Op zaterdag 14 maart 2026 staat de zoete zonde ten dienste van een belangrijk doel: de strijd tegen kinderkanker. De Dag van de Eclair, een initiatief van KickCancer, zorgt dit jaar opnieuw voor solidariteit in heel België.
De Dag van de Eclair is de zoetste manier om kinderen met kanker te steunen. Eén keer per jaar bereiden honderden getalenteerde bakkers hun beste eclairs om kinderen, tieners en jongvolwassenen met kanker een mooiere toekomst te geven”, zegt KickCancer op de evenementpagina.
Nationaal smullen
Het idee is simpel: op 14 maart verkopen de deelnemende Belgische bakkers hun éclairs ten bate van onderzoek naar kinderkanker. De klant betaalt een klein beetje extra per eclair (aanbevolen prijs: tussen 3 en 6 euro), terwijl de bakker de ingrediënten, zijn werk en dat van zijn team levert. Het bedrag gaat integraal naar KickCancer. “Of je nu een bakker bent die de handen uit de mouwen wil steken of gewoon een zoetekauw, zet 14 maart 2026 in je agenda! Er zijn meer dan vijfhonderd dozen met communicatiemateriaal naar bakkers gestuurd! Dat zijn dus duizenden stickers, posters… allemaal ten bate van onderzoek naar kinderkanker”, schrijft de vereniging in een Facebookbericht.
Elk jaar meer succes
Zes jaar geleden stelden Delphine Heenen, de oprichtster van KIckCancer, en chocolatier Pierre Marcolini, peter van de Dag van de Eclair, zichzelf een uitdaging: op één dag zoveel mogelijk eclairs verkopen om kinderkanker een flinke schop te geven. Sindsdien is het initiatief uitgegroeid tot een nationaal evenement, waarbij Pierre Marcolini en meer dan vijfhonderd solidaire bakkerijen hun tijd, vakmanschap en ingrediënten schenken voor dat goede doel. De vijfde editie was trouwens een enorm succes:
70.000 eclairs opgepeuzeld
543 verkooppunten
600 Instagramstories met de hashtag #EclairDay
51 artikels in de pers
200.000 euro ingezameld
En duizenden positieve berichten
En ook voor deze zesde editie hebben bakkerijen in heel België zich ingeschreven.
Hoe kan je deelnemen?
“Doe mee aan deze actie om samen kinderkanker de wereld uit te helpen!” moedigt KickCancer ons aan.
Zie je op 14 maart reclame voor de Dag van de Eclair (op posters of stickers op de etalage van een bakker), tag dan zeker de KickCancer Foundation en gebruik de hashtag #EclairDay om de actie te ondersteunen. Eén eclair lijkt misschien klein, maar duizenden eclairs kunnen samen het onderzoek vooruithelpen en nieuwe vooruitzichten bieden aan kinderen met kanker, met name zij die in Brussel worden opgevolgd en in het ziekenhuis zijn opgenomen. Voor bakkers is de deadline om te kunnen deelnemen net verstreken, maar onthoud het zeker voor volgend jaar!
KickCancer is een Belgische stichting die wetenschappelijk onderzoek financiert om kinderen met kanker betere behandelingen te kunnen bieden. De stichting zet zich ook in om de regelgeving en werkmethoden structureel te doen evolueren en om de samenwerking te bevorderen tussen de belangrijkste actoren (de farmaceutische industrie en de overheid, maar ook onderzoekers, artsen en patiëntenorganisaties), om de toekomst van zieke kinderen duurzaam te verbeteren.
Naar aanleiding van de Wereld Obesitas Dag op 4 maart 2026 herinneren verschillende Brusselse ziekenhuizen eraan dat het niet alleen om cijfers draait. Obesitas is een complexe en chronische aandoening met zware lichamelijke en psychologische gevolgen. Verschillende gespecialiseerde centra hanteren een multidisciplinaire en gepersonaliseerde aanpak om patiënten duurzaam te begeleiden.
De initiatieven van de Europa Ziekenhuizen en de Iris Ziekenhuizen Zuid op deze Wereld Obesitas Dag getuigen van een gedeelde ambitie: informeren, destigmatiseren en zorgtrajecten op maat aanbieden om elke patiënt te begeleiden naar een beter gezondheidsevenwicht.
Een allesomvattende behandeling in de Europa Ziekenhuizen
De obesitaskliniek van de Europa Ziekenhuizen werd onlangs gereorganiseerd over de twee sites. Het team werkt nauw samen met endocrinologen, diëtisten, voedingsdeskundigen, psychologen en slaapexperts.
“Elk geval is anders en vereist een andere aanpak. Juist deze multidisciplinaire zorg stelt ons in staat om oplossingen op maat te bieden aan onze patiënten”, aldus Dr. Nijs, lid van het team, op de webpagina van de kliniek.
Verder wijst hij erop dat niet alle patiënten in aanmerking komen voor een operatie: sommigen zullen meer baat hebben bij een intensieve dieetbegeleiding, een behandeling met medicatie, psychologische ondersteuning of een aangepast programma voor lichaamsbeweging. De sleutel tot succes? Individuele evaluatie en regelmatige nazorg. Vóór elke “bariatrische” ingreep (mogelijk vanaf 15 jaar en bij ernstige obesitas) is er over het algemeen een wettelijk verplichte bedenktijd van drie maanden. Na de operatie worden patiënten twee tot drie keer per jaar opgevolgd, naast voedingsadvies en psychologische begeleiding.
“De operatie is slechts één stap. Het behouden van het gewicht daarna blijft een levenslange strijd, die discipline en wilskracht vereist. Vandaar het belang van nazorg in samenwerking met de huisarts”, dixit Dr. Philippron op de website van het ziekenhuis.
Tegenwoordig wordt bariatrische chirurgie als veilig beschouwd, met minder dan 1% complicaties. De Europa Ziekenhuizen, die al over een chirurgische robot beschikken, verwachten in 2026 de nieuwe Da Vinci V-robot. Die zou een sneller herstel en minder postoperatieve pijn mogelijk moet maken.
Bewustmaking en begeleiding op 4 maart
Ook de Iris Ziekenhuizen Zuid komen in actie op 4 maart. Op de campus Etterbeek-Elsene wordt van 9 tot 16 uur een informatiestand opgezet om het publiek bewust te maken van de uitdagingen rond obesitas en bestaande oplossingen toe te lichten. De stand richt zich tot patiënten, hun familie en iedereen die meer wil weten over obesitas en de mogelijke oplossingen om obesitas te voorkomen of onder controle te houden. Bezoekers krijgen er persoonlijk advies en kunnen in gesprek gaan met gespecialiseerde professionals over de beste praktijken voor hun welzijn. Het is de bedoeling om deze problematiek beter te begrijpen en iedereen te helpen bij het vinden van een gepaste en efficiënte manier om ermee om te gaan. Tot slot staat ook een rondleiding in hun Gewichts- en gezondheidscentrum op het programma.
Hoe wordt dit aangepakt bij kinderen?
In België krijgen kinderen sinds kort zorgtrajecten aangeboden die zijn afgestemd op hun behoeften. Op de website van het RIZIV staat dat de zorgtrajecten gebaseerd zijn op een multidisciplinaire aanpak en geïntegreerde zorg, waarbij elke patiënt die zorg nodig heeft op het gebied van gezonde voeding en diëtetiek kan rekenen op een divers team van gespecialiseerde professionals (artsen, diëtisten, psychologen, enz.). Jonge patiënten worden individueel behandeld en de zorg wordt in overleg met andere specialisten op hun specifieke situatie afgestemd.
Frédérique Fremaux is directeur van de basisonderwijsafdeling van de Robert Duboisschool in hartje Brussel, en vertelt met veel plezier over haar job. Ze bespreekt de specifieke kenmerken van haar werk, laat ons kennismaken met haar werkomgeving en geeft toelichting bij de uitdagingen van buitengewoon onderwijs type 5. Tot slot komen ook de banden met de zieke kinderen en hun gezinsleden aan bod.
De Robert Duboisschool is een zogenaamde ziekenhuisschool die buitengewoon onderwijs type 5 biedt aan leerplichtige kinderen van 2,5 tot 21 jaar. De belangrijkste doelstelling van de Franstalige school, die afhangt van de Stad Brussel, is om kinderen die ziek zijn, in het ziekenhuis verblijven of herstellende zijn te begeleiden in hun schoolloopbaan en in het algemeen te ondersteunen. Sinds 8september 2022 is de school administratief onderverdeeld in twee afdelingen: de Robert Duboisschool (basisonderwijs) en Robert Dubois Secondaire (middelbaar onderwijs). De lessen gaan door op zeven locaties: de HUB (UKZKF en Erasmus), het dagcentrum voor jonge kinderen (UJJE), de tienerafdeling (Les Ados de Robert Dubois), het Jean Titecaziekenhuis, het ziekenhuis Le Domaine (ULB) en het dagcentrum voor tieners (Le Centre Ados van de vzw l’Équipe).
“Op de Robert Duboisschool verwelkomen we alle kinderen, ongeacht hun achtergrond. Niet alleen uit Brussel en de rest van België, maar ook uit het buitenland. Sommige kinderen worden doorverwezen omwille van verschillende aandoeningen, meestal aan het hart. Er zijn gezinnen die uit Algerije of Luxemburg komen om zich hier te laten behandelen.” Dat vertelt Frédérique Fremaux, directeur van de Robert Duboisschool.
Vertel eens wat over jezelf.
Voor Frédérique Fremaux is haar beroep haar roeping. Ze begon haar carrière als lerares basisonderwijs in scholen van de Stad Brussel, wat ze bijna 25 jaar lang deed. Een vacature bood haar de kans om van werkomgeving en doelgroep te veranderen. Kort na haar aankomst op de Robert Duboisschool deed zich een nieuwe kans voor: directeur worden van die school, een gelegenheid die ze met beide handen aangreep. Frédérique vertelt: “In het begin was ik als enige verantwoordelijk voor zowel het basis- als het middelbaar onderwijs, op de zeven locaties. Na zes jaar konden we eindelijk een aanvraag indienen om de school in twee afdelingen te splitsen. Op dat moment is mijn collega Jeffrey Tallane erbij gekomen om de leiding over het middelbaar onderwijs op zich te nemen. Dat was een hele opluchting. Ik kon zelfs tijd vrijmaken om ook de territoriale pool Alexis Sluys van de Stad Brussel te leiden. Die bestaat uit een multidisciplinair team van veertig mensen, waaronder kinesitherapeuten, ergotherapeuten, leerkrachten, opvoeders, psychologen en psychomotorisch therapeuten. Zij ondersteunen leerlingen met specifieke behoeften in het reguliere onderwijs.”
“Ik herinner me mijn eerste leerling nog, toen ik aankwam op de Robert Duboisschool. Hij is meer dan een jaar bij ons gebleven. Ondanks zijn gevecht tegen kanker had hij een enorm doorzettingsvermogen. Zijn gezinsleden waren ook een bron van inspiratie. Als we in de klas zaten en hij zag dat de anderen geen zin hadden of hun behandeling niet wilden volgen, motiveerde hij hen. Hij gaf echt iedereen, ook ons, zoveel energie. Dat is buitengewoon voor een kind dat een moeilijke periode in zijn leven doormaakt. Wat een maturiteit! Nu, tien jaar later, heb ik nog steeds contact met hem.”Dat getuigt Frédérique Fremaux.
Frédérique Fremaux, directeur van de Robert Duboisschool en Jeffrey Tallane, de directeur van de middelbare afdeling van de Robert Duboisschool. Foto: Samuel Walheer
Wat zijn je dagelijkse taken?
Frédérique Frémaux staat aan het hoofd van een team van ongeveer twintig mensen in de Robert Duboisschool. In een gedeeld, functioneel kantoor werkt ze nauw samen met Jeffrey Tallane, de directeur van de middelbare school, die maar liefst 78 medewerkers aanstuurt. Samen leiden ze hun teams, die verspreid zijn over zeven locaties. De twee kernwoorden van de taken van een directeur? Administratie en pedagogie. Frédérique legt uit dat haar job in de loop der tijd aanzienlijk is veranderd: “Mijn werk is erg administratief geworden en minder toegespitst op de pedagogische aspecten.” Ze vervolgt: “Ook mijn rol als bemiddelaar, zowel voor de onderwijsteams als de gezinnen, neemt veel tijd in beslag. Dat is echt nodig en het werpt zijn vruchten af.” Het leiderschap wordt gedeeld door de twee directies. Frédérique Fremeaux blijft op de hoogte van alles wat er in de middelbare school gebeurt, en hetzelfde geldt voor haar collega Jeffrey Tallane. Ze kunnen op elkaar rekenen en elkaars werk overnemen als dat nodig is. “Delegeren is hier het toverwoord!” In elk van de zeven locaties zijn er contactpersonen. Zo is de dagelijkse opvolging gegarandeerd en kunnen ze snel reageren op complexere situaties. Frédérique Fremaux voegt eraan toe: “Om een school te leiden moet je goede relaties kunnen onderhouden met een groot aantal betrokkenen: ouders en andere gezinsleden, artsen, externe actoren, leerlingen en hun oorspronkelijke scholen, sponsors en verenigingen.”
“Een directeur moet in de eerste plaats over leiderschapsvaardigheden beschikken. Doelstellingen vaststellen is essentieel om betekenis te geven aan je werk. Door samen te werken met onze teams en de gezinnen bouwen we niet alleen professionele relaties en een vertrouwensband op, soms groeien daar zelfs vriendschappen uit. Dat kan niet zonder rekening te houden met relationele aspecten: bij misverstanden, onbegrip en spanningen moeten we bijsturen. Dat laat ons toe situaties gemakkelijker te beheersen en samen vooruitgang te boeken om onze doelstellingen te bereiken.”Dat legt Jeffrey Tallane, de directeur van de middelbare afdeling van de Robert Duboisschool, uit.
Gang die naar de Robert Dubois-school leidt
Gezinnen ondersteunen
Voor ouders en andere gezinsleden is er niets moeilijker dan wanneer hun kind plotseling ernstig ziek wordt en snel daarna in het ziekenhuis wordt opgenomen. De teams van de Robert Duboisschool zorgen voor kwetsbare kinderen en hun gezinnen, die allemaal specifieke behoeften hebben. Soms zijn die behoeften niet in lijn met de werkelijkheid. Dan moeten de directeuren zich aanpassen, uitleg geven en beslissingen nemen voor het welzijn van hun leerlingen. Frédérique en Jeffrey vertellen: “Sommige ouders zijn verbaasd wanneer we hen met de neus op de feiten drukken. Ze willen de realiteit niet altijd onder ogen zien. Soms moeten we uitleggen dat hun kinderen nooit meer dezelfde capaciteiten zullen hebben als voor hun ziekte. Bijvoorbeeld wanneer een kind gedurende enkele maanden behandeld werd voor een tumor. Dat is onvermijdelijk een aanslag op het lichaam en heeft ook meer algemene gevolgen: het kind kan minder goed onthouden en zich soms minder goed concentreren. We begrijpen dat de ouders een moeilijke periode doormaken, we zijn er immers zelf bij betrokken. We proberen hen dan ook te ondersteunen en te informeren. Ouders begrijpen niet altijd dat hun kind niet meteen terug naar zijn of haar oorspronkelijke school kan of denken juist dat hun kind voor altijd bij ons zal blijven. Voor dat soort gesprekken moeten we de juiste woorden vinden en diplomatiek zijn als we vooruitgang willen boeken en de gezinnen willen geruststellen.”
Ingang van de Robert Dubois-school
Ingeschreven in twee scholen tegelijkertijd
Wat buitengewoon onderwijs type 5 zo speciaal maakt, is dat de leerlingen ingeschreven blijven op hun oorspronkelijke school. Alle leerlingen zijn dus in twee scholen tegelijkertijd ingeschreven. Ze worden, meestal tijdelijk, geholpen door de ziekenhuisschool met als doelstelling om ze terug te kunnen sturen naar hun oorspronkelijke school. Ziekenhuisscholen reiken evenwel geen diploma’s uit waarmee leerlingen naar het volgende jaar kunnen overgaan. Tijdens klassenraden wordt er uitvoerig overlegd met het team van de oorspronkelijke school, want die heeft vaak maanden of zelfs jaren geen contact meer gehad met een leerling tijdens zijn of haar ziekenhuisopname. Zowel Frédérique als Jeffrey benadrukken hoe belangrijk het is om van bij de start nauw samen te werken met de oorspronkelijke school. Ze voegen eraan toe: “We werken samen met alle onderwijsnetwerken. Leerlingen fladderen soms van de ene instelling naar de andere, naargelang van hun zorgtraject. We moeten hen dus goed opvolgen om te voorkomen dat ze vervreemden van de onderwijsrealiteit.”
Buitengewoon onderwijs type 5 heeft de volgende opdrachten:
Leerlingen in staat stellen les te blijven krijgen ondanks een ziekte.
Schooluitval voorkomen.
Contact onderhouden met de oorspronkelijke school.
Het zelfvertrouwen en zelfbeeld versterken.
Leerlingen een vooruitzicht op een slaagkans bieden.
Leuke activiteiten organiseren zodat de leerlingen hun ziekte even kunnen vergeten.
Kinderen en jongeren opnieuw leerling laten zijn.
Toenemende vraag
Frédérique en Jeffrey verzekeren ons allebei dat de vraag heel groot is. In de huidige context kunnen niet alle gezinnen worden geholpen. Met die realiteit worden alle instellingen geconfronteerd, vooral in de psychiatrie. De wachtlijsten voor tieners en kinderen zijn dan ook erg lang. Jeffrey Tallane bevestigt dat: “We proberen zo efficiënt mogelijk te zijn en zoveel mogelijk leerlingen te helpen, voor hun welzijn en dat van hun gezinnen. Helaas zijn we grotendeels afhankelijk van medische strategieën en ziekenhuizen. Als een dienst niet goed werkt, kan dat een impact hebben op de bij ons beschikbare plaatsen. We proberen met de gemiddelden te spelen en een deel van die grote vraag op te vangen, om te vermijden dat zieke kinderen en jongeren geen onderwijs krijgen en doelloos thuiszitten.”
“Om af te sluiten wil ik zeggen dat wat onze afdeling bijzonder maakt, is dat we een uitstekend team hebben dat zowel jonge als oudere kinderen bijstaat, soms letterlijk bij hun ziekbed. Kinderen die niet naar de klaslokalen kunnen komen, worden namelijk in het ziekenhuis zelf geholpen. Wij gaan naar hen, of dat nu op de afdeling intensieve zorgen, chirurgie, oncologie of tijdens een dialyse is.” Dat besluit Frédérique Fremaux.
Tiktak, tiktak … Het is al bijna 28 februari! Die dag staan we overal ter wereld stil bij zeldzame ziekten. De ideale gelegenheid voor organisaties om het brede publiek daarvan bewuster te maken en een stem te geven aan de getroffenen en hun naasten. De Belgische vereniging RaDiOrg (Rare Diseases Belgium) organiseert twee gezellige evenementen om sympathisanten samen te brengen.
Sinds zijn lancering in 2008 is de internationale zeldzameziektendag een belangrijke aanjager van de internationale gemeenschap voor zeldzame ziekten. RaDiOrg telt momenteel tachtig verenigingen voor specifieke zeldzame ziekten en honderden leden die lijden aan een ziekte waarvoor geen vereniging bestaat. De vereniging deelde haar laatste acties via sociale media. Meer dan 500.000 mensen in België namen eraan deel, waaronder verenigingen, artsen, apothekers, mensen met een zeldzame ziekte en sympathisanten.
RaDiOrg organiseert op zaterdag 28 februari van 14.00 tot 17.00 uur een event voor groot en klein, om iedereen die (on)rechtstreeks te maken heeft met een zeldzame ziekte samen te brengen. De ideale gelegenheid om gezellig samen te komen, een speciaal moment te delen en gewoon te genieten. Niet alleen ledenverenigingen van RaDiOrg zijn welkom, maar ook individuele leden (ook wie nog geen patiëntenvereniging heeft door de zeldzaamheid van hun ziekte) én gezinsleden. Op het programma: Cliniclowns, kinderschminken, poëtische kappers, multicolor nagels lakken (het symbool van zeldzameziektendag), en zelfs een professionele fotograaf.
Je laten fotograferen is ook een manier om je verhaal te vertellen, jezelf te tonen en te laten zien dat je ondanks de zeldzaamheid van je ziekte toch deel uitmaakt van een talrijke gemeenschap. Die info vind je ook terug op de website van RaDiOrg.
Lid worden
Om deel te nemen moet je lid zijn van RaDiOrg. Wil je lid worden? Vul dan het online formulier in.
Voor het event wordt een symbolische bijdrage van drie euro per persoon gevraagd (kinderen jonger dan zes mogen gratis deelnemen).
Inschrijven kan van 19 januari tot en met 20 februari 2026. Zodra de organisatie je betaling heeft ontvangen, is je inschrijving bevestigd.
Naast dat event in Brussel wordt iedereen uitgenodigd om zijn steentje bij te dragen aan de bewustmaking: gezinnen, verzorgers, gezondheidswerkers, onderzoekers, clinici, beleidsmakers, vertegenwoordigers van de sector en het brede publiek. RaDiOrg helpt patiëntenorganisaties, belangenbehartigers van patiënten en andere geïnteresseerden om campagne te voeren door hulpmiddelen (flyers, posters, enz.) in ongeveer honderd talen ter beschikking te stellen. Zo kan iedereen zijn gemeente aansporen om op zeldzameziektendag kleurrijke lichtjes aan te steken.
Na al die leuke activiteiten kan je op zaterdag 28 februari om 17.00 uur nog deelnemen aan een kleurrijke solidariteitswandeling van drie kilometer in het Jubelpark. Doe zeker die kleurrijke hoed, sjaal en andere accessoires aan of breng een lampion mee. Praktische informatie (ook te lezen op de website van RaDiOrg):
Het parcours is geschikt voor mensen met beperkte mobiliteit.
Afspraak om 17 uur bij de fontein van het park.
RaDiOrg zorgt zelf voor lampionnen, maar moedigt iedereen aan om zijn (zelfgemaakte) exemplaar mee te brengen.
Iedereen mag meewandelen: familieleden, vrienden, naasten, sympathisanten, … Vertel het verder en kom in groten getale!
Het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola mag dit jaar veertig kaarsjes uitblazen. Het UKZKF is het enige Belgische ziekenhuis dat uitsluitend zorg verleent aan kinderen en jongeren. Zij zijn dan ook de bestaansreden van het ziekenhuis. Door een gespecialiseerd pediatrisch centrum in Brussel op te richten, wilde men tegemoetkomen aan een duidelijke behoefte van gezinnen op medisch, psychologisch en sociaal gebied. Hospichild grijpt de verjaardag van het UKZKF aan om een paar artikelen over het kinderziekenhuis te delen.
Op de website van het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola lezen we welke mijlpalen hebben geleid tot zijn oprichting, precies veertig jaar geleden. De initiatiefnemer van het project, Robert Dubois, gaf ook zijn naam aan een school voor ernstig zieke kinderen thuis of in het ziekenhuis. De symbolische opening van het ziekenhuis vond plaats in aanwezigheid van koningin Fabiola zelf. Het pediatrische model is ontwikkeld door Henri Louis Vis en professor André Kahn.
“Achter het ogenschijnlijk doordeweekse gebouw van het UKZKF gaat een bijzondere plek schuil. In het erkend universitair ziekenhuis gaan zorg, onderzoek en opleiding hand in hand, ten dienste van kinderen en hun families. Na de oprichters hebben generaties zorgprofessionals dag na dag vormgegeven aan de intussen onmisbaar geworden instelling.” UKZKF
Specifieke zorg op maat
In zijn veertigjarige bestaan is het UKZKF uitgegroeid tot een referentieziekenhuis voor jonge patiënten en hun families. Het heeft drie opdrachten. De eerste is kinderen, jongeren en hun families behandelen en begeleiden door middel van alomvattende, multidisciplinaire en humanistische begeleiding. De tweede is bijdragen aan innovatief onderzoek en kennisontwikkeling op dit gebied mogelijk maken. Tot slot draagt het bij aan gezondheidseducatie en organiseert het kwaliteitsonderwijs.
Kinderen werden in de medische wereld lange tijd als kleine volwassenen behandeld. In Brussel bestond het concept pediatrie wel, maar er was geen specifieke locatie of structuur die toeliet rekening te houden met de medische, psychologische en sociale complexiteit van zieke kinderen. Gaandeweg raakten verschillende artsen ervan overtuigd dat zorgverlening aan een kind een bijzondere aanpak vereist die zowel wetenschappelijk als uitgesproken humaan is. Robert Dubois was een van hen en groeide uit tot een spilfiguur. Hij was internationaal opgeleid en een voorstander van moderne pediatrie, waarbij er zowel aandacht is voor chronische ziekten, voeding en metabolisme als voor de psychologische en sociale dimensies van zorgverlening. Onder zijn impuls werd het onderwijs meer gestructureerd en kreeg onderzoek een vaste, centrale plaats in de klinische praktijk. Dit en de rest van het ontstaansverhaal lees je op de website van het UKZKF.
Hospichild, trouwe bondgenoot van het UKZKF
Hospichild is een niet-medische website over de ziekenhuisopname van kinderen waarop je informatie vindt over de administratieve, economische en onderwijsaspecten, het werk van de ouders, de kindergeneeskundediensten in Brussel en hulpverlenende verenigingen. Daarnaast deelt Hospichild dagelijks artikelen over kindergeneeskunde. Dit zijn een paar van de laatste artikelen over het UKZKF die we op ons platform hebben gedeeld:
In zaal 68 van het UKZKF vind je voortaan de nieuwe Baby-eenheid. Die is speciaal ontwikkeld voor baby’s van 0 tot 2 jaar, die meestal in het ziekenhuis worden opgenomen voor acute, chronische of postoperatieve aandoeningen. Daar krijgen ze geavanceerde multidisciplinaire zorg, waarbij hun ouders een centrale rol spelen. → Nieuw in het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola (UKZKF): de baby-eenheid
Vlak voor de feestdagen vestigde het Kinderziekenhuis de aandacht op een van zijn vele hulpmiddelen om kinderen gerust te stellen: de pedagogische Kiwanis-poppen. Die originele helpers worden op de afdeling intensieve zorg gebruikt om medische procedures toegankelijker en minder intimiderend te maken voor jonge patiënten. →Poppen op de dienst kindergeneeskunde
Na het succes van de vorige editie, mochten de knuffelberen terugkeren naar het Kinderziekenhuis (UKZKF). Zo kunnen kinderen van vier tot elf jaar samen met hun ouders kennismaken met een ziekenhuis, een omgeving die ze vaak niet zo goed kennen. Door hun zieke of gewonde knuffels binnen te brengen, kunnen de kinderen op een leuke en aangepaste manier de medische wereld leren kennen. De laatste editie vond plaats op zaterdag 24 mei 2025. →Knuffelbeerziekenhuis: een nieuwe editie om kinderen kennis te laten maken met de medische wereld
Om chronische pijn bij jongeren te verlichten, heeft het Kinderziekenhuis (UKZKF) sinds enkele jaren een revalidatieprogramma dat is gebaseerd op een biopsychosociale benadering, met individuele begeleiding door een multidisciplinair team dat chronische pijn erkent als een geheel van oorzaken en gevolgen. Volgens statistieken lijdt bijna 30% van de schoolgaande kinderen namelijk aan chronische pijn. Meestal is die pijn amper of niet zichtbaar, maar ze heeft een aanzienlijke invloed op het dagelijks leven van de jongste kinderen. Ze beïnvloedt hun fysieke welzijn, sociale interacties, scholing en vrije tijd. →Revalidatieprogramma in Brussel voor de behandeling van chronische pijn bij kinderen
Verpleegkundige op de dienst Pediatrische oncologie, zou jij het durven? Die Franstalige kortfilm was op 23 juli 2024 te zien op de website van het Kinderziekenhuis. In iets minder dan tien minuten zie je een ontroerend en realistisch portret van de dagelijkse realiteit van de verpleegkundigen op de dienst Hemato-oncologie van het UKZKF. In tegenstelling met het (vaak vertekende) beeld dat we van die zinvolle job hebben, maken we kennis met een team dat ondanks de soms moeilijke momenten positief en vriendelijk blijft. Dat bevestigen ook de ouders van huidige of voormalige jonge patiënten van de dienst. → Court-métrage immersif et touchant sur le métier d’infirmière en oncologie pédiatrique (Franstalig artikel)
↓ Video over de mijlpalen in de ontstaansgeschiedenis van het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola ↓