorte kreeg haar baby verschillende neurologische complicaties en moest hij al na enkele weken een hersenoperatie ondergaan. Zelfs vandaag de dag brengen bepaalde geluiden of geuren haar weer helemaal terug naar die tijd:

“Ik hoef maar piepjes van een hartmonitor te horen of het handontsmettingsmiddel in ziekenhuizen te ruiken en ik ben weer helemaal terug op de kinder-IC. Ik denk dat we iedere 10 seconden wel een keer dachten dat hij doodging.”

Haar zoon heeft het overleefd en verkeert nu in goede gezondheid. Maar hoewel de angstgevoelens in de loop der jaren sterk zijn afgenomen, zijn ze niet helemaal verdwenen.

Gemeenschappelijke risicofactoren, maar ook verschillen tussen moeders en vaders

Uit het onderzoek blijkt dat sommige ouders meer risico lopen dan anderen. Bijzonder moeilijke ervaringen uit het verleden, reeds bestaande psychische problemen en een hoog stressniveau tijdens de zwangerschap of het ziekenhuisverblijf worden in verband gebracht met meer symptomen bij zowel moeders als vaders. Bij spelen ook andere factoren een rol: de gezondheidstoestand en de blootstelling van de baby aan stressvolle gebeurtenissen, het aantal kinderen dat het gezin al heeft en de ervaren sociale steun. Deze verschillen laten zien hoe belangrijk het is om ouders niet als een homogene groep te beschouwen en de specifieke behoeften van moeders en vaders beter in kaart te brengen.

Wanneer de geestelijke gezondheid van de ouders ook die van het kind beïnvloedt

Het gaat hier niet alleen om het welzijn van de volwassenen. Onderzoekers wijzen erop dat de psychische gezondheid van ouders een invloed kan hebben op de omgang met hun kind en mogelijk zelfs op de ontwikkeling van het kind. Dit is vooral belangrijk bij kinderen die zeer vroeg geboren zijn en al een groter risico lopen op bepaalde problemen, met name op sociaal-emotioneel vlak. Lotte Haverman benadrukt tegenover NOS het belang van deze ouder-kindrelatie: “Die is cruciaal voor een kind om gezond op te groeien.”

Psychologische ondersteuning als integraal onderdeel van de zorgverlening

Onderzoekers willen nu dat de geestelijke gezondheid van ouders systematischer wordt opgevolgd wanneer een kind zeer vroeg geboren is. Tot nu toe lag de aandacht vanzelfsprekend vooral op de baby en op de medische noodsituatie. Maar volgens Lotte Haverman moet de behandeling voortaan breder worden bekeken. Ze vat het voor NOS als volgt samen:

“Het welzijn van het kind op de lange termijn begint bij de ouders, daarom moeten we ook hun zorg goed organiseren als ze dat nodig hebben.”

De onderzoekers willen met name ouders die ernstige symptomen ontwikkelen sneller kunnen opsporen, zodat ze hen passende hulp kunnen bieden. Amsterdam UMC noemt ook de mogelijkheid om bepaalde therapieën, zoals EMDR, systematischer te evalueren bij ouders die de vroeggeboorte van hun kind als een traumatische gebeurtenis hebben ervaren.

 

LEES OOK:

Terwijl sommige kinderen weer naar school gaan, liggen andere nog in het ziekenhuis

Terwijl schooltassen, schriften en etuis weer tevoorschijn worden gehaald, zullen sommige kinderen bij de start van het nieuwe schooljaar niet terugkeren naar hun klaslokaal. Ziekte, behandelingen, ziekenhuisopname of herstel dwingen hen soms om hun schoolopleiding thuis of vanuit hun ziekenhuiskamer voort te zetten. In België zorgen ClassContact en Bednet ervoor dat deze leerlingen contact kunnen houden met hun school. Want naast de schoolse uitdaging is er nog een andere, even essentiële uitdaging: deel blijven uitmaken van de klas en, voor zover mogelijk, een kindleven blijven leiden.

Voor duizenden kinderen betekent het einde van de vakantie dat ze weer naar school gaan, hun vriendjes en vriendinnetjes weerzien, kennis maken met een nieuwe leerkracht of naar een nieuwe klas gaan. Voor anderen zal de eerste schooldag thuis of in een ziekenhuiskamer plaatsvinden.

Niet iedereen kan terug naar school

Wanneer een kind vanwege een lichamelijke of psychische aandoening, een ongeval, een operatie of een langdurige behandeling niet naar school kan gaan, betekent die afwezigheid niet alleen dat hij of zij lessen mist. Beetje bij beetje staan ze ook verder van hun klasgenootjes: de gesprekken tussen leerlingen, de anekdotes, het groepswerk, de pauzes en het gevoel deel uit te maken van een groep. Het recht op onderwijs verdwijnt echter niet door ziekte. In België zijn er verschillende hulpmiddelen om die band te behouden.

ClassContact voortaan “centrale operator” in de Federatie Wallonië-Brussel

Aan Franstalige kant biedt de vzw ClassContact, die sinds 2006 actief is, leerlingen die om medische redenen afwezig zijn de mogelijkheid om de lessen in hun eigen klas vanop afstand live te volgen. Een computer, een camera en internetverbinding vormen als het ware een venster tussen het kind dat thuis of in het ziekenhuis is en zijn of haar school. Zo kan de leerling naar de leerkracht luisteren, aan de les deelnemen en met zijn klasgenoten communiceren. De dienst is gratis voor gezinnen en scholen.

“Het schooljaar 2025-2026 zal een echte ommekeer vormen”, zegt ClassContact verheugd. De vereniging is namelijk aangewezen als centrale operator voor synchroon onderwijs via internet in de Federatie Wallonië-Brussel. Een belangrijke institutionele erkenning, met de ambitie om tegen 2028 jaarlijks tot 400 leerlingen te kunnen connecteren.

De eerste cijfers van dit nieuwe sleuteljaar geven al een idee van de behoeften: in het schooljaar 2025-2026 namen 143 kinderen verspreid over 119 scholen online deel aan de lessen, wat neerkomt op een stijging van 52% ten opzichte van het voorgaande jaar. De gemiddelde duur van de begeleiding bedraagt 3,5 maanden en het slaagpercentage ligt op 80%. Momenteel maken vooral leerlingen uit het middelbaar onderwijs gebruik van het systeem: zij maken 60,3% uit van de begeleide kinderen, tegenover 36,2% in het basisonderwijs en 3,5% in het kleuteronderwijs.

Aan Nederlandstalige kant heeft Bednet dezelfde missie

In Vlaanderen en in het Nederlandstalige onderwijs in Brussel biedt Bednet deze vorm van synchroon internetonderwijs aan. Het principe is vergelijkbaar: wanneer een kind of tiener gedurende een langere periode of regelmatig niet naar school kan gaan, kan hij of zij de lessen van zijn of haar eigen klas online volgen, vanuit de woonplaats, een ziekenhuis of een revalidatiecentrum. Dankzij dit systeem kunnen leerlingen verder leren, maar ook hun dagelijkse routine en het contact met hun klasgenoten behouden. Het kan bovendien worden gecombineerd met deeltijdse aanwezigheid op school of andere onderwijsvormen tijdens de ziekte.

Uit de cijfers blijkt dat er grote vraag is naar dit soort onderwijs. In 2025 hebben 2.463 kinderen en jongeren hun lessen via Bednet gevolgd, wat neerkomt op een stijging van 21% ten opzichte van 2024. Van hen zat 81% op de middelbare school, 18% op de basisschool en 1% op de kleuterschool. Sinds de oprichting van Bednet maakt bijna de helft van de Vlaamse scholen al gebruik van het systeem.

Gewoon kind zijn, ook in het ziekenhuis

Het is essentieel om te blijven leren en contact te houden met de klasgenootjes. Maar voor kinderen die in het ziekenhuis liggen, bestaat het dagelijks leven niet alleen uit zorg en onderwijs. Ze kunnen er ook rekenen op talrijke initiatieven die zorgen voor momenten vol spel, creativiteit en onbezorgdheid. Hospichild heeft er al een aantal in de kijker gezet zoals de muzikanten van “Une note pour chacun”, de artiesten van “Pont des Arts” en “de Docteurs ZinZins”, die langsgaan bij jonge patiënten om muziek, verhalen en plezier naar het ziekenhuis te brengen.

Onlangs hebben de Cliniques universitaires Saint-Luc zoötherapieworkshops georganiseerd voor kinderen op de afdelingen oncologie en hematologie. Door het contact met dieren kunnen ze even afstand nemen van de behandelingen en een rol herontdekken die ze tijdens hun ziekte soms uit het oog verliezen: die van zelf voor anderen te zorgen.

 

LEES OOK:

Komend schooljaar wapenen we ons beter tegen pesten

Ter gelegenheid van de Internationale Dag van de Jeugd op 12 augustus vragen de Verenigde Naties aandacht voor de uitdagingen en kansen waarmee jongeren over de hele wereld te maken hebben. Daarom lanceren de VN een campagne die met de slogan “Different Contexts, Common Aspirations” het welzijn van jongeren in de kijker zet. Zowel in hun vrije tijd als op school moeten jongeren zich vrij en veilig kunnen voelen. Pesten kan dat soms flink in de weg staan. Ermee om kunnen gaan is dus belangrijk, en daar bestaan gelukkig hulpmiddelen voor. 

Pesten op school speelt een steeds grotere rol in gezinnen en er worden dan ook best veel initiatieven genomen om dat probleem tegen te gaan. Zo is er de website Réseau Prévention Harcèlement, het platform HOPE en de vereniging L’Anatole die kinderen met schoolangst ondersteunt. De meest recente actie werd bedacht door verzekeringsmaatschappij AXA (in samenwerking met de vzw Kies Kleur tegen Pesten) en heet Escape Bullying. Met die escape game, die je zowel in Brussel als online kan spelen, leer je de signalen van pesten op school herkennen en er gepast op reageren. En in oktober zetten verschillende verenigingen en media opnieuw hun schouders onder de STIP-IT-actie.

Escape game tegen pesten

Met onder andere een opvallende reclamespot, posters en een specifieke website wil AXA zijn campagne tegen pesten, die net voor het nieuwe schooljaar gepland is, zo goed mogelijk onder de aandacht brengen. De verzekeringsmaatschappij legt in een paar punten uit wat pesten precies is:

  • Het gebeurt met de bedoeling om te kwetsen, het herhaalt zich en er is sprake van een machtsonevenwicht.
  • Het kan fysiek, verbaal, sociaal (door uitsluiting) of digitaal (cyberpesten) zijn.
  • Wordt je kind gepest en heeft het nood om erover te praten? Neem contact op met een vertrouwenspersoon binnen de school om de situatie te bespreken. Het nummer 102 biedt eveneens een begripvol luisterend oor en is volledig anoniem.

AXA biedt ouders een Rechtsbijstand Privéleven aan, met experts die alles opvolgen om de rechten van gepeste kinderen te verdedigen. Je kan ook psychologische ondersteuning krijgen. Tot slot kan de gratis online game Escape Bullying een eerste hulpmiddel zijn om over pesten te praten, ook zonder dat je die verzekering hebt afgesloten. Daarmee leer je de signalen van pesten op school herkennen en hoe je er gepast op kan reageren. Je kan de game gratis online spelen of in een immersieve escape room in Brussel.

Réseau Prévention Harcèlement

Het Franstalige preventienetwerk tegen pesten Réseau Prévention Harcèlement biedt professionals uit verschillende sectoren de kans om voortdurend na te denken over problemen in verband met pesten en deelt nuttige informatie. Het stelde een specifiek stappenplan op om zowel ouders als schooldirecteurs te helpen die zich afvragen wat ze moeten doen als een kind gepest wordt. Het antwoord omvat verschillende stappen:

  • Voorkomen: preventie staat centraal bij pesten. Projecten om pesten te voorkomen kunnen allerlei vormen aannemen. Het is belangrijk om contacten te leggen met actoren uit het netwerk en samen na te denken over het geplande preventieproject.
  • Ermee omgaan: de actoren die rechtstreeks ingrijpen bij pesten zijn schaars en vaak overvraagd. Met de informatie op de website van RPH kan je jezelf bijscholen om zo snel mogelijk in actie te kunnen komen.
  • Een actor uit het netwerk zoeken: via een overzicht van de belangrijkste Franstalige actoren kan je rechtstreeks contact met hen opnemen.
  • Een hulpmiddel zoeken: de website biedt ook een overzicht van meer lokale acties van verenigingen, universiteiten en buurten.

Onderlinge slachtofferhulp

De ontelbare slachtoffers van pesten en hun naasten kunnen hun bekommernissen en pijn delen en hulp vinden op het Franstalige platform HOPE en zijn Facebookgroep.

We geloven in de kracht van gezamenlijke actie. Door jongeren, gezinnen en instellingen erbij te betrekken, bouwen we een solidair en geëngageerd netwerk om samen tegen pesten te strijden”, lezen we op de website van HOPE.

De Franstalige vereniging L’Anatole focust dan weer op schoolangst, die vaak het gevolg is van pesten. De twee oprichters ervan kregen te maken met schoolangst bij een van hun kinderen. Omdat ze in Brussel geen oplossingen konden vinden, hebben ze in 2019 zelf een organisatie opgericht die ouders helpt met dit probleem, dat bij 1 tot 5% van de schoolgaande kinderen voorkomt. → L’Anatole

STIP-IT: vier punten op je hand, vier concrete acties

Met de actie STIP-IT willen Ketnet en de vzw Kies Kleur tegen Pesten in oktober kinderen aanmoedigen om zich te verzetten tegen pesten en hun laten voelen dat ze er niet alleen voor staan. STIP-IT is inmiddels algemeen bekend in Vlaanderen en Brussel, en zorgt ervoor dat kinderen elkaar kunnen steunen en samen in actie kunnen komen tegen pesten.

Want pesten is niet oké, en samen kunnen we er iets aan doen!” Dat schrijft de VRT in een artikel over de STIP-IT-actie.

Het idee is eenvoudig: teken vier stippen, die samen een vierkant vormen, op de rug van je hand. Elke stip staat voor een duidelijke belofte:

  • Ik vind pesten niet oké, en zal er nooit aan meedoen.
  • Ik praat erover als pesten mij bang of verdrietig maakt.
  • Ik sluit niemand uit, voor mij hoort iedereen erbij!
  • Ik zal altijd proberen op te komen voor iemand die gepest wordt.

 

LEES OOK: