Categorie 1

Zelfmoordpreventie bij jongeren: een belangrijke uitdaging op het gebied van geestelijke gezondheid

Op 10 september is het Werelddag Suïcidepreventie. De cijfers bij jongeren zijn alarmerend, zowel in de Franse Gemeenschap als in Frankrijk en veel andere landen. Voor ouders, naasten en professionals uit de gezondheidszorg en het onderwijs, maar ook uit de politiek, vormt dit een belangrijke uitdaging. 

Het Centre de Prévention du Suicide, de belangrijkste organisatie voor zelfmoordpreventie in Franstalig België, werkt sinds kort samen met Infrabel, de beheerder van het Belgische spoorwegnet. Enerzijds om mensen met donkere gedachten beter te kunnen doorverwijzen en anderzijds om de gespecialiseerde hulp van het centrum onder de aandacht te brengen, met name de gratis anonieme hulplijn die de klok rond bereikbaar is: 0800 32 123.

Zorgwekkende cijfers  

De meest recente cijfers (2019) over zelfmoord bij jongeren in België zijn alarmerend. In de Franse Gemeenschap is zelfmoord bij jongens tussen 15 en 24 jaar zelfs de tweede doodsoorzaak, na verkeersongevallen, en vertegenwoordigt 20% van de overlijdens. Zelfmoordgedachten komen volgens de cijfers voor bij 20% tot 30% van de jongeren.

In de Franse Gemeenschap is zelfmoord bij meisjes van dezelfde leeftijd de derde doodsoorzaak, met een aandeel van 12%.Volgens het Centre de Prévention du Suicide worden meisjes van 14 tot 16 jaar vijf keer vaker dan jongens van dezelfde leeftijd in het ziekenhuis opgenomen ten gevolge van een zelfmoordpoging. Bij jongens hebben die pogingen echter veel vaker een dodelijke afloop dan bij meisjes.

Daarom is het cruciaal dat ouders en personen in de schoolomgeving en sociale omgeving van kwetsbare jongeren donkere gedachten en de verschillende signalen daarvan herkennen: risicogedrag, zelfverminking, somatisering, spijbelen, verslechtering van de schoolresultaten, sterke angsten, isolement, piekeren, enz.

Profiel van jongeren die risico lopen 

Zoals Partenamut in 2022 benadrukte in zijn artikel “Suicide des jeunes: comment éviter le pire ?“, is het moeilijk om een profiel op te stellen van de jongeren die risico lopen, wat zelfmoordpreventie zeer complex maakt. Sommige geestelijke gezondheidsproblemen, zoals depressie, zijn risicofactoren, maar zelfmoord kan eender wie treffen. Zelfs een jongere die er heel gelukkig uitziet, kan donkere gedachten verbergen.

De afgelopen jaren heeft pesten op school en op sociale media geleid tot de zelfmoord van verschillende jonge tieners. In de strijd tegen cyberpesten wordt momenteel gewerkt aan belangrijke wetshervormingen, internationale actieplannen en strengere meldingsmaatregelen. In dat verband reikt de Conseil supérieur de l’éducation aux médias een preventietool aan: “Comment prévenir le cyberharcèlement par l’éducation aux médias ?“, beschikbaar via download of op bestelling.

Seksueel misbruik van jongeren en een vroege verbreking van de band tussen moeder en kind worden ook genoemd als belangrijke oorzaken van zelfmoordpogingen bij jongeren.

Krijgen jongeren die het moeilijk hebben de behandeling die ze nodig hebben en worden ze doorverwezen naar professionals uit de geestelijke gezondheidszorg? Kunnen ze snel terecht bij de diensten en beantwoorden die aan de toenemende nood bij jongeren? Beschikt het onderwijs over voldoende middelen, informatie en mogelijkheden om bij een vermoeden snel een professional uit de geestelijke gezondheidszorg in te schakelen?”  

Hoe kan zelfmoord voorkomen worden?

Een belangrijke vraag is of zelfmoord in bepaalde gevallen voorkomen had kunnen worden door preventie. In dat verband organiseren de Cliniques Universitaires Saint-Luc en het Centre de Prévention du Suicide een evenement op 10 september 2026 om professionals en naasten te informeren en bewust te maken: “Prévention du suicide : parlons-en pour mieux agir“: stand met informatie, uitwisselingen en bewustmaking, conferentie voor zorgprofessionals.

Een paar interessante externe bronnen (in het Frans):

Wanhoop van ouders van jongeren met mentale problemen 

Het team van Hospichild ontvangt dagelijks vragen van ouders en professionals. Een van de onderwerpen is de geestelijke gezondheid van jongeren. Sommige van die vragen lijken meer op dringende noodoproepen. Ouders zeggen: “de diensten zijn verzadigd, we kunnen moeilijk een kinderpsychiater vinden die snel beschikbaar is”, “er is geen enkele plaats vrij voor mijn dochter, die aan anorexia lijdt”, “mijn kind wil niet meer naar school, wat zijn de alternatieven?” enz.

Daarom willen we meer informatie over geestelijke gezondheid aanreiken en werken we aan een nieuw luik over geestelijke gezondheid bij kinderen en jongeren, dat binnenkort beschikbaar zal zijn.

Emmanuelle Vanbesien 

 LEES OOK: 

Extreme vroeggeboorte: meer dan een op de drie moeders vertoont ernstige symptomen van posttraumatische stress

Uit een grootschalig Nederlands onderzoek dat werd gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Pediatrics blijkt dat veel ouders – en voornamelijk moeders – van extreem vroeg geboren baby’s ernstige symptomen van posttraumatische stress vertonen die klinisch zorgwekkend zijn. Onderzoekers pleiten ervoor dat psychologische ondersteuning van de ouders een volwaardig onderdeel wordt van de neonatale zorg.

Wanneer een baby geboren wordt vóór de 29e week van de zwangerschap, gaat hij een bijzonder zware behandelingsperiode tegemoet. Intensieve zorgen, voortdurende monitoring, onderzoeken, invasieve ingrepen of soms operaties: als ouder voel je je machteloos en maak je je zorgen over de overlevingskansen en gezondheidstoestand van je baby. In een interview met de Nederlandse nieuwsdienst NOS beschrijft Lotte Haverman, hoogleraar en onderzoeker van het Emma Kinderziekenhuis en het Amsterdam UMC, deze ervaring:

“Ouders ervaren dan vaak enorme machteloosheid Ze moeten toekijken hoe ingrijpende handelingen op hun pasgeboren kind worden verricht en dat is zonder meer een schokkende ervaring.”

Meer dan 200 gezinnen werden gevolgd

De studie maakt deel uit van het Nederlandse nationale project HIPPO (Happiness for the Improvement of Premature and Parental Outcome), waaraan alle neonatale intensive care-afdelingen van Nederland hebben deelgenomen. De onderzoekers hebben 446 baby’s gevolgd die vóór de 29e week van de zwangerschap zijn geboren. De ouders van 217 gezinnen hebben op verschillende momenten vragenlijsten ingevuld over hun geestelijke gezondheid: kort na de geboorte, een maand later en rond de oorspronkelijk geplande bevallingsdatum. De onderzoekers hebben onder andere de symptomen van posttraumatische stress en depressie onderzocht, evenals verschillende factoren die het risico op psychische problemen kunnen vergroten of verkleinen: psychosociale voorgeschiedenis, stress tijdens de zwangerschap of het ziekenhuisverblijf, de gezinssituatie en de sociale steun.

Symptomen die kunnen aanhouden

Uit de resultaten blijkt dat de psychologische problemen niet beperkt blijven tot de eerste dagen na de bevalling. De symptomen van posttraumatische stress bereiken hun hoogtepunt rond de datum waarop de baby normaal gesproken geboren zou worden. Die worden dan ervaren door 35,1% van de moeders en 16,4% van de vaders.

  • De depressieve symptomen evolueren anders. Bij moeders bereiken deze symptomen hun hoogtepunt in de eerste weken na de bevalling, waarbij 39,5% klinisch hoge symptomen vertoonde. Bij vaders treedt de piek later op, rond de verwachte bevallingsdatum, en gaat het om 24,3 % van hen.
  • De waargenomen symptomen kunnen verschillende vormen aannemen: herbelevingen, aanhoudende angst, vermijdingsgedrag, negatieve gevoelens of een verhoogd stressniveau.

“Ik hoef nog maar het ontsmettingsmiddel te ruiken …”

In het artikel over de studie geeft NOS ook het woord aan Tatiana van Lier, wier zoon 14 jaar geleden na 27 weken zwangerschap werd geboren. Na zijn geboorte kreeg haar baby verschillende neurologische complicaties en moest hij al na enkele weken een hersenoperatie ondergaan. Zelfs vandaag de dag brengen bepaalde geluiden of geuren haar weer helemaal terug naar die tijd:

“Ik hoef maar piepjes van een hartmonitor te horen of het handontsmettingsmiddel in ziekenhuizen te ruiken en ik ben weer helemaal terug op de kinder-IC. Ik denk dat we iedere 10 seconden wel een keer dachten dat hij doodging.”

Haar zoon heeft het overleefd en verkeert nu in goede gezondheid. Maar hoewel de angstgevoelens in de loop der jaren sterk zijn afgenomen, zijn ze niet helemaal verdwenen.

Gemeenschappelijke risicofactoren, maar ook verschillen tussen moeders en vaders

Uit het onderzoek blijkt dat sommige ouders meer risico lopen dan anderen. Bijzonder moeilijke ervaringen uit het verleden, reeds bestaande psychische problemen en een hoog stressniveau tijdens de zwangerschap of het ziekenhuisverblijf worden in verband gebracht met meer symptomen bij zowel moeders als vaders. Bij spelen ook andere factoren een rol: de gezondheidstoestand en de blootstelling van de baby aan stressvolle gebeurtenissen, het aantal kinderen dat het gezin al heeft en de ervaren sociale steun. Deze verschillen laten zien hoe belangrijk het is om ouders niet als een homogene groep te beschouwen en de specifieke behoeften van moeders en vaders beter in kaart te brengen.

Wanneer de geestelijke gezondheid van de ouders ook die van het kind beïnvloedt

Het gaat hier niet alleen om het welzijn van de volwassenen. Onderzoekers wijzen erop dat de psychische gezondheid van ouders een invloed kan hebben op de omgang met hun kind en mogelijk zelfs op de ontwikkeling van het kind. Dit is vooral belangrijk bij kinderen die zeer vroeg geboren zijn en al een groter risico lopen op bepaalde problemen, met name op sociaal-emotioneel vlak. Lotte Haverman benadrukt tegenover NOS het belang van deze ouder-kindrelatie: “Die is cruciaal voor een kind om gezond op te groeien.”

Psychologische ondersteuning als integraal onderdeel van de zorgverlening

Onderzoekers willen nu dat de geestelijke gezondheid van ouders systematischer wordt opgevolgd wanneer een kind zeer vroeg geboren is. Tot nu toe lag de aandacht vanzelfsprekend vooral op de baby en op de medische noodsituatie. Maar volgens Lotte Haverman moet de behandeling voortaan breder worden bekeken. Ze vat het voor NOS als volgt samen:

“Het welzijn van het kind op de lange termijn begint bij de ouders, daarom moeten we ook hun zorg goed organiseren als ze dat nodig hebben.”

De onderzoekers willen met name ouders die ernstige symptomen ontwikkelen sneller kunnen opsporen, zodat ze hen passende hulp kunnen bieden. Amsterdam UMC noemt ook de mogelijkheid om bepaalde therapieën, zoals EMDR, systematischer te evalueren bij ouders die de vroeggeboorte van hun kind als een traumatische gebeurtenis hebben ervaren.

 

LEES OOK:

Komend schooljaar wapenen we ons beter tegen pesten

Ter gelegenheid van de Internationale Dag van de Jeugd op 12 augustus vragen de Verenigde Naties aandacht voor de uitdagingen en kansen waarmee jongeren over de hele wereld te maken hebben. Daarom lanceren de VN een campagne die met de slogan “Different Contexts, Common Aspirations” het welzijn van jongeren in de kijker zet. Zowel in hun vrije tijd als op school moeten jongeren zich vrij en veilig kunnen voelen. Pesten kan dat soms flink in de weg staan. Ermee om kunnen gaan is dus belangrijk, en daar bestaan gelukkig hulpmiddelen voor. 

Pesten op school speelt een steeds grotere rol in gezinnen en er worden dan ook best veel initiatieven genomen om dat probleem tegen te gaan. Zo is er de website Réseau Prévention Harcèlement, het platform HOPE en de vereniging L’Anatole die kinderen met schoolangst ondersteunt. De meest recente actie werd bedacht door verzekeringsmaatschappij AXA (in samenwerking met de vzw Kies Kleur tegen Pesten) en heet Escape Bullying. Met die escape game, die je zowel in Brussel als online kan spelen, leer je de signalen van pesten op school herkennen en er gepast op reageren. En in oktober zetten verschillende verenigingen en media opnieuw hun schouders onder de STIP-IT-actie.

Escape game tegen pesten

Met onder andere een opvallende reclamespot, posters en een specifieke website wil AXA zijn campagne tegen pesten, die net voor het nieuwe schooljaar gepland is, zo goed mogelijk onder de aandacht brengen. De verzekeringsmaatschappij legt in een paar punten uit wat pesten precies is:

  • Het gebeurt met de bedoeling om te kwetsen, het herhaalt zich en er is sprake van een machtsonevenwicht.
  • Het kan fysiek, verbaal, sociaal (door uitsluiting) of digitaal (cyberpesten) zijn.
  • Wordt je kind gepest en heeft het nood om erover te praten? Neem contact op met een vertrouwenspersoon binnen de school om de situatie te bespreken. Het nummer 102 biedt eveneens een begripvol luisterend oor en is volledig anoniem.

AXA biedt ouders een Rechtsbijstand Privéleven aan, met experts die alles opvolgen om de rechten van gepeste kinderen te verdedigen. Je kan ook psychologische ondersteuning krijgen. Tot slot kan de gratis online game Escape Bullying een eerste hulpmiddel zijn om over pesten te praten, ook zonder dat je die verzekering hebt afgesloten. Daarmee leer je de signalen van pesten op school herkennen en hoe je er gepast op kan reageren. Je kan de game gratis online spelen of in een immersieve escape room in Brussel.

Réseau Prévention Harcèlement

Het Franstalige preventienetwerk tegen pesten Réseau Prévention Harcèlement biedt professionals uit verschillende sectoren de kans om voortdurend na te denken over problemen in verband met pesten en deelt nuttige informatie. Het stelde een specifiek stappenplan op om zowel ouders als schooldirecteurs te helpen die zich afvragen wat ze moeten doen als een kind gepest wordt. Het antwoord omvat verschillende stappen:

  • Voorkomen: preventie staat centraal bij pesten. Projecten om pesten te voorkomen kunnen allerlei vormen aannemen. Het is belangrijk om contacten te leggen met actoren uit het netwerk en samen na te denken over het geplande preventieproject.
  • Ermee omgaan: de actoren die rechtstreeks ingrijpen bij pesten zijn schaars en vaak overvraagd. Met de informatie op de website van RPH kan je jezelf bijscholen om zo snel mogelijk in actie te kunnen komen.
  • Een actor uit het netwerk zoeken: via een overzicht van de belangrijkste Franstalige actoren kan je rechtstreeks contact met hen opnemen.
  • Een hulpmiddel zoeken: de website biedt ook een overzicht van meer lokale acties van verenigingen, universiteiten en buurten.

Onderlinge slachtofferhulp

De ontelbare slachtoffers van pesten en hun naasten kunnen hun bekommernissen en pijn delen en hulp vinden op het Franstalige platform HOPE en zijn Facebookgroep.

We geloven in de kracht van gezamenlijke actie. Door jongeren, gezinnen en instellingen erbij te betrekken, bouwen we een solidair en geëngageerd netwerk om samen tegen pesten te strijden”, lezen we op de website van HOPE.

De Franstalige vereniging L’Anatole focust dan weer op schoolangst, die vaak het gevolg is van pesten. De twee oprichters ervan kregen te maken met schoolangst bij een van hun kinderen. Omdat ze in Brussel geen oplossingen konden vinden, hebben ze in 2019 zelf een organisatie opgericht die ouders helpt met dit probleem, dat bij 1 tot 5% van de schoolgaande kinderen voorkomt. → L’Anatole

STIP-IT: vier punten op je hand, vier concrete acties

Met de actie STIP-IT willen Ketnet en de vzw Kies Kleur tegen Pesten in oktober kinderen aanmoedigen om zich te verzetten tegen pesten en hun laten voelen dat ze er niet alleen voor staan. STIP-IT is inmiddels algemeen bekend in Vlaanderen en Brussel, en zorgt ervoor dat kinderen elkaar kunnen steunen en samen in actie kunnen komen tegen pesten.

Want pesten is niet oké, en samen kunnen we er iets aan doen!” Dat schrijft de VRT in een artikel over de STIP-IT-actie.

Het idee is eenvoudig: teken vier stippen, die samen een vierkant vormen, op de rug van je hand. Elke stip staat voor een duidelijke belofte:

  • Ik vind pesten niet oké, en zal er nooit aan meedoen.
  • Ik praat erover als pesten mij bang of verdrietig maakt.
  • Ik sluit niemand uit, voor mij hoort iedereen erbij!
  • Ik zal altijd proberen op te komen voor iemand die gepest wordt.

 

LEES OOK:

 

Verlenging vaderschapsverlof bij ziekenhuisopname baby: Vooruit herhaalt zijn wetsvoorstel

Federaal parlementslid Anja Vanrobaeys heeft onlangs een wetsvoorstel ingediend om het vaderschapsverlof te verlengen als de baby in het ziekenhuis wordt opgenomen, wat vaak te wijten is aan vroeggeboorte. Sinds 2023 zijn er verschillende van dit soort voorstellen in het parlement ingediend, maar zonder resultaat. In deze nieuwe regeerperiode herhaalt Vooruit daarom zijn verzoek. Drie jaar later is de doelstelling nog steeds dezelfde: het risico voor een te vroeg geboren kind om al snel van zijn ouders te worden gescheiden, verlagen.

Ter herinnering: sinds 2023 bedraagt het vaderschapsverlof in België 20 dagen. Als een pasgeborene in het ziekenhuis moet blijven, kun je het verlengen met ouderschapsverlof of onbetaald verlof, maar dat laatste brengt de vader in een lastige situatie. Moeders kunnen in zo’n geval hun moederschapsverlof al verlengen. Dat begint dan pas officieel nadat de baby uit het ziekenhuis komt. Vooruit wil dat vaders hetzelfde voordeel krijgen en tot zestien weken bij hun baby in het ziekenhuis kunnen blijven, boven op de wettelijke twintig dagen.

“De wet biedt vaders die mogelijkheid niet”

In een interview met Belga vindt Anja Vanrobaeys het jammer dat “de wet die mogelijkheid niet biedt aan vaders en co-oudersNa vier weken loopt hun verlof onvermijdelijk af. En dat terwijl deze periode voor beide ouders zwaar en emotioneel belastend is, met dagelijkse ziekenhuisbezoeken.

Ze wil die ongelijkheid verminderen en de vader een volwaardige rol geven op een moment waarop zijn aanwezigheid onmisbaar is voor het evenwicht in het gezin.

Terug naar het vorige voorstel

In de ontwikkelingen die in 2023 naar voren zijn gebracht in het voorstel van resolutie met betrekking tot de verlenging van het geboorteverlof voor vaders en co-ouders bij de ziekenhuisopname van een pasgeboren kind, schreven Sophie Thémont en een aantal medeondertekenaars van de PS en Vooruit het volgende: “Hoewel men zich in België sinds 2002 steeds meer heeft toegelegd op wetgeving die duidelijk gericht is op meer levenskwaliteit en op meer gelijkheid tussen de ouders, tussen mannen en vrouwen, zijn de indieners thans van oordeel dat een volgende stap nodig is op het gebied van verlof, wanneer de pasgeborene in het ziekenhuis wordt opgenomen. De indieners sluiten zich dan ook aan bij de aanbeveling van het KCE in diens verslag: 

Verleng het geboorteverlof voor vaders/meeouders van wie het pasgeboren kind bij de geboorte in een ziekenhuis wordt opgenomen, analoog aan de verlenging van het postnataal verlof voor moeders in geval van langdurige opname van de pasgeborene.'”

Vroege scheiding heeft gevolgen

Het is aangetoond dat er ernstige gevolgen kunnen zijn voor de ontwikkeling van het kind als een pasgeboren baby – en zeker een premature baby – van zijn ouders wordt gescheiden. Dat heeft de vereniging De babyknuffelaars heel goed begrepen. Ze probeert de tekortkomingen van het systeem te verhelpen. Het is de bedoeling dat ze een aanvulling vormen. Ze ondersteunen de ouder-kindrelatie door ervoor te zorgen dat de allerkleinsten menselijk contact kunnen blijven krijgen wanneer ze het meest kwetsbaar zijn. De rustgevende aanwezigheid van de babyknuffelaar bevordert het welzijn van de baby’s en herinnert eraan hoe belangrijk het is om in de zorg ook rekening te houden met het emotionele aspect, naast de medische handelingen. Het gaat er niet om de vader of co-ouder te vervangen, maar wel om een belangrijke en noodzakelijke ondersteuning voor de baby te bieden, in afwachting van een reactie van de regering.

Vroeggeboorte

De afgelopen tien jaar zijn er wereldwijd ongeveer 152 miljoen baby’s te vroeg geboren volgens een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) en het Kinderfonds van de Verenigde Naties (UNICEF) dat op woensdag 10 mei 2023 werd gepubliceerd. Een op de tien baby’s wordt te vroeg geboren – en elke veertig seconden sterft een van hen. In België wordt 7 tot 8% van de baby’s te vroeg geboren. In 80% van de gevallen weten de ouders dat van tevoren en kunnen ze zich erop voorbereiden. Er zijn drie gradaties van vroeggeboorte: extreem (vóór 28 weken), ernstig (tussen 28 en 32 weken) en matig (tussen 32 en 36 weken). Hoewel het aantal ernstig premature baby’s niet hoger is dan vroeger, is het aantal matig premature baby’s wel gestegen doordat vrouwen steeds later kinderen krijgen. Daarom is het nu des te belangrijker dat ook de vader bij de moeder en het kind kan blijven als de ziekenhuisopname langer duurt.

 

Sofia Douieb

LEES OOK:

Een verduidelijking over e-gezondheid in België

Tijdens de E-gezondheidsweek, die eind juni plaatsvond, werden er verschillende evenementen georganiseerd om de uitdagingen rond het veilig delen van gezondheidsgegevens in België onder de aandacht te brengen. Hospichild nam deel aan een infosessie die georganiseerd werd bij Vivalis, de Brusselse administratie die met name Abrumet, de beheerder van het Brussels Gezondheidsnetwerk, financiert.

Die ontmoeting maakte het mogelijk meer inzicht te krijgen in hoe e-gezondheid werkt, welke projecten er momenteel in België worden uitgewerkt en welke mechanismen het delen van medische gegevens in goede banen leiden. Het gaat soms om ingewikkelde begrippen, die echter van essentieel belang zijn voor patiënten, hun gezin en gezondheidsprofessionals.

Wat is e-gezondheid?

E-gezondheid omvat alle digitale tools waarmee men gezondheidsgegevens veilig elektronisch kan delen, raadplegen en beheren. Concreet maken deze tools het makkelijker om gegevens uit te wisselen tussen de verschillende professionals die betrokken zijn bij de behandeling van een patiënt: huisartsen, kinderartsen, specialisten, apothekers, verpleegkundigen, kinesitherapeuten, verloskundigen, enz.

Voor kinderen met een chronische ziekte die in meerdere ziekenhuizen of door meerdere specialisten worden behandeld, kan e-gezondheid helpen om de zorgcontinuïteit te verbeteren. E-gezondheid zorgt er met name voor dat zorgverleners sneller over de nodige informatie kunnen beschikken, terwijl bepaalde onderzoeken of onnodige handelingen kunnen worden vermeden.

Een bewustmakingsweek voor het grote publiek

Voor de E-gezondheidsweek 2026 heeft Abrumet nog meer initiatieven opgezet om zowel het grote publiek als de professionals te informeren. Tijdens een webinar werd de balans opgemaakt van de lopende en toekomstige e-gezondheidsprojecten. Verder hebben verschillende ziekenhuizen hun deuren opengesteld voor reportages in samenwerking met BX1: het CH Jean Titeca, het UMC Sint-Pieter en de Cliniques universitaires Saint-Luc.

Die reportages belichten innovatieve projecten in verband met het beheren en delen van gezondheidsgegevens. Tot slot werd in de Brusselse metro een bewustmakingscampagne gestart met als slogan: “Mijn dokter en ik, wij hebben zo veel te delen”.

Die heeft als doel om erop te wijzen dat gegevens veilig delen geen doel op zich is, maar een hulpmiddel om de zorgkwaliteit en de communicatie tussen patiënten en zorgverleners te verbeteren.

Kluizen en hubs: wat is het verschil?

Tijdens de infosessie bij Vivalis legde de spreekster het verschil uit tussen kluizen voor gezondheidsgegevens en hubs, die toelaten om die gegevens te delen.

  • Kluizen zijn beveiligde ruimtes waarin medische documenten worden opgeslagen, zoals onderzoeksresultaten, medische verslagen, ziekenhuisopnameverslagen, vaccinatiegegevens en voorschriften.
  • Hubs slaan de gegevens dan weer niet rechtstreeks op. Het zijn platformen voor uitwisseling tussen de verschillende actoren van het gezondheidszorgsysteem. Ze zijn er om aan te geven waar de gegevens zich bevinden en ervoor te zorgen dat bevoegde professionals er toegang toe krijgen wanneer ze een patiënt behandelen.

In België zijn er verschillende gewestelijke hubs:

  • het Brussels Gezondheidsnetwerk, dat beheerd wordt door Abrumet;
  • het Réseau Santé Wallon (het Waalse gezondheidsnetwerk);
  • verschillende Vlaamse netwerken, waaronder CoZo.

Al deze netwerken zijn met elkaar verbonden via de MetaHub, een nationale infrastructuur die ervoor zorgt dat de systemen onderling kunnen communiceren. Het doel is dus niet om alle medische gegevens centraal op te slaan in één nationale databank, maar om de verschillende netwerken in staat te stellen veilig samen te werken.

Drie voorwaarden om toegang te krijgen tot gezondheidsgegevens

Het delen van medische gegevens berust op drie mechanismen die bedoeld zijn om de privacy van patiënten te beschermen: toestemming, de therapeutische relatie en de toegangsmatrix.

1. TOESTEMMING

De toestemming laat toe om gezondheidsgegevens veilig elektronisch te delen. Zodra de toestemming is geregistreerd, is ze geldig in heel België en volledig gratis. Ze moet dus niet opnieuw worden gegeven bij elke raadpleging.

Tijdens de infosessie hebben de sprekers er ook nog eens op gewezen dat er in België twee verschillende benaderingen zijn.

Het opt-insysteem

In Brussel en Wallonië is het delen van gegevens gebaseerd op een zogenaamd opt-insysteem. Dat betekent dat patiënten hun uitdrukkelijke toestemming moeten geven voordat hun gegevens mogen worden gedeeld via de gezondheidsnetwerken. Zonder die vrijwillige stap mag er geen elektronische deling plaatsvinden.

Het opt-outsysteem

In Vlaanderen werkt het systeem dan weer volgens het opt-outprincipe. In dat model is het delen van gegevens standaard opgenomen in het bestaande wettelijke kader, maar heeft de patiënt de mogelijkheid zich hiertegen te verzetten.

Bij beide systemen staat de bescherming van de privacy centraal. De toestemming kan overigens op elk moment worden ingetrokken. Die intrekking geldt in het hele land en betekent dat het delen van medische gegevens wordt stopgezet.

Voor minderjarigen zijn het door de band genomen de ouders of voogden die deze keuze maken.

2. DE THERAPEUTISCHE RELATIE

Zelfs met toestemming mag een zorgverlener alleen toegang krijgen tot medische gegevens als er sprake is van een therapeutische relatie met de patiënt. Deze relatie ontstaat wanneer er een zorgrelatie tot stand komt met een gezondheidsprofessional: een arts, apotheker, verpleegkundige, kinesitherapeut, tandarts, verloskundige of andere betrokken professional.

Omgekeerd hebben adviserend artsen van ziekenfondsen, arbeidsartsen en verzekeringsmaatschappijen echter geen toegang tot de gegevens die in dit kader worden gedeeld. Hoe lang deze relatie duurt, hangt af van het type behandeling:

  • 15 maanden voor de behandelend arts of de vaste apotheker;
  • 3 maanden voor bepaalde gerichte behandelingen, zoals bij een kinesitherapeut;
  • 1 maand voor een spoedarts.

Het bestaan van deze therapeutische relatie moet kunnen worden aangetoond, met name door de patiënt te identificeren tijdens de raadpleging of ziekenhuisopname.

3. DE TOEGANGSMATRIX

Niet alle professionals hebben toegang tot dezelfde informatie. De toegangsmatrix bepaalt welke gegevens door welke beroepsgroep kunnen worden geraadpleegd. Zo mag een apotheker wel zien welke geneesmiddelen aan een patiënt zijn verstrekt, maar niet noodzakelijkerwijs laboratoriumuitslagen inkijken. Een arts heeft daarentegen een uitgebreidere toegang tot bepaalde medische gegevens.

→ Naar de toegangsmatrix 

Sinds kort kunnen sommige professionals uit de multidisciplinaire sector ook gebruikmaken van de “uitgebreide toegang”. Met de uitdrukkelijke toestemming van de patiënt mogen zij bepaalde documenten raadplegen die rechtstreeks verband houden met hun expertise. Voorbeelden:

  • Een kinesitherapeut kan toegang krijgen tot orthopedische verslagen.
  • Een diëtist kan verslagen over diabetes inkijken.
  • Een verpleegkundige kan toegang krijgen tot bepaalde gegevens die nuttig kunnen zijn voor de zorgcontinuïteit.

De doelstelling bestaat erin om te zorgen voor een meer samenhangende behandeling en te garanderen dat elke professional alleen de informatie kan raadplegen die echt relevant is voor de behandeling.

Concreet wordt er een verzoek ingediend bij het Brussels Gezondheidsnetwerk. De patiënt krijgt vervolgens een kennisgeving waarmee die dit verzoek om toegang kan aanvaarden of weigeren.

Een belangrijk gegeven voor kinderen en hun gezin

Voor kinderen die door meerdere professionals worden opgevolgd of in meerdere zorginstellingen worden behandeld, is e-gezondheid een kostbare coördinatietool. Hierdoor kunnen medische teams beter met elkaar communiceren, sneller toegang krijgen tot nuttige informatie en zorgcontinuïteit waarborgen, ook bij een ziekenhuisopname of een spoedbehandeling.

Als er toestemming is gegeven en de veiligheidsregels worden nageleefd, kan het delen van gezondheidsgegevens zo bijdragen aan een vlottere en meer coherente behandeling die beter aansluit bij de behoeften van kinderen en hun gezin.

→ Bekijk een van de toelichtingsvideo’s of ga naar de website van het Brussels Gezondheidsnetwerk

 

LEES OOK: