Nieuws

Hallo! Kinder- en jeugdpsychiatrie: nieuwe hotline van het UKZKF voor extreme stress-situaties

Op maandag 23 maart opende het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola een nieuwe telefonische hotline met de naam ‘Hallo! Kinder- en jeugdpsychiatrie’. Het doel? Kinderen en ouders die geconfronteerd worden met (abnormaal veel) angst of problematische stress in contact brengen met een professional.

Van maandag tot vrijdag en van 9u00 tot 16u30 beantwoorden psychologen oproepen op het nummer 02 477 31 80. Indien nodig verwijzen ze door naar kinderpsychiaters die, afhankelijk van het probleem, consulten organiseren per videoconferentie of telefoon.

Ook kinderen krijgen stress ten gevolge van afzondering

In een artikel dat recent verscheen op Yapaka, stond: “Ook de kinderen raken bedolven onder de niet aflatende stroom van angstwekkende berichten en zij merken onze verslagenheid als volwassenen. De sluiting van de scholen, geen knuffel of een kus mogen geven, geen toegang hebben tot speelpleintjes, geen bezoekjes aan oma en opa… de kinderen raken vervreemd van hun vertrouwde, goed georganiseerde en beschermende leefwereld.”

Hoe omgaan met deze buitengewone situatie?  

Yapaka, een programma gericht op de preventie van kindermishandeling, reikt enkele handvatten aan om met deze situatie om te gaan.

  • Blijf op de hoogte, maar beperk de momenten waarop er informatie binnenstroomt, zodat je het nieuws emotioneel een plaats kan geven.
  • Praat met je kind in een taal die het begrijpt, in functie van zijn/haar leeftijd. Het moet deze duistere tijden kunnen verwerken. Het voelt de impact op zijn/haar dagelijkse leven en moet de situatie de baas blijven.
  • Hou contact (via telefoon of internet) met vrienden en familie.
  • Behoud vaste gewoontes en rituelen (eten, slapen, organisatie…) om het kind gerust te stellen. Applaudisseren om 20 uur is bijvoorbeeld een goed idee.
  • Ouders moeten af en toe op adem komen. “Even alleen wandelen of fietsen om je hoofd leeg te maken, wat kletsen met een buur aan de andere kant van de schutting, eens bellen met een vriend, broer of zus, een andere ouder die je kent van aan de schoolpoort… het zijn stuk voor stuk goede ideeën.”

Wat als het allemaal te veel wordt?

Dreigt de situatie ondanks alle voorzorgen toch uit de hand te lopen? Aarzel dan niet om een professional in te schakelen. Precies voor dergelijke gevallen opende het Kinderziekenhuis de telefonische hotline, die je vanaf nu kan bereiken op 02 477 31 80.

Er zijn trouwens nog hulplijnen waar je terecht kan: Awelen Tele-Onthaal– 106. Surf ook eens naar de pagina ‘Hulp zoeken bij psychische problemen’.

Hospichild blijft bereikbaar… op afstand

Dag iedereen,

Wij hopen dat jullie in goede gezondheid zijn nu dat er in België maatregelen gelden om de verspreiding van het nieuwe coronavirus Covid-19 te beperken.

Tot en met 5 april vervolgt ons team, via thuiswerk, de onderhoud van het onlineplatform Hospichild en het schrijven van nieuwsartikelen. Jullie kunnen het team contacteren via het formulier specifiek gemaakt hiervoor.

De gezondheidsprofessionals en zorgverleners kunnen meer informatie vinden op de drietalige website die werd opgesteld door het Brussels Gewest met hulpmiddelen, omzendbrieven, toolboxen en faq’s: https://coronavirus.brussels

Solidaire groeten,

Het team Hospichild

De Iris Ziekenhuizen Zuid verkrijgen opnieuw het ‘Babyvriendelijk Ziekenhuis’ label

De Iris Ziekenhuizen Zuid worden voor de vierde keer op rij bekroond tot ‘Babyvriendelijk ziekenhuis’ (BFHI). Dit kwaliteitslabel wordt toegekend door de WGO en UNICEF. Het verzekert een hoog kwalitatieve zorg en ondersteuning van moeders en pasgeborenen. 

In Brussel verkregen slechts vijf materniteiten dit label: UMC Sint-Pieter, de Iris Ziekenhuizen Zuid, UKZKF, Erasmus Ziekenhuis en Kliniek Sint-Jan. De Iris Ziekenhuizen Zuid en UMC Sint-Pieter waren de eersten in 2006. Dat houdt in dat ze sindsdien onafgebroken werk maken van een betere zorg en communicatie naar de toekomstige ouders.

→ LIJST MET DE 28 BELGISCHE ZIEKENHUIZEN MET BFHI-LABEL (2020)

 

Criteria om het label te behalen

Om het BFHI-label te verkrijgen (en voor 4 jaar te behouden), moet een materniteit vanzelfsprekend beantwoorden aan welomlijnde criteria:

  • toepassing van de Tien Vuistregels ,10 sleutelpunten om het succes van borstvoeding te bevorderen, te promoten en optimaal te begeleiden ;
  • de fysieke en psychische behoeften van de moeders tijdens de arbeid en de bevalling respecteren, Mother Friendly care ;
  • de gezinnen beschermen tegen alle commerciële invloeden wat zuigelingenvoeding betreft, en dit overeenkomstig de Internationale Gedragscode voor het op de markt brengen van vervangingsmiddelen voor moedermelk.

Continue inspanningen

Concreet – en specifiek in de Iris Ziekenhuizen Zuid – wordt er voldaan aan de criteria via diverse initiatieven van de pool moeder/kind. Op hun website vertelt Tamara Dedecker, vroedvrouw-coördinatrice perinataliteit in de Iris Ziekenhuizen Zuid: “De inkorting van de verblijfsduur op de materniteit heeft ons ertoe verplicht innovatief voor de dag te komen om de kwalitatieve begeleiding verder te garanderen. Er moest vooral op prenataal vlak ingegrepen worden.” En ze vervolgt: “Toekomstige mama’s genieten niet enkel een medische opvolging van hun zwangerschap, maar samen met hun partner kunnen ze ook de door het multidisciplinaire team voorgestelde infoavonden bijwonen.” Elke week organiseren vroedvrouwen, pediatrisch verpleegkundigen, kinesitherapeuten en kinderartsen sessies over uiteenlopende thema’s: de bevalling, de eerste levensdagen van de baby, terug naar huis, borstvoeding, of nog, onvoorziene omstandigheden met de baby. Daarbij gaat ook bijzondere aandacht uit naar de papa’s. De ziekenhuisprofessionals verzekeren ten slotte de aangepaste opvolging van het gezin thuis. En als meest recente project “Wij hopen workshops over babybad te kunnen voorstellen. Een vaak terugkerende vraag van de mama’s…”.

Overlijden van een kind: het ‘verlet’ wordt misschien verlengd

Het ‘klein verlet’, dat wordt toegekend bij het overlijden van een kind, bedraagt vandaag slechts drie dagen. Catherine Fonck, federaal kamerlid voor CDH, diende onlangs een tekst in met het oog op het verlengen van die periode tot tien dagen. Dit initiatief pikt in op de hevige debatten die momenteel in Frankrijk gevoerd worden over dit onderwerp.

Een ‘misvatting’, zo gaf de Franse regering onlangs toe in verband met het verwerpen (door LREM, de partij van Macron) van een wetsvoorstel om het wettelijke verlof bij het overlijden van een minderjarig kind op te trekken van vijf tot twaalf dagen. Dat verzet, ingegeven door de mening dat het initiatief ‘de ondernemingen zou straffen’, werd door de bevolking en de andere partijen aangevoeld als choquerend. Het protest dwong de uitvoerende macht om de beslissing terug te draaien en nieuw overleg aan te kondigen. In België gaat het zelfs niet om vijf, maar om drie dagen verlof voor de getroffen ouders. Daarom maakte kamerlid Catherine Fonck dankbaar gebruik van de media-aandacht om ook bij ons de kat de bel aan te binden.

Wat voorziet de wet?

In België is het klein verlet een verlof dat wordt toegekend bij bepaalde gebeurtenissen, het recht op een korte periode van afwezigheid omwille van familiale omstandigheden, zoals het overlijden van een naaste.

  • Het verlet bedraagt drie dagen (te kiezen tijdens de periode die begint op de dag van het overlijden en eindigt op de dag van de begrafenis) indien de overledene het kind is van de werknemer of zijn/haar echtgeno(o)t(e).
  • Het verlet bedraagt twee dagen (te kiezen tijdens de periode die begint op de dag van het overlijden en eindigt op de dag van de begrafenis) indien het gaat om een broer, zus, kleinkind, achterkleinkind die/dat bij de werknemer inwoont.
  • Gaat het om een broer, zus, kleinkind, achterkleinkind die/dat niet bij de werknemer inwoont, dan blijft het verlof beperkt tot de dag van de begrafenis.

In La Libre stelt Catherine Fonck dat drie dagen absoluut niet volstaan: “Als je een naaste verliest, zijn drie dagen zó voorbij. Je hebt nauwelijks de tijd om het papierwerk en de uitvaart te regelen, en dan moet je alweer aan het werk. Zo kan je de slag niet verwerken.”

Van drie naar tien dagen?

Om die reden diende het federale kamerlid in oktober 2019 een tekst in, met het verzoek het verlet te verlengen van drie tot tien dagen (de drie eerste dagen blijven ten laste van de werkgever, voor de volgende zeven dagen zou er een tussenkomst zijn van de ziekteverzekering).

Nu de discussie in volle hevigheid woedt bij onze zuiderburen, wil ze de kwestie opnieuw onder de aandacht brengen: “Het is belangrijk dat de werknemer wat tijd voor zichzelf kan nemen. Na de begrafenis komt de ouder plots in een zwart gat terecht. Sommigen zijn dan liever op het werk dan alleen thuis, maar anderen moeten even afstand kunnen nemen om te rouwen. Die kans moeten we hen geven. Laat ons getuigen van wat menselijkheid.”

Van ziekteverlof tot toegestaan en erkend verlof?

Het spreekt vanzelf dat veel rouwende ouders het niet bij drie dagen houden. Vaak raadplegen ze hun arts om een attest van ziekte te verkrijgen en thuis te kunnen beginnen rouwen. Maar volgens het kamerlid zou deze vaak voorkomende vorm van ziekteverlof gewoon moeten toegestaan en erkend worden: “Het is ook in het belang van de onderneming dat de werknemer de sleutelmomenten in zijn leven in goede omstandigheden kan meemaken: een geboorte, een overlijden, een ernstig ziek kind… In Frankrijk gingen de werkgevers in elk geval al akkoord met het rouwverlof.”

Duwtje in de rug voor het project ‘Respijt voor gezinnen met revaliderende slechtziende kinderen’ van CHU Brugmann

Het project ‘Respijt voor gezinnen met revaliderende slechtziende kinderen’ van het Visueel Revalidatiecentrum HORUS, een dienst van het Brugmann ziekenhuis en de Brailleliga, werd vorige mand bekroond door het Fonds Gert Noël (beheerd door de Koning Boudewijnstichting). Dit project draagt bij aan een nieuwe familiale en revalidatiedynamiek en kreeg ook een financieel duwtje in de rug (een bedrag van 10.000 euro).

 

HORUS is een door het RIZIV erkend visueel revalidatiecentrum, dat ontstond uit de samenwerking tussen het Brugmann ziekenhuis, het UKZKF en de Brailleliga. Het doel? Patiënten met een visuele beperking begeleiden naar een maximale autonomie. Het tweetalige project is een unicum voor Brussel.

Een week met het gezin en het therapeutisch team

Dankzij het HORUS-project ‘Respijt voor gezinnen met revaliderende slechtziende kinderen’, kunnen de betrokken gezinnen een week doorbrengen met het team van therapeuten in een voorbehouden ruimte. Daar kunnen ouders, kinderen en professionals elkaar ontmoeten en ervaringen uitwisselen. Het project draagt bij aan een nieuwe familiale en revalidatiedynamiek, zodat de opvang van het kind in de beste en menswaardige omstandigheden kan gebeuren.

Opvang van de kinderen door een multidisciplinair team

Het visueel revalidatiecentrum HORUS biedt slechtziende kinderen (en volwassenen) dus opvang door een multidisciplinair team. Dat omvat een revalidatiearts, een orthoptist, een kinesist, een therapeut, een psycholoog en een specialist in psychomotoriek. Deze professionals begeleiden elk kind bij diverse aspecten (bewegen, dactylo, opbergen…)