Nieuws

Verlenging vaderschapsverlof bij ziekenhuisopname baby: Vooruit herhaalt zijn wetsvoorstel

Federaal parlementslid Anja Vanrobaeys heeft onlangs een wetsvoorstel ingediend om het vaderschapsverlof te verlengen als de baby in het ziekenhuis wordt opgenomen, wat vaak te wijten is aan vroeggeboorte. Sinds 2023 zijn er verschillende van dit soort voorstellen in het parlement ingediend, maar zonder resultaat. In deze nieuwe regeerperiode herhaalt Vooruit daarom zijn verzoek. Drie jaar later is de doelstelling nog steeds dezelfde: het risico voor een te vroeg geboren kind om al snel van zijn ouders te worden gescheiden, verlagen.

Ter herinnering: sinds 2023 bedraagt het vaderschapsverlof in België 20 dagen. Als een pasgeborene in het ziekenhuis moet blijven, kun je het verlengen met ouderschapsverlof of onbetaald verlof, maar dat laatste brengt de vader in een lastige situatie. Moeders kunnen in zo’n geval hun moederschapsverlof al verlengen. Dat begint dan pas officieel nadat de baby uit het ziekenhuis komt. Vooruit wil dat vaders hetzelfde voordeel krijgen en tot zestien weken bij hun baby in het ziekenhuis kunnen blijven, boven op de wettelijke twintig dagen.

“De wet biedt vaders die mogelijkheid niet”

In een interview met Belga vindt Anja Vanrobaeys het jammer dat “de wet die mogelijkheid niet biedt aan vaders en co-oudersNa vier weken loopt hun verlof onvermijdelijk af. En dat terwijl deze periode voor beide ouders zwaar en emotioneel belastend is, met dagelijkse ziekenhuisbezoeken.

Ze wil die ongelijkheid verminderen en de vader een volwaardige rol geven op een moment waarop zijn aanwezigheid onmisbaar is voor het evenwicht in het gezin.

Terug naar het vorige voorstel

In de ontwikkelingen die in 2023 naar voren zijn gebracht in het voorstel van resolutie met betrekking tot de verlenging van het geboorteverlof voor vaders en co-ouders bij de ziekenhuisopname van een pasgeboren kind, schreven Sophie Thémont en een aantal medeondertekenaars van de PS en Vooruit het volgende: “Hoewel men zich in België sinds 2002 steeds meer heeft toegelegd op wetgeving die duidelijk gericht is op meer levenskwaliteit en op meer gelijkheid tussen de ouders, tussen mannen en vrouwen, zijn de indieners thans van oordeel dat een volgende stap nodig is op het gebied van verlof, wanneer de pasgeborene in het ziekenhuis wordt opgenomen. De indieners sluiten zich dan ook aan bij de aanbeveling van het KCE in diens verslag: 

Verleng het geboorteverlof voor vaders/meeouders van wie het pasgeboren kind bij de geboorte in een ziekenhuis wordt opgenomen, analoog aan de verlenging van het postnataal verlof voor moeders in geval van langdurige opname van de pasgeborene.'”

Vroege scheiding heeft gevolgen

Het is aangetoond dat er ernstige gevolgen kunnen zijn voor de ontwikkeling van het kind als een pasgeboren baby – en zeker een premature baby – van zijn ouders wordt gescheiden. Dat heeft de vereniging De babyknuffelaars heel goed begrepen. Ze probeert de tekortkomingen van het systeem te verhelpen. Het is de bedoeling dat ze een aanvulling vormen. Ze ondersteunen de ouder-kindrelatie door ervoor te zorgen dat de allerkleinsten menselijk contact kunnen blijven krijgen wanneer ze het meest kwetsbaar zijn. De rustgevende aanwezigheid van de babyknuffelaar bevordert het welzijn van de baby’s en herinnert eraan hoe belangrijk het is om in de zorg ook rekening te houden met het emotionele aspect, naast de medische handelingen. Het gaat er niet om de vader of co-ouder te vervangen, maar wel om een belangrijke en noodzakelijke ondersteuning voor de baby te bieden, in afwachting van een reactie van de regering.

Vroeggeboorte

De afgelopen tien jaar zijn er wereldwijd ongeveer 152 miljoen baby’s te vroeg geboren volgens een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) en het Kinderfonds van de Verenigde Naties (UNICEF) dat op woensdag 10 mei 2023 werd gepubliceerd. Een op de tien baby’s wordt te vroeg geboren – en elke veertig seconden sterft een van hen. In België wordt 7 tot 8% van de baby’s te vroeg geboren. In 80% van de gevallen weten de ouders dat van tevoren en kunnen ze zich erop voorbereiden. Er zijn drie gradaties van vroeggeboorte: extreem (vóór 28 weken), ernstig (tussen 28 en 32 weken) en matig (tussen 32 en 36 weken). Hoewel het aantal ernstig premature baby’s niet hoger is dan vroeger, is het aantal matig premature baby’s wel gestegen doordat vrouwen steeds later kinderen krijgen. Daarom is het nu des te belangrijker dat ook de vader bij de moeder en het kind kan blijven als de ziekenhuisopname langer duurt.

 

Sofia Douieb

LEES OOK:

Wereldhepatitisdag: “laten we komaf maken met de barrières!”

Op 28 juli is het Wereldhepatitisdag. Volgens Sciensano – onderzoekscentrum en nationaal volksgezondheidsinstituut in België – treft virale hepatitis nog steeds bepaalde meer kwetsbare bevolkingsgroepen, terwijl dat eigenlijk kan worden voorkomen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) lanceert op haar beurt een wereldwijde campagne met de slogan “Hepatitis: laten we komaf maken met de barrières!” Ze herhaalt hoe belangrijk het is om preventie te versterken, de toegang tot screening en zorg te verbeteren en vaccinatie te bevorderen als die beschikbaar is.

De WGO benadrukt ook dat, voor hepatitis A en B – twee van de vijf belangrijkste hepatitisvirussen (A, B, C, D en E) – vaccinatie een effectieve manier is om je te beschermen en deel uitmaakt van een algemene preventiestrategie, naast andere maatregelen die het infectierisico inperken.

{Persbericht van de WGO}

Hepatitis uitbannen tegen 2030

“Elk jaar op 28 juli is Wereldhepatitisdag de ideale gelegenheid om mensen bewust te maken van virale hepatitis en om maatregelen te promoten die ervoor moeten zorgen dat hepatitis tegen 2030 geen bedreiging meer vormt voor de volksgezondheid.

Wereldhepatitisdag 2026 kreeg de slogan ‘Hepatitis: laten we komaf maken met de barrières!’ Die roept op om de belemmeringen weg te nemen die mensen ervan weerhouden om toegang te krijgen tot mogelijk levensreddende behandelingen tegen hepatitis.

Effectieve vaccins, betrouwbare diagnoses en behandelingen tegen hepatitis B en C kunnen infecties voorkomen en levens redden. De campagne van 2026 is een oproep voor meer politiek engagement en duurzame investeringen om de toegang tot preventie, screening en behandeling uit te breiden en om komaf te maken met virale hepatitis als bedreiging voor de volksgezondheid tegen 2030.

Minder stigmatisering en betere toegang tot zorg

De regionale campagne benadrukt de cruciale rol van gemeenschappen in de strijd tegen virale hepatitis, vooral door het publiek bewust te maken, het stigma te verminderen en te pleiten voor een eerlijkere toegang tot screening en zorg.

De campagne maakt deel uit van een regionaal initiatief om verschillende ziekten uit te roeien, dat gebaseerd is op een geïntegreerde, persoonsgerichte aanpak van de uitroeiing van overdraagbare ziekten. In dat initiatief komen de inspanningen van verschillende programma’s samen dankzij gedeelde platforms voor het gezondheidszorgsysteem, de betrokken sectoren en de gemeenschappen, om zo de uitroeiingsdoelen sneller te bereiken.”

Voor het grote publiek

  • Laat je testen op hepatitis B en C.
  • Zorg ervoor dat er tijdens de zwangerschap systematisch op hepatitis B wordt getest en dat er, zo nodig, antivirale profylaxe wordt gegeven als onderdeel van de drievoudige uitroeiing van hiv, hepatitis en syfilis.
  • Geef pasgeborenen binnen 24 uur na de geboorte een dosis hepatitis B-vaccin en zorg ervoor dat ze alle doses krijgen waarin het vaccinatieschema voor kinderen voorziet.
  • Informeer je en praat met je zorgprofessional over het belang van vroege opsporing en behandeling.

Voor beleidsmakers, regeringen en nationale gezondheidsinstanties

  • Verhoog het bewustzijn en verbeter de vroege opsporing en behandeling, met speciale aandacht voor hoogrisicogroepen.
  • Zorg ervoor dat alle pasgeborenen het hepatitis B-vaccin krijgen, maak bloedtransfusies en injecties veiliger en breid risicobeperkingsdiensten uit.
  • Verbeter de toegang tot betaalbare in de eerstelijnszorg geïntegreerde screenings- en behandelingsdiensten, en breid het aanbod van geïntegreerde en betaalbare diensten voor de bestrijding van hepatitis uit.
  • Integreer de behandelingsdiensten voor hepatitis in de universele gezondheidsdekking, zodat screening en behandeling toegankelijker worden.
  • Betrek belanghebbende partijen en gemeenschappen om de financiering te ondersteunen en op gegevens gebaseerde vooruitgang te stimuleren.”

Meldingsplichtige ziekten

Ter herinnering, en zoals je op de website van Vivalis kunt lezen: “Om de volksgezondheid te beschermen, zijn gezondheidsprofessionals wettelijk verplicht om overdraagbare ziekten die voorkomen op de lijst van meldingsplichtige ziekten te melden.” Hepatitis A is een van deze ziekten en moet meteen worden gemeld zodra de diagnose is bevestigd.

Ziekten die een mogelijk gevaar vormen voor de bevolking en die dringende maatregelen vereisen, moeten onmiddellijk telefonisch worden gemeld op 02 552 01 91 na de diagnose (vermoedelijke en bevestigde gevallen) of bij een testresultaat waaruit de meldingsplicht volgt. Die telefonische melding wordt vervolgens binnen 12 uur bevestigd door een elektronische melding.”

 

Gedeeld door Sofia Douieb

 

LEES OOK:

100 jaar pediatrische revalidatie in het Zeepreventorium

In 2026 viert het Zeepreventorium in De Haan zijn honderdjarig bestaan. Al een eeuw lang begeleidt dit pediatrisch revalidatiecentrum kinderen en jongeren met chronische aandoeningen die nood hebben aan een globale en multidisciplinaire aanpak. Een essentiële opdracht, aangezien er in België maar weinig voorzieningen van dit type bestaan.

Gelegen midden in de duinen van de Belgische kust omschrijft het Zeepreventorium zichzelf als “een huis in de duinen”. Meer dan een medisch centrum is het een leefomgeving waar kinderen en jongeren leren omgaan met hun aandoening, meer zelfstandigheid ontwikkelen en zich voorbereiden op hun terugkeer naar huis.

Een koninklijk bezoek ter gelegenheid van het jubileum

Op 16 juni 2026 bracht koningin Mathilde een bezoek aan het Zeepreventorium naar aanleiding van het honderdjarig bestaan. Tijdens haar bezoek ontmoette zij jonge patiënten, hun families en de zorgteams. De koningin toonde bijzondere belangstelling voor aandoeningen die steeds vaker voorkomen bij jongeren, zoals eetstoornissen, bepaalde psychische moeilijkheden en chronische functionele pijnklachten. Deze problematieken vereisen vaak een multidisciplinaire aanpak en een sterke betrokkenheid van de ouders.

Daarnaast bezocht zij de nieuwe studio’s die werden ingericht om families te ontvangen en hun aanwezigheid tijdens het verblijf van hun kind te vergemakkelijken.

Alle foto’s van het koninklijk bezoek

Een opendeurdag om een eeuw geschiedenis te ontdekken

Ter gelegenheid van het jubileum organiseerde het Zeepreventorium een feestelijke opendeurdag. Bezoekers konden via een uitgestippeld parcours kennismaken met de evolutie van het centrum doorheen de voorbije honderd jaar.

Ze kregen de kans om historische en nieuwe ruimtes te verkennen, een nieuwe leefgroep in primeur te ontdekken, deel te nemen aan activiteiten voor kinderen en in gesprek te gaan met de medewerkers. Het evenement bood ook voormalige patiënten, families en zorgprofessionals de gelegenheid om herinneringen op te halen aan deze bijzondere plek, die al een eeuw lang duizenden kinderen met een chronische aandoening ondersteunt.

→ Meer info: Opendeurdag 100 jaar Zeepreventorium | Zeepreventorium

Patiënten van 0 tot 18 jaar

Het centrum verwelkomt patiënten van 0 tot en met 18 jaar. Heropname is mogelijk tot de leeftijd van 21 jaar. Voor jongeren met mucoviscidose geldt geen leeftijdsbeperking.

De verblijfsduur varieert van enkele weken tot een volledig jaar, afhankelijk van de revalidatienoden. Kinderen verblijven in kleine leefgroepen van acht tot tien leeftijdsgenoten, in een omgeving die speciaal is ontworpen met aandacht voor hun welzijn. Elk kind beschikt over een eigen kamer of deelt een kamer met maximaal één andere patiënt. Daarnaast zijn er ontspanningsruimtes en rustige plekjes waar kinderen zich kunnen terugtrekken.

Voor welke aandoeningen?

Het Zeepreventorium is gespecialiseerd in de begeleiding van kinderen en jongeren met chronische aandoeningen die een multidisciplinaire aanpak vereisen. Onder meer de volgende aandoeningen worden er behandeld:

  • mucoviscidose;
  • astma;
  • diabetes;
  • pediatrische obesitas;
  • bepaalde nierziekten;
  • chronische functionele stoornissen;
  • chronische pijn;
  • bepaalde eetstoornissen en psychologische problemen.

Het doel is niet alleen om symptomen te behandelen, maar ook om kinderen en hun gezinnen te helpen duurzame gewoonten aan te leren die thuis kunnen worden verdergezet.

Een globale en multidisciplinaire aanpak

Een van de belangrijkste kenmerken van het Zeepreventorium is de multidisciplinaire aanpak. Elk kind wordt begeleid door een team van onder meer artsen, verpleegkundigen, kinesitherapeuten, diëtisten, psychologen, logopedisten, opvoeders en maatschappelijk werkers.

Dankzij deze nauwe samenwerking kunnen alle aspecten van een chronische aandoening worden aangepakt: de medische, psychologische, sociale, schoolse en familiale dimensies.

Tijdens hun verblijf kunnen kinderen bovendien hun schoolopleiding verderzetten, zowel in het Nederlands als in het Frans, zodat hun leertraject zo weinig mogelijk onderbroken wordt.

Zeldzame maar onmisbare voorzieningen

Pediatrische revalidatiecentra die gespecialiseerd zijn in chronische aandoeningen zijn nog steeds schaars in België. Toch spelen ze een cruciale rol voor kinderen van wie de gezondheidstoestand meer vraagt dan een klassieke medische opvolging.

Deze centra bieden een unieke omgeving waarin jonge patiënten hun aandoening beter leren begrijpen, hun zelfstandigheid versterken, opnieuw vertrouwen in zichzelf krijgen en ondanks hun gezondheidsproblemen een zo normaal mogelijk kinderleven kunnen leiden.

Ook de samenwerking met ouders en de directe omgeving is van fundamenteel belang. Ze helpt om de terugkeer naar huis te vergemakkelijken en de verworven vaardigheden duurzaam te integreren in het dagelijkse leven.

Naar de website van het Zeepreventorium

LEES OOK:

Een verduidelijking over e-gezondheid in België

Tijdens de E-gezondheidsweek, die eind juni plaatsvond, werden er verschillende evenementen georganiseerd om de uitdagingen rond het veilig delen van gezondheidsgegevens in België onder de aandacht te brengen. Hospichild nam deel aan een infosessie die georganiseerd werd bij Vivalis, de Brusselse administratie die met name Abrumet, de beheerder van het Brussels Gezondheidsnetwerk, financiert.

Die ontmoeting maakte het mogelijk meer inzicht te krijgen in hoe e-gezondheid werkt, welke projecten er momenteel in België worden uitgewerkt en welke mechanismen het delen van medische gegevens in goede banen leiden. Het gaat soms om ingewikkelde begrippen, die echter van essentieel belang zijn voor patiënten, hun gezin en gezondheidsprofessionals.

Wat is e-gezondheid?

E-gezondheid omvat alle digitale tools waarmee men gezondheidsgegevens veilig elektronisch kan delen, raadplegen en beheren. Concreet maken deze tools het makkelijker om gegevens uit te wisselen tussen de verschillende professionals die betrokken zijn bij de behandeling van een patiënt: huisartsen, kinderartsen, specialisten, apothekers, verpleegkundigen, kinesitherapeuten, verloskundigen, enz.

Voor kinderen met een chronische ziekte die in meerdere ziekenhuizen of door meerdere specialisten worden behandeld, kan e-gezondheid helpen om de zorgcontinuïteit te verbeteren. E-gezondheid zorgt er met name voor dat zorgverleners sneller over de nodige informatie kunnen beschikken, terwijl bepaalde onderzoeken of onnodige handelingen kunnen worden vermeden.

Een bewustmakingsweek voor het grote publiek

Voor de E-gezondheidsweek 2026 heeft Abrumet nog meer initiatieven opgezet om zowel het grote publiek als de professionals te informeren. Tijdens een webinar werd de balans opgemaakt van de lopende en toekomstige e-gezondheidsprojecten. Verder hebben verschillende ziekenhuizen hun deuren opengesteld voor reportages in samenwerking met BX1: het CH Jean Titeca, het UMC Sint-Pieter en de Cliniques universitaires Saint-Luc.

Die reportages belichten innovatieve projecten in verband met het beheren en delen van gezondheidsgegevens. Tot slot werd in de Brusselse metro een bewustmakingscampagne gestart met als slogan: “Mijn dokter en ik, wij hebben zo veel te delen”.

Die heeft als doel om erop te wijzen dat gegevens veilig delen geen doel op zich is, maar een hulpmiddel om de zorgkwaliteit en de communicatie tussen patiënten en zorgverleners te verbeteren.

Kluizen en hubs: wat is het verschil?

Tijdens de infosessie bij Vivalis legde de spreekster het verschil uit tussen kluizen voor gezondheidsgegevens en hubs, die toelaten om die gegevens te delen.

  • Kluizen zijn beveiligde ruimtes waarin medische documenten worden opgeslagen, zoals onderzoeksresultaten, medische verslagen, ziekenhuisopnameverslagen, vaccinatiegegevens en voorschriften.
  • Hubs slaan de gegevens dan weer niet rechtstreeks op. Het zijn platformen voor uitwisseling tussen de verschillende actoren van het gezondheidszorgsysteem. Ze zijn er om aan te geven waar de gegevens zich bevinden en ervoor te zorgen dat bevoegde professionals er toegang toe krijgen wanneer ze een patiënt behandelen.

In België zijn er verschillende gewestelijke hubs:

  • het Brussels Gezondheidsnetwerk, dat beheerd wordt door Abrumet;
  • het Réseau Santé Wallon (het Waalse gezondheidsnetwerk);
  • verschillende Vlaamse netwerken, waaronder CoZo.

Al deze netwerken zijn met elkaar verbonden via de MetaHub, een nationale infrastructuur die ervoor zorgt dat de systemen onderling kunnen communiceren. Het doel is dus niet om alle medische gegevens centraal op te slaan in één nationale databank, maar om de verschillende netwerken in staat te stellen veilig samen te werken.

Drie voorwaarden om toegang te krijgen tot gezondheidsgegevens

Het delen van medische gegevens berust op drie mechanismen die bedoeld zijn om de privacy van patiënten te beschermen: toestemming, de therapeutische relatie en de toegangsmatrix.

1. TOESTEMMING

De toestemming laat toe om gezondheidsgegevens veilig elektronisch te delen. Zodra de toestemming is geregistreerd, is ze geldig in heel België en volledig gratis. Ze moet dus niet opnieuw worden gegeven bij elke raadpleging.

Tijdens de infosessie hebben de sprekers er ook nog eens op gewezen dat er in België twee verschillende benaderingen zijn.

Het opt-insysteem

In Brussel en Wallonië is het delen van gegevens gebaseerd op een zogenaamd opt-insysteem. Dat betekent dat patiënten hun uitdrukkelijke toestemming moeten geven voordat hun gegevens mogen worden gedeeld via de gezondheidsnetwerken. Zonder die vrijwillige stap mag er geen elektronische deling plaatsvinden.

Het opt-outsysteem

In Vlaanderen werkt het systeem dan weer volgens het opt-outprincipe. In dat model is het delen van gegevens standaard opgenomen in het bestaande wettelijke kader, maar heeft de patiënt de mogelijkheid zich hiertegen te verzetten.

Bij beide systemen staat de bescherming van de privacy centraal. De toestemming kan overigens op elk moment worden ingetrokken. Die intrekking geldt in het hele land en betekent dat het delen van medische gegevens wordt stopgezet.

Voor minderjarigen zijn het door de band genomen de ouders of voogden die deze keuze maken.

2. DE THERAPEUTISCHE RELATIE

Zelfs met toestemming mag een zorgverlener alleen toegang krijgen tot medische gegevens als er sprake is van een therapeutische relatie met de patiënt. Deze relatie ontstaat wanneer er een zorgrelatie tot stand komt met een gezondheidsprofessional: een arts, apotheker, verpleegkundige, kinesitherapeut, tandarts, verloskundige of andere betrokken professional.

Omgekeerd hebben adviserend artsen van ziekenfondsen, arbeidsartsen en verzekeringsmaatschappijen echter geen toegang tot de gegevens die in dit kader worden gedeeld. Hoe lang deze relatie duurt, hangt af van het type behandeling:

  • 15 maanden voor de behandelend arts of de vaste apotheker;
  • 3 maanden voor bepaalde gerichte behandelingen, zoals bij een kinesitherapeut;
  • 1 maand voor een spoedarts.

Het bestaan van deze therapeutische relatie moet kunnen worden aangetoond, met name door de patiënt te identificeren tijdens de raadpleging of ziekenhuisopname.

3. DE TOEGANGSMATRIX

Niet alle professionals hebben toegang tot dezelfde informatie. De toegangsmatrix bepaalt welke gegevens door welke beroepsgroep kunnen worden geraadpleegd. Zo mag een apotheker wel zien welke geneesmiddelen aan een patiënt zijn verstrekt, maar niet noodzakelijkerwijs laboratoriumuitslagen inkijken. Een arts heeft daarentegen een uitgebreidere toegang tot bepaalde medische gegevens.

→ Naar de toegangsmatrix 

Sinds kort kunnen sommige professionals uit de multidisciplinaire sector ook gebruikmaken van de “uitgebreide toegang”. Met de uitdrukkelijke toestemming van de patiënt mogen zij bepaalde documenten raadplegen die rechtstreeks verband houden met hun expertise. Voorbeelden:

  • Een kinesitherapeut kan toegang krijgen tot orthopedische verslagen.
  • Een diëtist kan verslagen over diabetes inkijken.
  • Een verpleegkundige kan toegang krijgen tot bepaalde gegevens die nuttig kunnen zijn voor de zorgcontinuïteit.

De doelstelling bestaat erin om te zorgen voor een meer samenhangende behandeling en te garanderen dat elke professional alleen de informatie kan raadplegen die echt relevant is voor de behandeling.

Concreet wordt er een verzoek ingediend bij het Brussels Gezondheidsnetwerk. De patiënt krijgt vervolgens een kennisgeving waarmee die dit verzoek om toegang kan aanvaarden of weigeren.

Een belangrijk gegeven voor kinderen en hun gezin

Voor kinderen die door meerdere professionals worden opgevolgd of in meerdere zorginstellingen worden behandeld, is e-gezondheid een kostbare coördinatietool. Hierdoor kunnen medische teams beter met elkaar communiceren, sneller toegang krijgen tot nuttige informatie en zorgcontinuïteit waarborgen, ook bij een ziekenhuisopname of een spoedbehandeling.

Als er toestemming is gegeven en de veiligheidsregels worden nageleefd, kan het delen van gezondheidsgegevens zo bijdragen aan een vlottere en meer coherente behandeling die beter aansluit bij de behoeften van kinderen en hun gezin.

→ Bekijk een van de toelichtingsvideo’s of ga naar de website van het Brussels Gezondheidsnetwerk

 

LEES OOK:

Zomerkampen 2026: Autismehuis Brussel deelt een overzicht van toegankelijke plekken voor autistische personen in Brussel

De grote vakantie staat voor de deur. Steeds meer organisaties kiezen voor inclusieve kampen. Om gezinnen te helpen bij hun zoektocht, heeft Autismehuis Brussel een lijst opgesteld van opvangvoorzieningen. Naargelang de leeftijdsgroepen bieden deze voorzieningen activiteiten aan die inspelen op de specifieke behoeften van autistische personen. Het gaat om een diverse doelgroep: sommigen zijn vrij zelfstandig, terwijl anderen meer intensieve begeleiding nodig hebben.

Voor gezinnen is het belangrijk om hun kinderen tijdens de twee maanden vakantie bezig te houden. En elk jaar neemt de vraag naar opvang, kampen en activiteiten voor autistische personen toe. Omdat Autismehuis Brussel veel vragen ontvangt van gezinnen, heeft het een zeer welkome lijst samengesteld. Hoewel het aanbod beperkt blijft, benadrukt de organisatie dat alle vermelde initiatieven door hen zijn gecontacteerd om na te gaan of er nog plaatsen beschikbaar zijn.

La Maison de l’Autisme ©

Aanbevelingen voor gezinnen

Autismehuis Brussel heeft het overzicht opgebouwd rond twee types behoeften: kampen met gespecialiseerde begeleiding en inclusieve kampen zonder gespecialiseerde begeleiding. De organisatie benadrukt daarbij het volgende: “Uit respect voor het werk van verenigingen en kamporganisatoren vragen we om enkel contact op te nemen met de initiatieven die echt aansluiten bij het profiel, de behoeften en het niveau van zelfstandigheid van jouw kind. Dergelijk initiatieven ontvangen immers al een groot aantal aanvragen. Gericht contact opnemen vergemakkelijkt hun werk, zorgt voor relevantere antwoorden en draagt bij tot een betere begeleiding van gezinnen.”

Voor je je kind inschrijft, raadt Autismehuis Brussel aan om enkele belangrijke gegevens voor te bereiden om aan de organisatoren door te geven:

  • Mate van zelfstandigheid van je kind: Kan je kind deelnemen aan groepsactiviteiten? Heeft je kind individuele begeleiding nodig?
  • Communicatie: Spreekt je kind? Gebruikt je kind pictogrammen, een tablet of andere communicatiemiddelen?
  • Zintuigelijke behoeften: Beperking van geluid, licht, drukte
    Behoefte aan pauzes, een geluiddempende hoofdtelefoon, enz.
  • Overgangen en veranderingen: Heeft je kind een visueel tijdschema of een sterk voorspelbare omgeving nodig?
  • Nodige begeleiding: Is er een opvoeder, ouder of externe begeleider nodig, of volstaat een aangepaste omkadering?
  • Moeilijk te voorspellen situaties: Weglopen, crisissen, zintuiglijke overbelasting, moeite met groepsinstructies, enz.

→ Ontdek de kampinitiatieven voor autistische kinderen

Ter herinnering

Autismehuis Brussel is oorspronkelijk een architectuurproject in het hart van Brussel. De bouw is nog volop bezig en het toekomstige Autismehuis Brussel zal gevestigd zijn in de wijk Usquare. Sinds 2024 is er ook een nieuw online platform gelanceerd, met een participatieve insteek. Iedereen die betrokken is bij of interesse heeft in autisme kan een account aanmaken en  bijdragen aan de inhoud en ontwikkeling van de website. De diverse bijdragers die informatie, ideeën, verschillende bronnen en zelfs eigen ervaringen delen, zullen dus het platform verrijken. Autismehuis Brussel moedigt de gebruikers van zijn website aan om inhoud te creëren, evenementen te posten via de gratis toegankelijke agenda, informatie op te zoeken via de praktische fiches en de contactgids, samen te werken met andere leden via het tabblad rond de gemeenschap of nieuwe dingen te ontdekken via de nieuwspagina.

→ Ontdek hier de website van Autismehuis Brussel

→ Volg hier het architectuurproject voor het toekomstige Autismehuis Brussel 

Samuel Walheer

LEES OOK: