Elk jaar waait in maart een wind van solidariteit door de Belgische scholen. Leerlingen, leerkrachten, directies, ouders (en zelfs bedrijven) trekken hun pyjama aan om op een krachtige en symbolische manier hun steun te betuigen aan kinderen die door ziekte of een ongeval niet naar school kunnen.
Screenshot van de promotieposter van Bednet
Die nationale campagne is een initiatief van twee verenigingen die elkaar aanvullen: ClassContact voor het Franstalige onderwijs en Bednet voor het Nederlandstalige onderwijs. Hetzelfde principe, dezelfde boodschap: zieke kinderen staan er niet alleen voor.
Eenvoudig symbool met krachtige boodschap
Het opzet is in beide landsdelen dezelfde: voor één dag komt iedereen in pyjama naar school, uit solidariteit met leerlingen die thuis of in het ziekenhuis les volgen.
Door hun pyjama te dragen, laten leerlingen hun zieke klasgenoot zien dat die nog steeds een volwaardig lid van de klas is”, aldus ClassContact op haar evenementpagina. “Dat simpele gebaar heeft een enorme impact op het saamhorigheidsgevoel.”
Aan Nederlandstalige kant draagt Bednet dezelfde boodschap uit: “Op de Bednet Pyjamadag trekken we een hele dag onze slaapkledij aan om zieke leerlingen te tonen dat ze niet alleen zijn.” Voorbij de symboliek biedt die dag ook de kans om de gratis tools voor onderwijsbegeleiding van beide verenigingen in de verf te zetten.
Verbonden blijven met school en met elkaar
Wanneer een kind langdurig afwezig is door kanker, een handicap, een ongeval, psychologische problemen, een schoolfobie of andere ernstige aandoeningen, wordt niet alleen het leerproces verstoord. Ziekte zet immers alles op z’n kop, ondermijnt de motivatie van het kind en kan leiden tot:
een gevoel van uitsluiting;
verlies van routine;
een grote leerachterstand;
een moeilijke herstart na de genezing;
extra belasting voor de ouders;
ongelijke toegang tot digitale hulpmiddelen.
De kinderen worden dus dubbel gestraft (op gezondheids- én onderwijsvlak). Om dat te vermijden, installeren ClassContact en Bednet een videoverbinding tussen de thuisomgeving (of het ziekenhuis) en het klaslokaal. Het kind mag een laptop gebruiken, terwijl in de klas een kit met beweegbare camera wordt geplaatst. Zo kan het de lessen live volgen, interageren met zijn leerkrachten, zijn vrienden zien, vragen stellen en mee blijven met de leerstof. Die dienst is volledig gratis. De resultaten spreken voor zich: 90% van de kinderen die door ClassContact worden begeleid, slagen voor hun schooljaar.
Onze opdracht is om kinderen tijdens hun afwezigheid verbonden te houden met hun klas en hun vrienden, zodat de terugkeer naar de klas aanzienlijk vlotter verloopt”, benadrukt ClassContact.
Deelnemen betekent veel meer dan een pyjama dragen
Dit jaar vindt het initiatief plaats op 13 maart. Na hun gratis inschrijving kunnen scholen deelnemen door de hele dag een pyjama te dragen. ClassContact organiseert ook een fotowedstrijd, waarbij klassen een originele foto in pyjama moeten maken en die op het specifieke platform of sociale media posten.
Voor wie geen pyjama wil dragen, heeft Bednet alternatieven bedacht: een Pyjamadagkaartje schrijven aan een afwezige leerling, aan de slag gaan met het gratis downloadbare materiaal, een steunactie organiseren of de campagne delen.
“Niet alleen scholen, maar ook bedrijven en organisaties kunnen deelnemen aan de Bednet Pyjamadag!” zegt de vereniging.
Solidariteit krijgt een bijzondere betekenis in Brussel
In Brussel, waar Franstalige en Nederlandstalige onderwijsnetwerken naast elkaar bestaan, neemt de Pyjamadag een bijzondere dimensie aan. De actie getuigt van een gedeeld engagement: wat de onderwijstaal ook is, een ziek kind mag nooit uit de boot vallen. Een pyjama aandoen lijkt misschien onbeduidend. Maar voor een leerling die in het ziekenhuis ligt of langdurig moet worden behandeld, maakt het een wereld van verschil als de hele school aan hem denkt. Via ClassContact en Bednet toont de samenleving dat ook zieke kinderen recht hebben op onderwijs.
De film Hamnet van regisseur Chloé Zhao is gebaseerd op de gelijknamige roman van Maggie O’Farrell en vertelt een diepmenselijk verhaal: het verlies van een zoon en de verwoestende gevolgen daarvan op een gezin. De film focust op de pijn die Agnes en William Shakespeare ondergaan nadat hun jonge zoon Hamnet bezwijkt aan een ziekte. Met een zeldzame gevoeligheid schetsen de acteurs de interne gevoelswereld van ouders die rouwen.
Still uit de film Hamnet, geregisseerd door Chloé Zhao
Het verlies staat centraal in de film en is dan ook meer dan een dramatische gebeurtenis: het is een existentiële test die de identiteiten, projecten en relaties van de personages overhoopgooit. Iedereen gaat immers op zijn manier om met het onzegbare. De prachtige beelden en indrukwekkende acteerprestaties maken de tragedie bovendien nog scherper. Hamnet is een wondermooie film over de schok die zoveel families doormaken wanneer ze een kind verliezen.
Pijn die elke logica tart
In elke cultuur en in de psychologie wordt de dood van een kind beschouwd als de meest oneerlijke en destructieve gebeurtenis die een ouder kan overkomen. Op de website van Hospichild wordt die beproeving onomwonden beschreven: wie zijn kind verliest voelt onherroepelijk iets breken in zichzelf, nu een bron van zingeving en toekomstplannen verdwenen zijn, en verduurt een diep en intens lijden dat existentiële vragen oproept als “Waarom wij? Waarom hij?” Die pijn beperkt zich niet tot een tijdelijk verdriet, maar verstoort alle oriëntatiepunten, verandert je relatie tot de wereld en sleurt je mee in een wervelwind van tegenstrijdige gevoelens als onbegrip, woede, schuld en eenzaamheid.
Het is alsof je je hart vraagt om zonder je longen te leven, alsof je de maan uit de lucht plukt.” Citaat uit de film Hamnet.
Rouw is geen etappe, het is een pad
Het portret van de rouw van het gezin in Hamnet stemt overeen met wat je op Hospichild kan lezen: je kan het verlies niet “overwinnen” alsof het een bergetappe zou zijn, het is een interne transformatie die meer weg heeft van een eindeloos wandelpad. In het begin kan de pijn onoverkomelijk lijken en herinnert elk moment je aan de afwezigheid van je kind (het eindeloze verdriet van Agnes en de vlucht van William). Mettertijd en dankzij diverse vormen van begeleiding kunnen ouders echter leren leven met dat gemis, het een plaats geven in hun bestaan, zonder dat de liefde voor hun verloren kind verzwakt.
De film Hamnet overstijgt het historische genre of de boekverfilming: hij verbeeldt bijzonder aangrijpend de vreselijke beproeving van ouders die rouwen, iets waarin duizenden gezinnen zich zullen herkennen. Wanneer Shakespeare met zijn toneelstuk Hamlet artistiek vormgeeft aan een quasi onbespreekbaar lijden, helpt hij, op zijn manier, de stilte rond de dood van zijn kind te doorbreken. Hij herinnert de toeschouwers en ook zijn vrouw Agnes eraan dat, ook al zal die pijn nooit helemaal verdwijnen, hij wel kan worden doorkruist door uitdrukkingsvormen als theater (of film).
Ondanks de soms bijzonder emotionele scènes beveelt het Hospichild-team Hamnet warm aan. De film is momenteel in de bioscoop te zien.
Op zaterdag 14 maart 2026 staat de zoete zonde ten dienste van een belangrijk doel: de strijd tegen kinderkanker. De Dag van de Eclair, een initiatief van KickCancer, zorgt dit jaar opnieuw voor solidariteit in heel België.
De Dag van de Eclair is de zoetste manier om kinderen met kanker te steunen. Eén keer per jaar bereiden honderden getalenteerde bakkers hun beste eclairs om kinderen, tieners en jongvolwassenen met kanker een mooiere toekomst te geven”, zegt KickCancer op de evenementpagina.
Nationaal smullen
Het idee is simpel: op 14 maart verkopen de deelnemende Belgische bakkers hun éclairs ten bate van onderzoek naar kinderkanker. De klant betaalt een klein beetje extra per eclair (aanbevolen prijs: tussen 3 en 6 euro), terwijl de bakker de ingrediënten, zijn werk en dat van zijn team levert. Het bedrag gaat integraal naar KickCancer. “Of je nu een bakker bent die de handen uit de mouwen wil steken of gewoon een zoetekauw, zet 14 maart 2026 in je agenda! Er zijn meer dan vijfhonderd dozen met communicatiemateriaal naar bakkers gestuurd! Dat zijn dus duizenden stickers, posters… allemaal ten bate van onderzoek naar kinderkanker”, schrijft de vereniging in een Facebookbericht.
Elk jaar meer succes
Zes jaar geleden stelden Delphine Heenen, de oprichtster van KIckCancer, en chocolatier Pierre Marcolini, peter van de Dag van de Eclair, zichzelf een uitdaging: op één dag zoveel mogelijk eclairs verkopen om kinderkanker een flinke schop te geven. Sindsdien is het initiatief uitgegroeid tot een nationaal evenement, waarbij Pierre Marcolini en meer dan vijfhonderd solidaire bakkerijen hun tijd, vakmanschap en ingrediënten schenken voor dat goede doel. De vijfde editie was trouwens een enorm succes:
70.000 eclairs opgepeuzeld
543 verkooppunten
600 Instagramstories met de hashtag #EclairDay
51 artikels in de pers
200.000 euro ingezameld
En duizenden positieve berichten
En ook voor deze zesde editie hebben bakkerijen in heel België zich ingeschreven.
Hoe kan je deelnemen?
“Doe mee aan deze actie om samen kinderkanker de wereld uit te helpen!” moedigt KickCancer ons aan.
Zie je op 14 maart reclame voor de Dag van de Eclair (op posters of stickers op de etalage van een bakker), tag dan zeker de KickCancer Foundation en gebruik de hashtag #EclairDay om de actie te ondersteunen. Eén eclair lijkt misschien klein, maar duizenden eclairs kunnen samen het onderzoek vooruithelpen en nieuwe vooruitzichten bieden aan kinderen met kanker, met name zij die in Brussel worden opgevolgd en in het ziekenhuis zijn opgenomen. Voor bakkers is de deadline om te kunnen deelnemen net verstreken, maar onthoud het zeker voor volgend jaar!
KickCancer is een Belgische stichting die wetenschappelijk onderzoek financiert om kinderen met kanker betere behandelingen te kunnen bieden. De stichting zet zich ook in om de regelgeving en werkmethoden structureel te doen evolueren en om de samenwerking te bevorderen tussen de belangrijkste actoren (de farmaceutische industrie en de overheid, maar ook onderzoekers, artsen en patiëntenorganisaties), om de toekomst van zieke kinderen duurzaam te verbeteren.
Naar aanleiding van de Wereld Obesitas Dag op 4 maart 2026 herinneren verschillende Brusselse ziekenhuizen eraan dat het niet alleen om cijfers draait. Obesitas is een complexe en chronische aandoening met zware lichamelijke en psychologische gevolgen. Verschillende gespecialiseerde centra hanteren een multidisciplinaire en gepersonaliseerde aanpak om patiënten duurzaam te begeleiden.
De initiatieven van de Europa Ziekenhuizen en de Iris Ziekenhuizen Zuid op deze Wereld Obesitas Dag getuigen van een gedeelde ambitie: informeren, destigmatiseren en zorgtrajecten op maat aanbieden om elke patiënt te begeleiden naar een beter gezondheidsevenwicht.
Een allesomvattende behandeling in de Europa Ziekenhuizen
De obesitaskliniek van de Europa Ziekenhuizen werd onlangs gereorganiseerd over de twee sites. Het team werkt nauw samen met endocrinologen, diëtisten, voedingsdeskundigen, psychologen en slaapexperts.
“Elk geval is anders en vereist een andere aanpak. Juist deze multidisciplinaire zorg stelt ons in staat om oplossingen op maat te bieden aan onze patiënten”, aldus Dr. Nijs, lid van het team, op de webpagina van de kliniek.
Verder wijst hij erop dat niet alle patiënten in aanmerking komen voor een operatie: sommigen zullen meer baat hebben bij een intensieve dieetbegeleiding, een behandeling met medicatie, psychologische ondersteuning of een aangepast programma voor lichaamsbeweging. De sleutel tot succes? Individuele evaluatie en regelmatige nazorg. Vóór elke “bariatrische” ingreep (mogelijk vanaf 15 jaar en bij ernstige obesitas) is er over het algemeen een wettelijk verplichte bedenktijd van drie maanden. Na de operatie worden patiënten twee tot drie keer per jaar opgevolgd, naast voedingsadvies en psychologische begeleiding.
“De operatie is slechts één stap. Het behouden van het gewicht daarna blijft een levenslange strijd, die discipline en wilskracht vereist. Vandaar het belang van nazorg in samenwerking met de huisarts”, dixit Dr. Philippron op de website van het ziekenhuis.
Tegenwoordig wordt bariatrische chirurgie als veilig beschouwd, met minder dan 1% complicaties. De Europa Ziekenhuizen, die al over een chirurgische robot beschikken, verwachten in 2026 de nieuwe Da Vinci V-robot. Die zou een sneller herstel en minder postoperatieve pijn mogelijk moet maken.
Bewustmaking en begeleiding op 4 maart
Ook de Iris Ziekenhuizen Zuid komen in actie op 4 maart. Op de campus Etterbeek-Elsene wordt van 9 tot 16 uur een informatiestand opgezet om het publiek bewust te maken van de uitdagingen rond obesitas en bestaande oplossingen toe te lichten. De stand richt zich tot patiënten, hun familie en iedereen die meer wil weten over obesitas en de mogelijke oplossingen om obesitas te voorkomen of onder controle te houden. Bezoekers krijgen er persoonlijk advies en kunnen in gesprek gaan met gespecialiseerde professionals over de beste praktijken voor hun welzijn. Het is de bedoeling om deze problematiek beter te begrijpen en iedereen te helpen bij het vinden van een gepaste en efficiënte manier om ermee om te gaan. Tot slot staat ook een rondleiding in hun Gewichts- en gezondheidscentrum op het programma.
Hoe wordt dit aangepakt bij kinderen?
In België krijgen kinderen sinds kort zorgtrajecten aangeboden die zijn afgestemd op hun behoeften. Op de website van het RIZIV staat dat de zorgtrajecten gebaseerd zijn op een multidisciplinaire aanpak en geïntegreerde zorg, waarbij elke patiënt die zorg nodig heeft op het gebied van gezonde voeding en diëtetiek kan rekenen op een divers team van gespecialiseerde professionals (artsen, diëtisten, psychologen, enz.). Jonge patiënten worden individueel behandeld en de zorg wordt in overleg met andere specialisten op hun specifieke situatie afgestemd.
Frédérique Fremaux is directeur van de basisonderwijsafdeling van de Robert Duboisschool in hartje Brussel, en vertelt met veel plezier over haar job. Ze bespreekt de specifieke kenmerken van haar werk, laat ons kennismaken met haar werkomgeving en geeft toelichting bij de uitdagingen van buitengewoon onderwijs type 5. Tot slot komen ook de banden met de zieke kinderen en hun gezinsleden aan bod.
De Robert Duboisschool is een zogenaamde ziekenhuisschool die buitengewoon onderwijs type 5 biedt aan leerplichtige kinderen van 2,5 tot 21 jaar. De belangrijkste doelstelling van de Franstalige school, die afhangt van de Stad Brussel, is om kinderen die ziek zijn, in het ziekenhuis verblijven of herstellende zijn te begeleiden in hun schoolloopbaan en in het algemeen te ondersteunen. Sinds 8september 2022 is de school administratief onderverdeeld in twee afdelingen: de Robert Duboisschool (basisonderwijs) en Robert Dubois Secondaire (middelbaar onderwijs). De lessen gaan door op zeven locaties: de HUB (UKZKF en Erasmus), het dagcentrum voor jonge kinderen (UJJE), de tienerafdeling (Les Ados de Robert Dubois), het Jean Titecaziekenhuis, het ziekenhuis Le Domaine (ULB) en het dagcentrum voor tieners (Le Centre Ados van de vzw l’Équipe).
“Op de Robert Duboisschool verwelkomen we alle kinderen, ongeacht hun achtergrond. Niet alleen uit Brussel en de rest van België, maar ook uit het buitenland. Sommige kinderen worden doorverwezen omwille van verschillende aandoeningen, meestal aan het hart. Er zijn gezinnen die uit Algerije of Luxemburg komen om zich hier te laten behandelen.” Dat vertelt Frédérique Fremaux, directeur van de Robert Duboisschool.
Vertel eens wat over jezelf.
Voor Frédérique Fremaux is haar beroep haar roeping. Ze begon haar carrière als lerares basisonderwijs in scholen van de Stad Brussel, wat ze bijna 25 jaar lang deed. Een vacature bood haar de kans om van werkomgeving en doelgroep te veranderen. Kort na haar aankomst op de Robert Duboisschool deed zich een nieuwe kans voor: directeur worden van die school, een gelegenheid die ze met beide handen aangreep. Frédérique vertelt: “In het begin was ik als enige verantwoordelijk voor zowel het basis- als het middelbaar onderwijs, op de zeven locaties. Na zes jaar konden we eindelijk een aanvraag indienen om de school in twee afdelingen te splitsen. Op dat moment is mijn collega Jeffrey Tallane erbij gekomen om de leiding over het middelbaar onderwijs op zich te nemen. Dat was een hele opluchting. Ik kon zelfs tijd vrijmaken om ook de territoriale pool Alexis Sluys van de Stad Brussel te leiden. Die bestaat uit een multidisciplinair team van veertig mensen, waaronder kinesitherapeuten, ergotherapeuten, leerkrachten, opvoeders, psychologen en psychomotorisch therapeuten. Zij ondersteunen leerlingen met specifieke behoeften in het reguliere onderwijs.”
“Ik herinner me mijn eerste leerling nog, toen ik aankwam op de Robert Duboisschool. Hij is meer dan een jaar bij ons gebleven. Ondanks zijn gevecht tegen kanker had hij een enorm doorzettingsvermogen. Zijn gezinsleden waren ook een bron van inspiratie. Als we in de klas zaten en hij zag dat de anderen geen zin hadden of hun behandeling niet wilden volgen, motiveerde hij hen. Hij gaf echt iedereen, ook ons, zoveel energie. Dat is buitengewoon voor een kind dat een moeilijke periode in zijn leven doormaakt. Wat een maturiteit! Nu, tien jaar later, heb ik nog steeds contact met hem.”Dat getuigt Frédérique Fremaux.
Frédérique Fremaux, directeur van de Robert Duboisschool en Jeffrey Tallane, de directeur van de middelbare afdeling van de Robert Duboisschool. Foto: Samuel Walheer
Wat zijn je dagelijkse taken?
Frédérique Frémaux staat aan het hoofd van een team van ongeveer twintig mensen in de Robert Duboisschool. In een gedeeld, functioneel kantoor werkt ze nauw samen met Jeffrey Tallane, de directeur van de middelbare school, die maar liefst 78 medewerkers aanstuurt. Samen leiden ze hun teams, die verspreid zijn over zeven locaties. De twee kernwoorden van de taken van een directeur? Administratie en pedagogie. Frédérique legt uit dat haar job in de loop der tijd aanzienlijk is veranderd: “Mijn werk is erg administratief geworden en minder toegespitst op de pedagogische aspecten.” Ze vervolgt: “Ook mijn rol als bemiddelaar, zowel voor de onderwijsteams als de gezinnen, neemt veel tijd in beslag. Dat is echt nodig en het werpt zijn vruchten af.” Het leiderschap wordt gedeeld door de twee directies. Frédérique Fremeaux blijft op de hoogte van alles wat er in de middelbare school gebeurt, en hetzelfde geldt voor haar collega Jeffrey Tallane. Ze kunnen op elkaar rekenen en elkaars werk overnemen als dat nodig is. “Delegeren is hier het toverwoord!” In elk van de zeven locaties zijn er contactpersonen. Zo is de dagelijkse opvolging gegarandeerd en kunnen ze snel reageren op complexere situaties. Frédérique Fremaux voegt eraan toe: “Om een school te leiden moet je goede relaties kunnen onderhouden met een groot aantal betrokkenen: ouders en andere gezinsleden, artsen, externe actoren, leerlingen en hun oorspronkelijke scholen, sponsors en verenigingen.”
“Een directeur moet in de eerste plaats over leiderschapsvaardigheden beschikken. Doelstellingen vaststellen is essentieel om betekenis te geven aan je werk. Door samen te werken met onze teams en de gezinnen bouwen we niet alleen professionele relaties en een vertrouwensband op, soms groeien daar zelfs vriendschappen uit. Dat kan niet zonder rekening te houden met relationele aspecten: bij misverstanden, onbegrip en spanningen moeten we bijsturen. Dat laat ons toe situaties gemakkelijker te beheersen en samen vooruitgang te boeken om onze doelstellingen te bereiken.”Dat legt Jeffrey Tallane, de directeur van de middelbare afdeling van de Robert Duboisschool, uit.
Gang die naar de Robert Dubois-school leidt
Gezinnen ondersteunen
Voor ouders en andere gezinsleden is er niets moeilijker dan wanneer hun kind plotseling ernstig ziek wordt en snel daarna in het ziekenhuis wordt opgenomen. De teams van de Robert Duboisschool zorgen voor kwetsbare kinderen en hun gezinnen, die allemaal specifieke behoeften hebben. Soms zijn die behoeften niet in lijn met de werkelijkheid. Dan moeten de directeuren zich aanpassen, uitleg geven en beslissingen nemen voor het welzijn van hun leerlingen. Frédérique en Jeffrey vertellen: “Sommige ouders zijn verbaasd wanneer we hen met de neus op de feiten drukken. Ze willen de realiteit niet altijd onder ogen zien. Soms moeten we uitleggen dat hun kinderen nooit meer dezelfde capaciteiten zullen hebben als voor hun ziekte. Bijvoorbeeld wanneer een kind gedurende enkele maanden behandeld werd voor een tumor. Dat is onvermijdelijk een aanslag op het lichaam en heeft ook meer algemene gevolgen: het kind kan minder goed onthouden en zich soms minder goed concentreren. We begrijpen dat de ouders een moeilijke periode doormaken, we zijn er immers zelf bij betrokken. We proberen hen dan ook te ondersteunen en te informeren. Ouders begrijpen niet altijd dat hun kind niet meteen terug naar zijn of haar oorspronkelijke school kan of denken juist dat hun kind voor altijd bij ons zal blijven. Voor dat soort gesprekken moeten we de juiste woorden vinden en diplomatiek zijn als we vooruitgang willen boeken en de gezinnen willen geruststellen.”
Ingang van de Robert Dubois-school
Ingeschreven in twee scholen tegelijkertijd
Wat buitengewoon onderwijs type 5 zo speciaal maakt, is dat de leerlingen ingeschreven blijven op hun oorspronkelijke school. Alle leerlingen zijn dus in twee scholen tegelijkertijd ingeschreven. Ze worden, meestal tijdelijk, geholpen door de ziekenhuisschool met als doelstelling om ze terug te kunnen sturen naar hun oorspronkelijke school. Ziekenhuisscholen reiken evenwel geen diploma’s uit waarmee leerlingen naar het volgende jaar kunnen overgaan. Tijdens klassenraden wordt er uitvoerig overlegd met het team van de oorspronkelijke school, want die heeft vaak maanden of zelfs jaren geen contact meer gehad met een leerling tijdens zijn of haar ziekenhuisopname. Zowel Frédérique als Jeffrey benadrukken hoe belangrijk het is om van bij de start nauw samen te werken met de oorspronkelijke school. Ze voegen eraan toe: “We werken samen met alle onderwijsnetwerken. Leerlingen fladderen soms van de ene instelling naar de andere, naargelang van hun zorgtraject. We moeten hen dus goed opvolgen om te voorkomen dat ze vervreemden van de onderwijsrealiteit.”
Buitengewoon onderwijs type 5 heeft de volgende opdrachten:
Leerlingen in staat stellen les te blijven krijgen ondanks een ziekte.
Schooluitval voorkomen.
Contact onderhouden met de oorspronkelijke school.
Het zelfvertrouwen en zelfbeeld versterken.
Leerlingen een vooruitzicht op een slaagkans bieden.
Leuke activiteiten organiseren zodat de leerlingen hun ziekte even kunnen vergeten.
Kinderen en jongeren opnieuw leerling laten zijn.
Toenemende vraag
Frédérique en Jeffrey verzekeren ons allebei dat de vraag heel groot is. In de huidige context kunnen niet alle gezinnen worden geholpen. Met die realiteit worden alle instellingen geconfronteerd, vooral in de psychiatrie. De wachtlijsten voor tieners en kinderen zijn dan ook erg lang. Jeffrey Tallane bevestigt dat: “We proberen zo efficiënt mogelijk te zijn en zoveel mogelijk leerlingen te helpen, voor hun welzijn en dat van hun gezinnen. Helaas zijn we grotendeels afhankelijk van medische strategieën en ziekenhuizen. Als een dienst niet goed werkt, kan dat een impact hebben op de bij ons beschikbare plaatsen. We proberen met de gemiddelden te spelen en een deel van die grote vraag op te vangen, om te vermijden dat zieke kinderen en jongeren geen onderwijs krijgen en doelloos thuiszitten.”
“Om af te sluiten wil ik zeggen dat wat onze afdeling bijzonder maakt, is dat we een uitstekend team hebben dat zowel jonge als oudere kinderen bijstaat, soms letterlijk bij hun ziekbed. Kinderen die niet naar de klaslokalen kunnen komen, worden namelijk in het ziekenhuis zelf geholpen. Wij gaan naar hen, of dat nu op de afdeling intensieve zorgen, chirurgie, oncologie of tijdens een dialyse is.” Dat besluit Frédérique Fremaux.