Categorie 1

Kinderen in een medisch-psychosociale situatie in het ziekenhuis: ziekenhuisfederaties roepen op tot actie

De ziekenhuisfederaties GIBBIS, santhea en UNESSA hebben onlangs een nota (samen met onderzoeksresultaten) opgesteld en gepubliceerd over ziekenhuisopnames van kinderen met medisch-psychosociale problemen (MPS). Zij roepen op tot actie, zodat deze kwetsbare kinderen snel kunnen profiteren van een integrale, gecoördineerde en op hun behoeften afgestemde zorg. Het gaat er ook om te waarborgen dat hun ziekenhuisverblijf beperkt blijft tot de tijd die nodig is voor de beoordeling, de zorg en de therapeutische begeleiding.

 {Persbericht van de drie ziekenhuisfederaties}

In 2025 werden 2.420 ziekenhuisopnames geregistreerd van kinderen in een medisch-psychosociale kwetsbare situatie (MPS) in 29 Brusselse, Waalse en Duitstalige algemene ziekenhuizen, zo blijkt uit een gezamenlijke bevraging van GIBBIS, Santhea en UNESSA. Voor deze kinderen met complexe noden vervult het ziekenhuis een essentiële rol op het vlak van bescherming, zorg, beoordeling en therapeutische oriëntatie. Een rol die moeilijk erkend raakt binnen een gespecialiseerd en coherent kader.

Bovendien duren ziekenhuisopnames, bij gebrek aan aangepaste vervolgvoorzieningen om de continuïteit van de zorg te waarborgen, vaak veel langer dan medisch noodzakelijk, soms zelfs maanden. Op basis van deze vaststellingen pleiten de drie federaties voor erkenning van de specifieke noden van deze bijzonder kwetsbare kinderen op het kruispunt van verschillende sectoren, en voor de uitbouw van een gestructureerd, geïntegreerd en gecoördineerd zorgtraject met de extramurale actoren.

Kinderen in een MPS-situatie zijn bijzonder kwetsbaar. Zij kampen met een complexe combinatie van medische, psychologische, sociale, pedagogische en/of beschermingsproblematieken: mishandeling, ernstige verwaarlozing, gedragsstoornissen, trauma’s, psychosomatische stoornissen of chronische aandoeningen in een sterk verzwakte gezinssituatie.

Kerncijfers

De bevraging bij de algemene ziekenhuizen in Brussel, Wallonië en de Duitstalige Gemeenschap toont aan dat deze realiteit inmiddels structureel is:

• 2.420 ziekenhuisopnames van kinderen in een MPS-situatie werden geregistreerd in 2025;
• bijna 12% van de pediatrische bedden (87 van de 729 bedden) wordt ingezet voor deze zorgtrajecten;
• 1.460 kinderen werden opgenomen via de spoeddiensten;
• 354 kinderen werden door het parket in het ziekenhuis geplaatst;
• 93% van de ziekenhuizen heeft al dergelijke opnames moeten weigeren wegens een tekort aan plaatsen, personeel of aangepaste oplossingen.

Het ziekenhuis als plaats voor evaluatie, zorg en therapeutische oriëntatie, niet als leefomgeving

Voor een deel van deze kinderen is een ziekenhuisopname van enkele weken noodzakelijk om een globale beoordeling van hun situatie uit te voeren, de nodige zorg op te starten en hun therapeutische oriëntatie te organiseren.

Maar al te vaak duurt de opname langer dan noodzakelijk, niet omdat er nog nood is aan ziekenhuiszorg, maar omdat er geen aangepaste oplossing beschikbaar is om de zorg over te nemen.

Ziekenhuisteams zien zich daardoor genoodzaakt een rol op te nemen die verder gaat dan hun kerntaak: kinderen beschermen, begeleiden en opvangen in afwachting van een plaatsing, een gespecialiseerde voorziening of aangepaste begeleiding. Die situatie is nefast, zowel voor de kinderen, die recht hebben op een omgeving die beter aansluit bij hun noden, als voor de ziekenhuizen, waarvan de pediatrische diensten zwaar onder druk komen te staan.

Naast de langdurige bezetting van ziekenhuisbedden en middelen, plaatst de aanwezigheid van zowel kinderen die zorg nodig hebben als kinderen voor wie een ziekenhuisopname niet langer aangewezen is, de zorgteams voor complexe situaties waarvoor zij niet noodzakelijk zijn opgeleid en waarvoor zij onvoldoende middelen ter beschikking hebben.

De essentiële rol van ziekenhuizen structureel erkennen

De bevraging toont aan dat ziekenhuizen in de praktijk vandaag reeds een gespecialiseerde medisch-psychosociale opdracht vervullen. Zij vangen deze kinderen op, stabiliseren hun situatie, voeren een multidimensionele beoordeling uit, coördineren alle betrokken actoren tijdens de opname en bereiden hun therapeutische oriëntatie naar de meest geschikte oplossing voor. Voor deze zorg zetten zich dagelijks kinderartsen, kinder- en jeugdpsychiaters, psychologen, maatschappelijk werkers, verpleegkundigen en tal van externe partners in. Toch geniet deze essentiële opdracht vandaag geen structurele erkenning, geen coherent kader en geen aangepaste financiering.

Voor GIBBIS, Santhea en UNESSA is het daarom noodzakelijk deze realiteit te erkennen en volledig te integreren in een gestructureerd zorgtraject.

Drie vragen om beter tegemoet te komen aan de noden van kinderen

Geconfronteerd met deze realiteit vragen de ziekenhuisfederaties drie complementaire maatregelen om kinderen in een MPS-situatie gedurende hun volledige traject aangepaste zorg te garanderen:

  • de erkenning en financiering van een MPS-coördinatiefunctie binnen de ziekenhuizen om de continuïteit tussen de sectoren gezondheid, geestelijke gezondheidszorg, jeugdhulp, justitie en onderwijs te verzekeren;
  • de oprichting van gespecialiseerde MPS-teams binnen de pediatrische diensten via een versterking van de personele middelen en de erkenning van specifieke MPS-pediatrische bedden voor deze zorgtrajecten;
  • de ontwikkeling van oplossingen voor begeleiding, bescherming en opvang vóór en na de ziekenhuisopname, zodat kinderen niet langer langdurig in het ziekenhuis moeten verblijven bij gebrek aan een alternatief.

 

Gedeeld door Sofia Douieb

Samen verslaan we meningitis tegen 2030

Elk jaar op 5 oktober maakt Wereld Meningitis Dag ons bewust van de gevaren van deze ziekte en hoe we ons ertegen kunnen beschermen. De ideale gelegenheid om gezinnen in België te herinneren aan het belang van preventie en vroegtijdige screening.

Meningitis is een erg gevaarlijke ziekte, en dan vooral voor kinderen. Om tragedies te voorkomen zijn preventie door vaccinatie en verhoogde waakzaamheid bij de eerste symptomen essentieel. Wereld Meningitis Dag en het initiatief “Defeating meningitis by 2030” van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) benadrukken dat er dringend actie moet worden ondernomen om onze kinderen te beschermen en deze bedreiging eens en voor al­tijd uit te bannen. Dit initiatief van de WGO bestaat nu al enkele jaren en beoogt het aantal gevallen van bacteriële meningitis met 50% te verminderen en het aantal doden en de gevolgen van de ziekte drastisch terug te dringen.

Bijzonder gevaarlijk voor jonge kinderen

Meningitis of hersenvliesontsteking is een ernstige ziekte die vooral kinderen treft. Die ontsteking van het vlies rond de hersenen en het ruggenmerg kan worden veroorzaakt door een virus of een bacterie. Bacteriële meningitis is zeldzamer maar ernstiger. Die vorm kan onomkeerbare complicaties veroorzaken zoals doofheid en neurologische stoornissen. In de meest ernstige gevallen kan een bacteriële hersenvliesontsteking zelfs tot de dood leiden in amper 24 uur. Vooral kinderen jonger dan vijf jaar zijn bijzonder kwetsbaar voor deze ziekte. Hun immuunsysteem is namelijk nog niet volledig ontwikkeld, waardoor ze vatbaarder zijn voor ernstige ontstekingen. Bovendien hebben zuigelingen soms atypische symptomen, zoals extreme prikkelbaarheid, minder eetlust of een uitpuilende fontanel, wat de diagnose kan bemoeilijken.

Meningitis in België

Elk jaar lopen tientallen kinderen in België een hersenvliesontsteking op. Grootschalige epidemieën zijn gelukkig zeldzaam. Toch blijven ontstekingen veroorzaakt door Neisseria meningitidis (een meningokok), Streptococcus pneumoniae (een pneumokok) en Haemophilus influenzae een groot probleem. In collectieve voorzieningen zoals crèches en scholen is er meer kans op besmetting, waardoor het risico voor de allerkleinsten groter is.

Symptomen en medische noodgevallen

De eerste symptomen van hersenvliesontsteking kunnen lijken op griep: hoge koorts, vermoeidheid, hoofdpijn en braken. Ouders moeten waakzaam blijven voor deze meer specifieke symptomen:

  • een stijve nek
  • hoge gevoeligheid voor licht
  • stuiptrekkingen
  • een bleke of gevlekte huidskleur
  • overmatige slaperigheid of zelfs bewustzijnsverlies

Bij zuigelingen kunnen die symptomen minder opvallend zijn. Daarom is het cruciaal om bij twijfel snel een arts te raadplegen.

Vaccinatie biedt noodzakelijke bescherming

Vaccinatie is de beste manier om bacteriële meningitis te voorkomen. Ondanks de effectiviteit ervan is de vaccinatiegraad soms nog onvoldoende. Het blijft dus nodig om ouders te informeren. In België worden verschillende vaccins tegen hersenvliesontsteking aanbevolen vanaf de eerste levensjaren. Ze maken dan ook deel uit van het basisvaccinatieschema:

  • het meningokokken-C-vaccin
  • het pneumokokkenvaccin
  • het vaccin tegen Haemophilus influenza type b
  • het vaccin tegen meningokokken van serogroep ACWY

 

Sofia Douieb

 

LEES OOK:

 

Geestelijke gezondheid van jongeren: Vivalis (her)lanceert zijn bewustmakingscampagne

De Week van de Geestelijke Gezondheid in Brussel gaat van start. Ter gelegenheid daarvan lanceert Vivalis (opnieuw) zijn campagne « Voor je mind: switch naar vriendschaps-modus » : een oproep aan jongeren om niet alleen te blijven als het even niet zo goed gaat. Want « Verbinding, da’s de basis voir een good gevoel ».

Ter herinnering: van 5 tot 11 oktober worden er in Brussel tal van activiteiten georganiseerd rond geestelijke gezondheid: Week van de Geestelijke Gezondheid: doe of help mee! Bovendien werkt Hospichild momenteel aan een nieuw dossier over de geestelijke gezondheid van kinderen en jongeren, met artikelen over ernstige problemen zoals angststoornissen, verslavingen, schoolfobie, incest, zelfmoord onder jongeren… Het idee achter deze nieuwe inhoud – net als bij Vivalis met zijn campagne – is om mogelijke tragedies te voorkomen en ouders de nodige hulpmiddelen te geven om met de moeilijkheden om te gaan.

{Persbericht van Vivalis}

Geestelijke gezondheid van jongeren: een cruciaal probleem voor de volksgezondheid

De geestelijke gezondheid van jongeren is een belangrijke kwestie voor de volksgezondheid. Talloze onderzoeken hebben een zorgwekkende toename van geestelijke gezondheidsproblemen bij dit deel van de bevolking aan het licht gebracht. Uit een studie over het onderwerp gezondheid van schoolgaande kinderen (Health Behaviour in School-aged children, HBSC), uitgevoerd in Brussel en Wallonië, blijkt bijvoorbeeld dat 18% tot 38% van de jongeren in het 4de, 5de en 6de jaar van het secundair onderwijs last heeft van een gevoel van eenzaamheid. In Brussel voelt 24% zich eenzaam. 

De adolescentie is een cruciale periode waarin de moeilijkheden die jongeren ervaren, moeten worden aangepakt voordat ze uitgroeien tot iets ernstigers. Preventie is dus essentieel.

Verbinding, da’s de basis voor een goed gevoel

Tijdens de adolescentie heeft het gevoel bij een groep te horen een positieve invloed op de opbouw van de identiteit. Verbinding creëren betekent relaties ontwikkelen en koesteren die goed aanvoelen en bijdragen tot  het welzijn. Jongeren moeten samen zijn om gezamenlijk te kunnen reflecteren. Zonder de groep zijn ze niet in staat om te begrijpen wat ze meemaken: de Covid crisis, de angst voor het milieu, de toekomst, enz.

Vivalis lanceert een sensibiliseringscampagne die loopt van 5 tot 11 oktober 2026. Het doel is om jongeren aan te moedigen buiten te komen en contacten te leggen door hen enerzijds een zoekmachine voor activiteiten, uitwisselingen, enz. aan te bieden en anderzijds een pagina met hulpmiddelen voor wie de behoefte voelt om te praten.

→ https://www.vivalis.brussels/nl/switch-naar-vriendschapsmodus

Over de campagne

De campagne wordt gevoerd op sociale netwerken en via affiches. Er zijn ook videofilmpjes om jongeren aan te moedigen naar buiten te komen en contacten te leggen. Audiospots in Slam-formaat worden uitgezonden op gratis Spotify-accounts.

In Brussel ondersteunt Vivalis initiatieven zoals het Brussels Platform voor Geestelijke Gezondheid, dat rechtstreeks in contact staat met jongeren, en Bru-stars, het Brussels netwerk geestelijke gezondheid voor kinderen en adolescenten. 

 

LEES OOK:

Zelfmoordpreventie bij jongeren: een belangrijke uitdaging op het gebied van geestelijke gezondheid

Op 10 september is het Werelddag Suïcidepreventie. De cijfers bij jongeren zijn alarmerend, zowel in de Franse Gemeenschap als in Frankrijk en veel andere landen. Voor ouders, naasten en professionals uit de gezondheidszorg en het onderwijs, maar ook uit de politiek, vormt dit een belangrijke uitdaging. 

Het Centre de Prévention du Suicide, de belangrijkste organisatie voor zelfmoordpreventie in Franstalig België, werkt sinds kort samen met Infrabel, de beheerder van het Belgische spoorwegnet. Enerzijds om mensen met donkere gedachten beter te kunnen doorverwijzen en anderzijds om de gespecialiseerde hulp van het centrum onder de aandacht te brengen, met name de gratis anonieme hulplijn die de klok rond bereikbaar is: 0800 32 123.

Zorgwekkende cijfers  

De meest recente cijfers (2019) over zelfmoord bij jongeren in België zijn alarmerend. In de Franse Gemeenschap is zelfmoord bij jongens tussen 15 en 24 jaar zelfs de tweede doodsoorzaak, na verkeersongevallen, en vertegenwoordigt 20% van de overlijdens. Zelfmoordgedachten komen volgens de cijfers voor bij 20% tot 30% van de jongeren.

In de Franse Gemeenschap is zelfmoord bij meisjes van dezelfde leeftijd de derde doodsoorzaak, met een aandeel van 12%.Volgens het Centre de Prévention du Suicide worden meisjes van 14 tot 16 jaar vijf keer vaker dan jongens van dezelfde leeftijd in het ziekenhuis opgenomen ten gevolge van een zelfmoordpoging. Bij jongens hebben die pogingen echter veel vaker een dodelijke afloop dan bij meisjes.

Daarom is het cruciaal dat ouders en personen in de schoolomgeving en sociale omgeving van kwetsbare jongeren donkere gedachten en de verschillende signalen daarvan herkennen: risicogedrag, zelfverminking, somatisering, spijbelen, verslechtering van de schoolresultaten, sterke angsten, isolement, piekeren, enz.

Profiel van jongeren die risico lopen 

Zoals Partenamut in 2022 benadrukte in zijn artikel “Suicide des jeunes: comment éviter le pire ?“, is het moeilijk om een profiel op te stellen van de jongeren die risico lopen, wat zelfmoordpreventie zeer complex maakt. Sommige geestelijke gezondheidsproblemen, zoals depressie, zijn risicofactoren, maar zelfmoord kan eender wie treffen. Zelfs een jongere die er heel gelukkig uitziet, kan donkere gedachten verbergen.

De afgelopen jaren heeft pesten op school en op sociale media geleid tot de zelfmoord van verschillende jonge tieners. In de strijd tegen cyberpesten wordt momenteel gewerkt aan belangrijke wetshervormingen, internationale actieplannen en strengere meldingsmaatregelen. In dat verband reikt de Conseil supérieur de l’éducation aux médias een preventietool aan: “Comment prévenir le cyberharcèlement par l’éducation aux médias ?“, beschikbaar via download of op bestelling.

Seksueel misbruik van jongeren en een vroege verbreking van de band tussen moeder en kind worden ook genoemd als belangrijke oorzaken van zelfmoordpogingen bij jongeren.

Krijgen jongeren die het moeilijk hebben de behandeling die ze nodig hebben en worden ze doorverwezen naar professionals uit de geestelijke gezondheidszorg? Kunnen ze snel terecht bij de diensten en beantwoorden die aan de toenemende nood bij jongeren? Beschikt het onderwijs over voldoende middelen, informatie en mogelijkheden om bij een vermoeden snel een professional uit de geestelijke gezondheidszorg in te schakelen?”  

Hoe kan zelfmoord voorkomen worden?

Een belangrijke vraag is of zelfmoord in bepaalde gevallen voorkomen had kunnen worden door preventie. In dat verband organiseren de Cliniques Universitaires Saint-Luc en het Centre de Prévention du Suicide een evenement op 10 september 2026 om professionals en naasten te informeren en bewust te maken: “Prévention du suicide : parlons-en pour mieux agir“: stand met informatie, uitwisselingen en bewustmaking, conferentie voor zorgprofessionals.

Een paar interessante externe bronnen (in het Frans):

Wanhoop van ouders van jongeren met mentale problemen 

Het team van Hospichild ontvangt dagelijks vragen van ouders en professionals. Een van de onderwerpen is de geestelijke gezondheid van jongeren. Sommige van die vragen lijken meer op dringende noodoproepen. Ouders zeggen: “de diensten zijn verzadigd, we kunnen moeilijk een kinderpsychiater vinden die snel beschikbaar is”, “er is geen enkele plaats vrij voor mijn dochter, die aan anorexia lijdt”, “mijn kind wil niet meer naar school, wat zijn de alternatieven?” enz.

Daarom willen we meer informatie over geestelijke gezondheid aanreiken en werken we aan een nieuw luik over geestelijke gezondheid bij kinderen en jongeren, dat binnenkort beschikbaar zal zijn.

Emmanuelle Vanbesien 

 LEES OOK: 

Extreme vroeggeboorte: meer dan een op de drie moeders vertoont ernstige symptomen van posttraumatische stress

Uit een grootschalig Nederlands onderzoek dat werd gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Pediatrics blijkt dat veel ouders – en voornamelijk moeders – van extreem vroeg geboren baby’s ernstige symptomen van posttraumatische stress vertonen die klinisch zorgwekkend zijn. Onderzoekers pleiten ervoor dat psychologische ondersteuning van de ouders een volwaardig onderdeel wordt van de neonatale zorg.

Wanneer een baby geboren wordt vóór de 29e week van de zwangerschap, gaat hij een bijzonder zware behandelingsperiode tegemoet. Intensieve zorgen, voortdurende monitoring, onderzoeken, invasieve ingrepen of soms operaties: als ouder voel je je machteloos en maak je je zorgen over de overlevingskansen en gezondheidstoestand van je baby. In een interview met de Nederlandse nieuwsdienst NOS beschrijft Lotte Haverman, hoogleraar en onderzoeker van het Emma Kinderziekenhuis en het Amsterdam UMC, deze ervaring:

“Ouders ervaren dan vaak enorme machteloosheid Ze moeten toekijken hoe ingrijpende handelingen op hun pasgeboren kind worden verricht en dat is zonder meer een schokkende ervaring.”

Meer dan 200 gezinnen werden gevolgd

De studie maakt deel uit van het Nederlandse nationale project HIPPO (Happiness for the Improvement of Premature and Parental Outcome), waaraan alle neonatale intensive care-afdelingen van Nederland hebben deelgenomen. De onderzoekers hebben 446 baby’s gevolgd die vóór de 29e week van de zwangerschap zijn geboren. De ouders van 217 gezinnen hebben op verschillende momenten vragenlijsten ingevuld over hun geestelijke gezondheid: kort na de geboorte, een maand later en rond de oorspronkelijk geplande bevallingsdatum. De onderzoekers hebben onder andere de symptomen van posttraumatische stress en depressie onderzocht, evenals verschillende factoren die het risico op psychische problemen kunnen vergroten of verkleinen: psychosociale voorgeschiedenis, stress tijdens de zwangerschap of het ziekenhuisverblijf, de gezinssituatie en de sociale steun.

Symptomen die kunnen aanhouden

Uit de resultaten blijkt dat de psychologische problemen niet beperkt blijven tot de eerste dagen na de bevalling. De symptomen van posttraumatische stress bereiken hun hoogtepunt rond de datum waarop de baby normaal gesproken geboren zou worden. Die worden dan ervaren door 35,1% van de moeders en 16,4% van de vaders.

  • De depressieve symptomen evolueren anders. Bij moeders bereiken deze symptomen hun hoogtepunt in de eerste weken na de bevalling, waarbij 39,5% klinisch hoge symptomen vertoonde. Bij vaders treedt de piek later op, rond de verwachte bevallingsdatum, en gaat het om 24,3 % van hen.
  • De waargenomen symptomen kunnen verschillende vormen aannemen: herbelevingen, aanhoudende angst, vermijdingsgedrag, negatieve gevoelens of een verhoogd stressniveau.

“Ik hoef nog maar het ontsmettingsmiddel te ruiken …”

In het artikel over de studie geeft NOS ook het woord aan Tatiana van Lier, wier zoon 14 jaar geleden na 27 weken zwangerschap werd geboren. Na zijn geboorte kreeg haar baby verschillende neurologische complicaties en moest hij al na enkele weken een hersenoperatie ondergaan. Zelfs vandaag de dag brengen bepaalde geluiden of geuren haar weer helemaal terug naar die tijd:

“Ik hoef maar piepjes van een hartmonitor te horen of het handontsmettingsmiddel in ziekenhuizen te ruiken en ik ben weer helemaal terug op de kinder-IC. Ik denk dat we iedere 10 seconden wel een keer dachten dat hij doodging.”

Haar zoon heeft het overleefd en verkeert nu in goede gezondheid. Maar hoewel de angstgevoelens in de loop der jaren sterk zijn afgenomen, zijn ze niet helemaal verdwenen.

Gemeenschappelijke risicofactoren, maar ook verschillen tussen moeders en vaders

Uit het onderzoek blijkt dat sommige ouders meer risico lopen dan anderen. Bijzonder moeilijke ervaringen uit het verleden, reeds bestaande psychische problemen en een hoog stressniveau tijdens de zwangerschap of het ziekenhuisverblijf worden in verband gebracht met meer symptomen bij zowel moeders als vaders. Bij spelen ook andere factoren een rol: de gezondheidstoestand en de blootstelling van de baby aan stressvolle gebeurtenissen, het aantal kinderen dat het gezin al heeft en de ervaren sociale steun. Deze verschillen laten zien hoe belangrijk het is om ouders niet als een homogene groep te beschouwen en de specifieke behoeften van moeders en vaders beter in kaart te brengen.

Wanneer de geestelijke gezondheid van de ouders ook die van het kind beïnvloedt

Het gaat hier niet alleen om het welzijn van de volwassenen. Onderzoekers wijzen erop dat de psychische gezondheid van ouders een invloed kan hebben op de omgang met hun kind en mogelijk zelfs op de ontwikkeling van het kind. Dit is vooral belangrijk bij kinderen die zeer vroeg geboren zijn en al een groter risico lopen op bepaalde problemen, met name op sociaal-emotioneel vlak. Lotte Haverman benadrukt tegenover NOS het belang van deze ouder-kindrelatie: “Die is cruciaal voor een kind om gezond op te groeien.”

Psychologische ondersteuning als integraal onderdeel van de zorgverlening

Onderzoekers willen nu dat de geestelijke gezondheid van ouders systematischer wordt opgevolgd wanneer een kind zeer vroeg geboren is. Tot nu toe lag de aandacht vanzelfsprekend vooral op de baby en op de medische noodsituatie. Maar volgens Lotte Haverman moet de behandeling voortaan breder worden bekeken. Ze vat het voor NOS als volgt samen:

“Het welzijn van het kind op de lange termijn begint bij de ouders, daarom moeten we ook hun zorg goed organiseren als ze dat nodig hebben.”

De onderzoekers willen met name ouders die ernstige symptomen ontwikkelen sneller kunnen opsporen, zodat ze hen passende hulp kunnen bieden. Amsterdam UMC noemt ook de mogelijkheid om bepaalde therapieën, zoals EMDR, systematischer te evalueren bij ouders die de vroeggeboorte van hun kind als een traumatische gebeurtenis hebben ervaren.

 

LEES OOK: