Nieuws

Onderzoek naar kinderkanker: een studie onder Belgische pediatrische hemato-oncologen

15 februari is Werelddag tegen Kinderkanker. Ter gelegenheid daarvan publiceert KickCancer de resultaten van een onderzoek dat in samenwerking met de Belgische Vereniging voor Pediatrische Hematologie en Oncologie (BSPHO) is uitgevoerd onder Belgische pediatrische hematologen-oncologen. Het onderzoek stelt de volgende vraag: “Om het leven van kinderen met kanker te redden, moet men rekenen op de vrije tijd van artsen”. Een situatie die erg ongemakkelijk lijkt. Er moeten namelijk meer gespecialiseerde kinderartsen komen, er moet meer tijd vrijgemaakt worden en er moet structurele ondersteuning aan de teams worden geboden. Een overzicht van de belangrijkste punten uit het onderzoek.

{Persbericht van Kick Cancer}

Dit legt een ongemakkelijke realiteit bloot: innovatie in de zorg voor kinderen met kanker is in België structureel afhankelijk van persoonlijke opoffering. Meer dan 80% van de kinderoncologen doet onderzoek buiten de werkuren (42% 2 tot 5 uur, 29% 5 tot 10 uur, 14% zelfs meer dan 10 uur/week), bovenop een al zware klinische workload.

Vooruitgang bij levensbedreigende en zeldzame ziekten kan enkel via onderzoek

80 tot 90 % van de Belgische patiënten met kinderkanker wordt vanaf de diagnose behandeld in het kader van een academische klinische studie.

Deze klinische studies vormen vandaag de zorgstandaard: ze garanderen kinderen toegang tot de beste beschikbare behandelingen, gebaseerd op de huidige wetenschappelijke kennis. Omdat het protocol van een klinische studie elke stap van het behandelingstraject bepaalt en standaardiseert, dragen deze studies ook bij tot een verbetering van de kwaliteit van zorg.

Terwijl er 16 types kinderkanker bestaan, moeten Belgische kinderoncologen vandaag meer dan 50 academische behandelprotocollen beheersen en toepassen. Door hun grote complexiteit lukt dit niet binnen de beschikbare werktijd, en komt dit bovenop de vele uren waarin artsen rechtstreeks voor hun patiënten zorgen. Toch zijn deze klinische studies onmisbaar, want ze garanderen de voortdurende verbetering van behandelingen voor kinderen en jongeren met kanker.

→ Meer info over het onderzoek

“Wie kiest voor een job als kinderoncoloog weet dat er vele lange werkdagen volgen omwille van de veelheid aan ziektebeelden, de complexiteit van behandelschema’s, een hoop administratie en de noodzakelijke (inter)nationale samenwerking. We doen dit graag want goede zorg voor de patiënten is onze prioriteit. Maar het is geen fijn gevoel dat het werk nooit af is, dat taken en deadlines blijven komen, en dat opnemen van engagementen steeds ten koste gaat van vrije tijd. Hier bovenop nog investeren in wetenschappelijk onderzoek is eigenlijk niet haalbaar,” bevestigt Prof. Dr. Barbara De Moerloose, UZ Gent.

Hoge motivatie, maar structureel tekort aan tijd

De kinderoncologen zijn uitzonderlijk gedreven om hun patiënten vooruit te helpen, maar botsen op een structurele mismatch tussen ambitie en de realiteit op de werkvloer. Vooral door gebrek aan (beschermde) tijd voor onderzoek. Meer dan 65% zou de specialisatie in kinderoncologie aanbevelen aan toekomstige artsen, en 64% wil zelfs méér tijd aan onderzoek besteden. In theorie is gemiddeld 22% van hun werktijd voorzien voor wetenschappelijk onderzoek, maar in de praktijk wordt die tijd opgeslorpt door patiëntenzorg, wachtdiensten en administratie. Het gevolg: een groot deel van het onderzoek verschuift naar vrije tijd.

“Deze bevraging toont hoe sterk kinderoncologen zich inzetten en hoe fragiel het systeem vandaag is,” zegt Delphine Heenen van KickCancer. “We mogen niet aanvaarden dat innovatie afhangt van persoonlijke opofferingen. Als we kinderen met kanker beter willen genezen, met efficiëntere behandelingen en minder toxiciteit, dan moeten we de mensen die dat onderzoek dragen structureel tijd, ruimte en ondersteuning geven.”

Meer dan 40% van de respondenten besteedt 2 tot 5 uur per week van zijn of haar vrije tijd aan onderzoek. Bij ruim 30% gaat het om 5 tot 10 uur per week, en bij 14% zelfs meer dan 10 uur per week.

Een bijzonder complexe job: nood aan meer specialisatie

De oorzaak ligt dieper dan werkdruk alleen. Kinderoncologie is een van de meest complexe disciplines binnen de geneeskunde. Er bestaan meer dan 16 hoofdtypes en nog veel meer substypes van kinderkanker, elk met eigen behandelingen en onderzoeksnoden.

“Het gaat niet alleen over het aantal patiënten per arts,” klinkt het bij Pierre Mayeur van de BSPHO. “In de pediatrische oncologie is het absolute aantal patiënten lager dan bij volwassenen, maar de complexiteit is uitzonderlijk groot. Kleine teams van 3 tot 7 artsen worden vandaag geacht expert te zijn in álle hersentumoren, solide tumoren, leukemieën en lymfome, zowel bij diagnose als bij herval. Dat is moeilijk houdbaar.”

Dit onderstreept de nood aan grotere teams, meer samenwerking en verdere centralisatie van expertise, zodat kennis optimaal kan worden ingezet voor patiënten én onderzoek.

Wat werkt: goede praktijken uit het buitenland

Onderzoek naar kinderkanker gebeurt vrijwel altijd in internationale context. Belgische artsen zijn sterk betrokken in Europese studiegroepen en expertisenetwerken, en dit is noodzakelijk om voldoende patiënten te includeren en kennis te delen bij zeldzame kankers.

Binnen de bevraging werden ook diepte-interviews opgezet met kinderoncologen uit het buitenland. Die tonen dat alternatieven mogelijk zijn:

  • In Nederland is tot 20% van de werktijd beschermd voor niet-klinische taken zoals onderzoek of het managen van interne projecten.
  • In Frankrijk besteden meer ervaren specialisten minder tijd aan klinische zorg en wachtdiensten, wat ruimte creëert voor onderzoek.
  • Frankrijk introduceerde ook de rol van “verpleegkundig specialist” (verpleegkundige met een bijkomende masteropleiding), wat artsen ontlast en de zorgkwaliteit verhoogt.

Een nieuwe beurs om deeltijds onderzoek mogelijk te maken

Uit deze studie blijkt de dringende nood aan beschermde werktijd, zodat meer kinderoncologen structureel onderzoek kunnen verrichten.

Daarom sloot KickCancer in 2025 een samenwerkingsovereenkomst met het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO – voor Vlaanderen) en het Fonds National de la Recherche Scientifique (FNRS – voor de Franstalige onderzoekswereld). Samen bieden zij twee Belgische kinderoncologen de mogelijkheid om 50% van hun klinische werktijd vrij te maken voor onderzoek.

Dankzij deze beurs ontvangt het ziekenhuis van de geselecteerde arts een compensatie van 70.000 euro om een deeltijdse kinderoncoloog aan te werven die de klinische taken overneemt. Daarnaast ontvangen de laureaten tot 10.000 euro voor onderzoekskosten, zoals de financiering van internationale samenwerkingen (deelname aan congressen…) of laboratoriummateriaal.

De selectieprocedure loopt momenteel. De twee laureaten worden eind mei 2026 bekendgemaakt. In totaal investeert KickCancer 320.000 euro gespreid over een periode van twee jaar, met de mogelijkheid tot vier verlengingen (tot max. 10 jaar).

Nationaal Kankerplan: constructieve aanbevelingen met directe impact

KickCancer en BSPHO leveren gezamenlijke input voor het nationaal Kankerplan, dat momenteel in ontwikkeling is. Deze aanbevelingen hebben een directe impact op onderzoek en expertise in de pediatrische oncologie in België:

  • Structurele financiering van academische klinische studies;
  • Erkenning van een nationaal multidisciplinair oncologisch overleg (MOC) voor pediatrische oncologie;
  • Duurzame federale financiering voor de coördinatie van de BSPHO.

Conclusie

“Wie wil dat kinderen met kanker betere behandelingen krijgen, kan niet blijven rekenen op vrijwillige overuren van artsen,” besluit KickCancer. “Dit is geen duurzaam model.”
À LIRE AUSSI :

Kinderziekenhuis (UKZKF) al veertig jaar trouw op post voor jonge Brusselaars

Het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola mag dit jaar veertig kaarsjes uitblazen. Het UKZKF is het enige Belgische ziekenhuis dat uitsluitend zorg verleent aan kinderen en jongeren. Zij zijn dan ook de bestaansreden van het ziekenhuis. Door een gespecialiseerd pediatrisch centrum in Brussel op te richten, wilde men tegemoetkomen aan een duidelijke behoefte van gezinnen op medisch, psychologisch en sociaal gebied. Hospichild grijpt de verjaardag van het UKZKF aan om een paar artikelen over het kinderziekenhuis te delen.

UKZKF ©

 

Op de website van het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola lezen we welke mijlpalen hebben geleid tot zijn oprichting, precies veertig jaar geleden. De initiatiefnemer van het project, Robert Dubois, gaf ook zijn naam aan een school voor ernstig zieke kinderen thuis of in het ziekenhuis. De symbolische opening van het ziekenhuis vond plaats in aanwezigheid van koningin Fabiola zelf. Het pediatrische model is ontwikkeld door Henri Louis Vis en professor André Kahn.

→ Lees meer over het ontstaan van het ziekenhuis: 40 jaar UKZKF:de geboorte van een kinderziekenhuis in het hart van Brussel

“Achter het ogenschijnlijk doordeweekse gebouw van het UKZKF gaat een bijzondere plek schuil. In het erkend universitair ziekenhuis gaan zorg, onderzoek en opleiding hand in hand, ten dienste van kinderen en hun families. Na de oprichters hebben generaties zorgprofessionals dag na dag vormgegeven aan de intussen onmisbaar geworden instelling.” UKZKF

Specifieke zorg op maat

In zijn veertigjarige bestaan is het UKZKF uitgegroeid tot een referentieziekenhuis voor jonge patiënten en hun families. Het heeft drie opdrachten. De eerste is kinderen, jongeren en hun families behandelen en begeleiden door middel van alomvattende, multidisciplinaire en humanistische begeleiding. De tweede is bijdragen aan innovatief onderzoek en kennisontwikkeling op dit gebied mogelijk maken. Tot slot draagt het bij aan gezondheidseducatie en organiseert het kwaliteitsonderwijs.

Kinderen werden in de medische wereld lange tijd als kleine volwassenen behandeld. In Brussel bestond het concept pediatrie wel, maar er was geen specifieke locatie of structuur die toeliet rekening te houden met de medische, psychologische en sociale complexiteit van zieke kinderen. Gaandeweg raakten verschillende artsen ervan overtuigd dat zorgverlening aan een kind een bijzondere aanpak vereist die zowel wetenschappelijk als uitgesproken humaan is. Robert Dubois was een van hen en groeide uit tot een spilfiguur. Hij was internationaal opgeleid en een voorstander van moderne pediatrie, waarbij er zowel aandacht is voor chronische ziekten, voeding en metabolisme als voor de psychologische en sociale dimensies van zorgverlening. Onder zijn impuls werd het onderwijs meer gestructureerd en kreeg onderzoek een vaste, centrale plaats in de klinische praktijk. Dit en de rest van het ontstaansverhaal lees je op de website van het UKZKF.

Hospichild, trouwe bondgenoot van het UKZKF

Hospichild is een niet-medische website over de ziekenhuisopname van kinderen waarop je informatie vindt over de administratieve, economische en onderwijsaspecten, het werk van de ouders, de kindergeneeskundediensten in Brussel en hulpverlenende verenigingen. Daarnaast deelt Hospichild dagelijks artikelen over kindergeneeskunde. Dit zijn een paar van de laatste artikelen over het UKZKF die we op ons platform hebben gedeeld:

  • In zaal 68 van het UKZKF vind je voortaan de nieuwe Baby-eenheid. Die is speciaal ontwikkeld voor baby’s van 0 tot 2 jaar, die meestal in het ziekenhuis worden opgenomen voor acute, chronische of postoperatieve aandoeningen. Daar krijgen ze geavanceerde multidisciplinaire zorg, waarbij hun ouders een centrale rol spelen. Nieuw in het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola (UKZKF): de baby-eenheid
  • Vlak voor de feestdagen vestigde het Kinderziekenhuis de aandacht op een van zijn vele hulpmiddelen om kinderen gerust te stellen: de pedagogische Kiwanis-poppen. Die originele helpers worden op de afdeling intensieve zorg gebruikt om medische procedures toegankelijker en minder intimiderend te maken voor jonge patiënten. Poppen op de dienst kindergeneeskunde
  • Na het succes van de vorige editie, mochten de knuffelberen terugkeren naar het Kinderziekenhuis (UKZKF). Zo kunnen kinderen van vier tot elf jaar samen met hun ouders kennismaken met een ziekenhuis, een omgeving die ze vaak niet zo goed kennen. Door hun zieke of gewonde knuffels binnen te brengen, kunnen de kinderen op een leuke en aangepaste manier de medische wereld leren kennen. De laatste editie vond plaats op zaterdag 24 mei 2025.   Knuffelbeerziekenhuis: een nieuwe editie om kinderen kennis te laten maken met de medische wereld
  • Om chronische pijn bij jongeren te verlichten, heeft het Kinderziekenhuis (UKZKF) sinds enkele jaren een revalidatieprogramma dat is gebaseerd op een biopsychosociale benadering, met individuele begeleiding door een multidisciplinair team dat chronische pijn erkent als een geheel van oorzaken en gevolgen. Volgens statistieken lijdt bijna 30% van de schoolgaande kinderen namelijk aan chronische pijn. Meestal is die pijn amper of niet zichtbaar, maar ze heeft een aanzienlijke invloed op het dagelijks leven van de jongste kinderen. Ze beïnvloedt hun fysieke welzijn, sociale interacties, scholing en vrije tijd. Revalidatieprogramma in Brussel voor de behandeling van chronische pijn bij kinderen
  • Verpleegkundige op de dienst Pediatrische oncologie, zou jij het durven? Die Franstalige kortfilm was op 23 juli 2024 te zien op de website van het Kinderziekenhuis. In iets minder dan tien minuten zie je een ontroerend en realistisch portret van de dagelijkse realiteit van de verpleegkundigen op de dienst Hemato-oncologie van het UKZKF. In tegenstelling met het (vaak vertekende) beeld dat we van die zinvolle job hebben, maken we kennis met een team dat ondanks de soms moeilijke momenten positief en vriendelijk blijft. Dat bevestigen ook de ouders van huidige of voormalige jonge patiënten van de dienst. Court-métrage immersif et touchant sur le métier d’infirmière en oncologie pédiatrique (Franstalig artikel)

↓ Video over de mijlpalen in de ontstaansgeschiedenis van het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola ↓

 

LEES OOK: 

Doe mee aan onze online tevredenheidsenquête!

We beginnen het nieuwe jaar in schoonheid met onze Tevredenheidsenquête bij de gebruikers van de website van Hospichild. Invullen duurt maar een paar minuten en helpt ons om nog beter in te spelen op de behoeften van gezinnen en gezondheidswerkers. Alvast bedankt!

Hospichild is een webplatform met informatie en hulpmiddelen voor kinderen die in het ziekenhuis worden opgenomen en kinderen met een handicap in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Sinds twee jaar maakt het initiatief deel uit van het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad, dat op zijn beurt tot Vivalis.brussels behoort. Hospichild kadert in een van de vier opdrachten van het Observatorium: “de Brusselse burgers en professionals informeren via wetenschappelijke projecten”.

De tevredenheidsenquête

De enquête werd opgesteld naar aanleiding van een stage bij het team van Hospichild, in samenwerking met leden van het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad. Ze is bedoeld om positieve punten en verbeterpunten in kaart te brengen zodat we beter kunnen aansluiten op de behoeften van gezinnen en gezondheidswerkers.

De vragenlijst is beschikbaar in het Nederlands en het Frans. Hij is bedoeld voor ouders en naasten van zieke kinderen, professionals in de medische of psychosociale sector, maar ook voor het verenigingsnetwerk, leden van verenigingen of ngo’s en al wie geïnteresseerd is in het onderwerp en het platform af en toe of vaak bezoekt.

De thema’s die aan bod komen, zijn de toegankelijkheid van het platform, de relevantie van de informatie en hulpmiddelen, de duur van het bezoek en het nut van het vragenformulier. In de praktijk duurt het ongeveer vijf minuten om de enquête te beantwoorden. Jouw bijdrage is heel waardevol voor ons!

Neem deel aan de Tevredenheidsenquête bij de gebruikers van de website van Hospichild

Ontstaan van het project

Hospichild werd opgericht in maart 2007 en maakte aanvankelijk deel uit van de vzw Centrum voor Maatschappelijke Documentatie en Coördinatie (CMDC-CDCS). Oorspronkelijk ging het om een initiatief van de beleidsmakers van de Brusselse hoofdstedelijke regering dat in 2003 gestart is (de website is online sinds 2007). De subsidies worden toegekend door de ministers die bevoegd zijn voor de gezondheid in het Brusselse Gewest. Na een proces van twee jaar maakt Hospichild sinds 1 februari 2023 deel uit van het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad.

→ Lees meer over het Ontstaan van het Hospichild-project

Een specifiek initiatief

Zowel Hospichild als Born in Brussels (een webplatform met informatie en hulpmiddelen voor de perinatale periode in Brussel) maken deel uit van het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad, de studiedienst van de Diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Het is een tool voor al wie betrokken is bij de ontwikkeling en uitvoering van het beleid inzake gezondheid en armoedebestrijding in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: beleidsmakers, actoren op het terrein en burgers.

→ Lees meer over het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad

Vivalis.brussels

Vivalis is de administratie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC). Samen met zijn partner Iriscare is Vivalis (vroeger de “Diensten van het Verenigd College – DVC” van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie) verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid inzake gezondheid en bijstand aan personen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Sinds december 2023 wil Vivalis, waar Hospichild onder valt, zijn opdracht op het gebied van volksgezondheid en sociale preventie benadrukken. Een nieuwe, duidelijkere en meer sprekende identiteit voor de Brusselaars →

→ Vivalis.brussels

Mantelzorgers verliezen werkloosheidsuitkering door zorg voor kind

Duizenden mantelzorgers in België wijden hun leven aan hun kind dat met een ziekte of kampt of gehandicapt is. Ze bieden dag en nacht onmisbare hulp en spelen een essentiële rol. Toch dreigen ze nu hun enige inkomen te verliezen. De tweede fase van de uitsluiting van het recht op werkloosheidsuitkeringen gaat in maart van start. Door die blinde hervorming lopen veel gezinnen het risico daardoor in nog grotere bestaansonzekerheid terecht te komen.

In een reportage op RTL zagen we de aangrijpende getuigenis van de papa van Milan. Milan is 14 en geboren met een ernstige handicap die hem zelfs voor de eenvoudigste handelingen volledig afhankelijk maakt van zijn ouders: eten, zich verplaatsen, zijn medicijnen innemen, enz. ’s Nachts slaapt hij bij zijn vader, Dimitri, uit angst voor een epileptische aanval. “Toen hij vijf was, werd zijn epilepsie te ernstig. Ik heb toen besloten om niet meer te gaan werken zodat ik voltijds voor hem kan zorgen”, legt Dimitri uit aan de RTL-journalist. Intussen zijn we negen jaar verder en gaat Dimitri zijn werkloosheidsuitkering verliezen.

Iemand die werkloos is, is niet per definitie lui. Ik heb het altijd druk. De zorg voor een kind met een ernstige handicap valt niet te combineren met een job, noch lichamelijk, noch geestelijk.”

Twee miljoen mantelzorgers, vaak zonder vangnet

Zoals Milan zijn er nog vele andere kinderen. Volgens Sciensano zijn er bijna twee miljoen mantelzorgers in België. Bijna de helft van hen heeft zijn beroepsactiviteit moeten verminderen of stopzetten. Velen hebben geen duidelijk statuut, weinig sociale rechten en leven van een inkomen dat ver onder de armoedegrens ligt. “Ouders van een kind met een handicap torsen naast die financiële problemen bovendien een enorme mentale last en moeten onophoudelijk administratieve procedures doorlopen”, zegt Merlin Gevers, projectmanager bij de Ligue des familles, die ook geïnterviewd werd in de RTL-reportage. De werkloosheidshervorming die nu wordt toegepast, houdt dus geen rekening met de realiteit van ouders die niet beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt omdat ze elders nodig zijn.

Bestaand statuut schiet ruim tekort

Een in 2020 gestemde wet voerde een officieel statuut in voor mantelzorgers, wat een belangrijke symbolische stap vooruit was. In de praktijk is dat statuut echter zeer beperkt. Verlof voor mantelzorgers is vaak te kort, te beperkend en ontoegankelijk voor veel ouders van ernstig afhankelijke kinderen. De situatie zal nog dramatischer worden nu meer mensen hun recht op een werkloosheidsuitkering dreigen te verliezen. “We hadden gehoopt dat er vóór die uitsluitingen een echt statuut zou zijn”, verklaart Maxime Delaite, directeur van de vzw Aidants Proches, op RTL.

Mantelzorgers moeten dringend tegen deze oneerlijke hervorming worden beschermd. We vragen gewoon een beetje menselijkheid.”

→ Bekijk de reportage van RTL Info over dit onderwerp (in het Frans)

Concrete vooruitgang

Ondanks alles is er sinds enkele maanden dankzij bepaalde initiatieven toch vooruitgang. In het hoger onderwijs bijvoorbeeld erkent de ULB jonge mantelzorgers nu als studenten met specifieke behoeften en biedt hun pedagogische aanpassingen die rekening houden met hun gezinssituatie. Ook op lokaal niveau zijn er steunmaatregelen: zo kunnen mantelzorgers in Brussel en Luik goedkopere of gratis parkeerkaarten krijgen en bieden sommige gemeenten en ziekenfondsen bescheiden premies of voordelen aan. Al die kleinere initiatieven zijn stappen in de goede richting, maar onvoldoende gezien de omvang van de behoeften van mantelzorgers. Bovendien blijven er grote territoriale ongelijkheden bestaan.

 

LEES OOK:

Thuiszorgdiensten: Iriscare, steeds meer ondersteuning voor kwetsbare personen

De Brusselse thuiszorgdiensten, die financieel onder druk staan, zijn nochtans essentieel voor een deel van de bevolking. De betrokken personen, die door hun situatie kwetsbaar zijn, zullen begin 2026 nog steeds kunnen rekenen op versterkte hulp van Iriscare.

{ Persbericht van Iriscare }

De 16 door Iriscare erkende diensten voor thuishulp spelen een cruciale rol in de ondersteuning van ouderen, personen met een handicap, langdurig zieken en gezinnen in moeilijkheden. Zij worden echter geconfronteerd met financiële uitdagingen die deze essentiële opdracht onder druk zetten. Tegen deze achtergrond heeft Iriscare beslist een concrete oplossing voor te stellen: sinds 1 januari 2026 is een verbeterde financiering van alle door Iriscare erkende diensten voor thuishulp van kracht.

“De diensten voor thuishulp vormen het hart van de Brusselse solidariteit. Dankzij hun inzet kunnen mensen zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving blijven wonen. Door hun financiering te versterken, geven we hen de middelen om elke dag opnieuw kwaliteitsvolle, respectvolle en waardige ondersteuning te bieden aan de meest kwetsbare mensen,” zegt directeur-generaal van Iriscare Tania Dekens.

Verhoging van de forfaitaire tarieven

De aanpassing van de financiering van de diensten voor thuishulp heeft geleid tot een verhoging van het forfaitaire uurtarief met 8,7 euro, een stijging van meer dan 25%. Het tarief stijgt van 33,5 euro naar 42,2 euro voor de prestaties van gezins- en seniorenhelpers, en van 31,39 euro naar 40,09 euro voor de prestaties van sociale huishoudhulpen. Deze verbetering werd gerealiseerd zonder bijkomend budget, dankzij een efficiënter gebruik van de bestaande enveloppe voor de sector en met behoud van de huidige opnamecapaciteit voor de begunstigden.

Steun aan de sector

Iriscare bevestigt hiermee opnieuw haar engagement om kwaliteitsvolle dienstverlening te garanderen voor de meest kwetsbare personen, door de actoren van de thuishulp duurzaam te ondersteunen. De instelling blijft nauw in contact met het werkveld en luistert naar de noden op het terrein, zodat de betrokken organisaties hun essentiële opdracht ten dienste van de Brusselse burgers kunnen blijven vervullen.

Over Iriscare

Iriscare is een bicommunautaire instelling van openbaar nut en het publieke aanspreekpunt voor sociale bescherming in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Samen met zijn partners zorgt Iriscare ervoor dat alle Brusselaars krijgen waar ze recht op hebben — van kinderbijslag tot zorg en ondersteuning voor ouderen en personen met een handicap. Toegankelijk, professioneel en kwaliteitsvol: elke dag, voor iedereen.

LEES OOK: