Initiatieven

Open brief « Voor kwaliteitsvolle pediatrische palliatieve zorg in België »

Een dertigtal gezondheidswerkers die actief zijn in de pediatrische palliatieve zorg hebben onlangs een open brief aan de autoriteiten gestuurd om hen te informeren over hun realiteit in het veld. Het doel is om kwaliteitsvolle palliatieve zorg te garanderen voor alle kinderen en gezinnen die daar in België behoefte aan hebben.

« Wij, ondertekenaars van deze brief, willen u graag een beeld schetsen van onze dagelijkse realiteit op het terrein van de pediatrische palliatieve zorg. Ons doel is om kwaliteitsvolle palliatieve zorg te garanderen voor alle kinderen en gezinnen in België die deze zorg nodig hebben. In deze brief delen wij onze huidige vaststellingen en formuleren wij voorstellen tot verbetering.

De multidisciplinaire pediatrische liaisonteams

De multidisciplinaire pediatrische liaisonteams, waarvan de samenstelling en opdrachten werden vastgelegd bij het Koninklijk Besluit van 2010, worden erkend als de expertenteams in pediatrische palliatieve zorg. Zij verzekeren de continuïteit van zorg tussen ziekenhuis, thuissituatie en andere leefomgevingen van het kind. Hun werking werd sinds 2014 niet meer geëvalueerd en hun financiering werd sinds 2010 niet meer herzien. De huidige budgettaire enveloppe is ontoereikend gezien het toenemend aantal patiënten, de complexiteit van zorgtrajecten en de geografische spreiding.

De multidisciplinaire liaisonteams staan eveneens in voor het begeleiden en opleiden van eerstelijnspartners binnen en buiten het ziekenhuis (zoals thuiszorg, crèches, dagcentra …). Deze activiteiten, die essentieel zijn voor de kwaliteit van het zorgtraject, worden momenteel nauwelijks erkend. Het begeleiden van een kind in een palliatief traject heeft een grote emotionele impact; daarom moeten de liaisonteams ook na het overlijden van het kind beschikbaar blijven.

Advance Care Planning (ACP)

Het ACP-gesprek vindt plaats tussen de ouders (en het kind) en de behandelende ziekenhuispediater, ongeacht of het om een oncologische of een niet-oncologische aandoening gaat. Het is dan ook logisch dat de ziekenhuispediater een ACP-consultatie kan aanrekenen voor minderjarigen, net zoals de huisarts dat kan voor volwassenen.

Thuisverpleegkunde

Wij stellen een onderfinanciering vast van de thuisverpleegkunde voor kinderen in palliatieve zorg:

  • geen aanrekening mogelijk voor educatie en begeleiding van ouders,
  • geen aanrekening voor de verzorging van kinderen jonger dan 6 jaar.

Dit maakt het moeilijk om verpleegkundigen te vinden en schaadt de kwaliteit van de holistische zorg. Door optimale thuiszorg zouden ziekenhuisopnames kunnen worden vermeden, wat zowel de menselijke als de maatschappelijke kost vermindert. De huidige financiering houdt geen rekening met de specifieke noden van pediatrische zorg: langere zorgduur, technische expertise, evaluatie van comfort en pijn, begeleiding van ouders. Een specifieke nomenclatuur voor pediatrische patiënten is dringend nodig.

Palliatief statuut

Het huidige document voor het palliatieve statuut is niet aangepast aan de pediatrische populatie: de KATZ-schaal is niet geschikt, en de behandelende kinderarts kan het document niet ondertekenen. Er moeten evaluatie-instrumenten worden gebruikt die aangepast zijn aan de pediatrie.

Respijtzorg

De respijtzorg aan huis is quasi onbestaande. Sommige verpleegkundigen bieden nachtaanwezigheid aan, maar de hoge kostprijs maakt dit enkel haalbaar voor welgestelde gezinnen. Het is noodzakelijk om het aantal plaatsen in respijthuizen regelmatig te herevalueren en de regionale verschillen in terugbetaling weg te werken.

Besluit

Wij vragen:

  • een herziening van de financiering van de pediatrische palliatieve zorg,
  • erkenning van de specifieke noden van kinderen en hun gezinnen,
  • en harmonisatie tussen de regio’s.

Elk kind heeft recht op kwaliteitsvolle palliatieve zorg, ongeacht zijn woonplaats of de financiële situatie van het gezin. »

 

 

LEES OOK:

Inclusie en diversiteit: een nieuwe pop voor kinderen met een autismespectrumstoornis

Vanuit een streven naar meer inclusie en diversiteit heeft het iconische merk een nieuw model toegevoegd aan zijn poppenkast. Het liet zich inspireren door de autistische gemeenschap, met wie het samenwerkte, en door de Amerikaanse organisatie Autistic Self Advocacy Network. Dit nieuwe model, waar ongetwijfeld ook een marketingstrategie achter zit, werd met veel aandacht voor detail ontworpen om zo dicht mogelijk bij de realiteit te blijven zodat kinderen met een autismespectrumstoornis zich in de pop kunnen herkennen.

Na de rolstoelpop, de blinde pop, de diabetespop en de pop met het syndroom van Down is dit model opnieuw een schot in de roos voor het Amerikaanse bedrijf, dat al 65 jaar gespecialiseerd is in de vervaardiging van spellen en speelgoed. Het nieuwe paradepaardje vult het bestaande aanbod van modellen aan. De speelgoedfabrikant kondigde overigens onlangs aan 1.000 poppen te hebben geschonken aan Amerikaanse kinderziekenhuizen die gespecialiseerd zijn in de begeleiding van kinderen met autisme.

 

©Mattel

Accessoires die het verschil maken

Op het eerste gezicht is er niets dat de pop onderscheidt van een klassieke pop. Het zijn vooral de accessoires – geïnspireerd op het dagelijks leven – die het verschil maken en elementen aanreiken die herkenbaar zijn voor kinderen met een autismespectrumstoornis. Denk daarbij aan een geluiddempende hoofdtelefoon om auditieve prikkels te beperken, een fidget spinner om stress te verlagen en concentratie te bevorderen en een tablet waarmee de kinderen op een andere manier dan via gesproken taal kunnen communiceren. Het Amerikaanse bedrijf verklaarde: “Het is zo belangrijk voor jonge autistische mensen om zichzelf authentiek en vrolijk vertegenwoordigd te zien. Dat is precies wat deze pop biedt.”

“Als trotse leden van de autistische gemeenschap was ons team bij ASAN verheugd om te kunnen bijdragen aan de allereerste Barbiepop met autisme. Het is zo belangrijk voor jongeren met autisme om zichzelf te kunnen herkennen in authentieke, positieve beelden van zichzelf, en dat is precies wat deze pop belichaamt. Dankzij de samenwerking met Barbie konden we tijdens het ontwerpproces onze inzichten en adviezen delen en zo ervoor zorgen dat de pop de autistische gemeenschap volledig vertegenwoordigt en viert, inclusief de hulpmiddelen die ons helpen om zelfstandig te zijn. We zijn vereerd dat deze belangrijke mijlpaal is bereikt en zullen ons blijven inzetten voor een betere vertegenwoordiging zodat onze gemeenschap groots kan dromen en met trots kan leven.” aldus Colin Killick, algemeen directeur, Autistic Self Advocacy Network (ASAN)

Een tot in het kleinste detail ontworpen pop

Om beter aan te sluiten bij de realiteit van mensen met autisme en tegelijkertijd inclusief spelen gemakkelijker te maken, heeft de Amerikaanse speelgoedgigant dit nieuwe model vormgegeven in samenwerking met de autistische gemeenschap en de organisatie Autistic Self Advocacy Network (ASAN). De beroemde pop zorgde vroeger voor veel controverse en kreeg kritiek omdat ze te stereotiep zou zijn. De voorbije jaren heeft het merk steeds meer modellen uitgebracht die de diversiteit weerspiegelen. In tegenstelling tot het klassieke model heeft deze nieuwe versie beweegbare ellebogen en polsen. Daarmee kan de pop repetitieve bewegingen maken en met haar handen wapperen, gebaren die autistische mensen vaak gebruiken om hun opwinding uit te drukken of zintuiglijke informatie te verwerken.

LEES OOK:

Onderzoek naar kinderkanker: een studie onder Belgische pediatrische hemato-oncologen

15 februari is Werelddag tegen Kinderkanker. Ter gelegenheid daarvan publiceert KickCancer de resultaten van een onderzoek dat in samenwerking met de Belgische Vereniging voor Pediatrische Hematologie en Oncologie (BSPHO) is uitgevoerd onder Belgische pediatrische hematologen-oncologen. Het onderzoek stelt de volgende vraag: “Om het leven van kinderen met kanker te redden, moet men rekenen op de vrije tijd van artsen”. Een situatie die erg ongemakkelijk lijkt. Er moeten namelijk meer gespecialiseerde kinderartsen komen, er moet meer tijd vrijgemaakt worden en er moet structurele ondersteuning aan de teams worden geboden. Een overzicht van de belangrijkste punten uit het onderzoek.

{Persbericht van Kick Cancer}

Dit legt een ongemakkelijke realiteit bloot: innovatie in de zorg voor kinderen met kanker is in België structureel afhankelijk van persoonlijke opoffering. Meer dan 80% van de kinderoncologen doet onderzoek buiten de werkuren (42% 2 tot 5 uur, 29% 5 tot 10 uur, 14% zelfs meer dan 10 uur/week), bovenop een al zware klinische workload.

Vooruitgang bij levensbedreigende en zeldzame ziekten kan enkel via onderzoek

80 tot 90 % van de Belgische patiënten met kinderkanker wordt vanaf de diagnose behandeld in het kader van een academische klinische studie.

Deze klinische studies vormen vandaag de zorgstandaard: ze garanderen kinderen toegang tot de beste beschikbare behandelingen, gebaseerd op de huidige wetenschappelijke kennis. Omdat het protocol van een klinische studie elke stap van het behandelingstraject bepaalt en standaardiseert, dragen deze studies ook bij tot een verbetering van de kwaliteit van zorg.

Terwijl er 16 types kinderkanker bestaan, moeten Belgische kinderoncologen vandaag meer dan 50 academische behandelprotocollen beheersen en toepassen. Door hun grote complexiteit lukt dit niet binnen de beschikbare werktijd, en komt dit bovenop de vele uren waarin artsen rechtstreeks voor hun patiënten zorgen. Toch zijn deze klinische studies onmisbaar, want ze garanderen de voortdurende verbetering van behandelingen voor kinderen en jongeren met kanker.

→ Meer info over het onderzoek

“Wie kiest voor een job als kinderoncoloog weet dat er vele lange werkdagen volgen omwille van de veelheid aan ziektebeelden, de complexiteit van behandelschema’s, een hoop administratie en de noodzakelijke (inter)nationale samenwerking. We doen dit graag want goede zorg voor de patiënten is onze prioriteit. Maar het is geen fijn gevoel dat het werk nooit af is, dat taken en deadlines blijven komen, en dat opnemen van engagementen steeds ten koste gaat van vrije tijd. Hier bovenop nog investeren in wetenschappelijk onderzoek is eigenlijk niet haalbaar,” bevestigt Prof. Dr. Barbara De Moerloose, UZ Gent.

Hoge motivatie, maar structureel tekort aan tijd

De kinderoncologen zijn uitzonderlijk gedreven om hun patiënten vooruit te helpen, maar botsen op een structurele mismatch tussen ambitie en de realiteit op de werkvloer. Vooral door gebrek aan (beschermde) tijd voor onderzoek. Meer dan 65% zou de specialisatie in kinderoncologie aanbevelen aan toekomstige artsen, en 64% wil zelfs méér tijd aan onderzoek besteden. In theorie is gemiddeld 22% van hun werktijd voorzien voor wetenschappelijk onderzoek, maar in de praktijk wordt die tijd opgeslorpt door patiëntenzorg, wachtdiensten en administratie. Het gevolg: een groot deel van het onderzoek verschuift naar vrije tijd.

“Deze bevraging toont hoe sterk kinderoncologen zich inzetten en hoe fragiel het systeem vandaag is,” zegt Delphine Heenen van KickCancer. “We mogen niet aanvaarden dat innovatie afhangt van persoonlijke opofferingen. Als we kinderen met kanker beter willen genezen, met efficiëntere behandelingen en minder toxiciteit, dan moeten we de mensen die dat onderzoek dragen structureel tijd, ruimte en ondersteuning geven.”

Meer dan 40% van de respondenten besteedt 2 tot 5 uur per week van zijn of haar vrije tijd aan onderzoek. Bij ruim 30% gaat het om 5 tot 10 uur per week, en bij 14% zelfs meer dan 10 uur per week.

Een bijzonder complexe job: nood aan meer specialisatie

De oorzaak ligt dieper dan werkdruk alleen. Kinderoncologie is een van de meest complexe disciplines binnen de geneeskunde. Er bestaan meer dan 16 hoofdtypes en nog veel meer substypes van kinderkanker, elk met eigen behandelingen en onderzoeksnoden.

“Het gaat niet alleen over het aantal patiënten per arts,” klinkt het bij Pierre Mayeur van de BSPHO. “In de pediatrische oncologie is het absolute aantal patiënten lager dan bij volwassenen, maar de complexiteit is uitzonderlijk groot. Kleine teams van 3 tot 7 artsen worden vandaag geacht expert te zijn in álle hersentumoren, solide tumoren, leukemieën en lymfome, zowel bij diagnose als bij herval. Dat is moeilijk houdbaar.”

Dit onderstreept de nood aan grotere teams, meer samenwerking en verdere centralisatie van expertise, zodat kennis optimaal kan worden ingezet voor patiënten én onderzoek.

Wat werkt: goede praktijken uit het buitenland

Onderzoek naar kinderkanker gebeurt vrijwel altijd in internationale context. Belgische artsen zijn sterk betrokken in Europese studiegroepen en expertisenetwerken, en dit is noodzakelijk om voldoende patiënten te includeren en kennis te delen bij zeldzame kankers.

Binnen de bevraging werden ook diepte-interviews opgezet met kinderoncologen uit het buitenland. Die tonen dat alternatieven mogelijk zijn:

  • In Nederland is tot 20% van de werktijd beschermd voor niet-klinische taken zoals onderzoek of het managen van interne projecten.
  • In Frankrijk besteden meer ervaren specialisten minder tijd aan klinische zorg en wachtdiensten, wat ruimte creëert voor onderzoek.
  • Frankrijk introduceerde ook de rol van “verpleegkundig specialist” (verpleegkundige met een bijkomende masteropleiding), wat artsen ontlast en de zorgkwaliteit verhoogt.

Een nieuwe beurs om deeltijds onderzoek mogelijk te maken

Uit deze studie blijkt de dringende nood aan beschermde werktijd, zodat meer kinderoncologen structureel onderzoek kunnen verrichten.

Daarom sloot KickCancer in 2025 een samenwerkingsovereenkomst met het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO – voor Vlaanderen) en het Fonds National de la Recherche Scientifique (FNRS – voor de Franstalige onderzoekswereld). Samen bieden zij twee Belgische kinderoncologen de mogelijkheid om 50% van hun klinische werktijd vrij te maken voor onderzoek.

Dankzij deze beurs ontvangt het ziekenhuis van de geselecteerde arts een compensatie van 70.000 euro om een deeltijdse kinderoncoloog aan te werven die de klinische taken overneemt. Daarnaast ontvangen de laureaten tot 10.000 euro voor onderzoekskosten, zoals de financiering van internationale samenwerkingen (deelname aan congressen…) of laboratoriummateriaal.

De selectieprocedure loopt momenteel. De twee laureaten worden eind mei 2026 bekendgemaakt. In totaal investeert KickCancer 320.000 euro gespreid over een periode van twee jaar, met de mogelijkheid tot vier verlengingen (tot max. 10 jaar).

Nationaal Kankerplan: constructieve aanbevelingen met directe impact

KickCancer en BSPHO leveren gezamenlijke input voor het nationaal Kankerplan, dat momenteel in ontwikkeling is. Deze aanbevelingen hebben een directe impact op onderzoek en expertise in de pediatrische oncologie in België:

  • Structurele financiering van academische klinische studies;
  • Erkenning van een nationaal multidisciplinair oncologisch overleg (MOC) voor pediatrische oncologie;
  • Duurzame federale financiering voor de coördinatie van de BSPHO.

Conclusie

“Wie wil dat kinderen met kanker betere behandelingen krijgen, kan niet blijven rekenen op vrijwillige overuren van artsen,” besluit KickCancer. “Dit is geen duurzaam model.”
À LIRE AUSSI :

Weg met vooroordelen op de Internationale Epilepsiedag!

Die vindt plaats op 9 februari 2026. Een aandoening die wereldwijd ongeveer 50 miljoen mensen en in België 80.000 patiënten treft. Om mensen met epilepsie beter te begrijpen en te ondersteunen, lanceert de Ligue Francophone Belge contre l’Épilepsie (Franstalige Belgische Liga tegen Epilepsie) de zesde editie van haar campagne “ÉPILEPSIE, LAVONS LES PRÉJUGÉS”(Vooroordelen, inzepen en weg ermee) met de verkoop van zeep in violetgeur- en kleur (de internationale kleur die symbool staat voor epilepsie).

De Franstalige Belgische Liga tegen Epilepsie heeft als opdracht de kennis over epilepsie bij het brede publiek te vergroten, patiënten en hun naasten te ondersteunen en wetenschappelijk onderzoek aan te moedigen om epilepsie beter te begrijpen en te behandelen
Daarnaast organiseert ze op zaterdag 14 maart 2026 in Namen haar 12e jaarlijkse epilepsiedag onder de titel “Épilepsies rares et complexes, le problème de tous?” (Zeldzame en complexe vormen van epilepsie, ieders probleem?) Aan Nederlandstalige kant is er de EPILEPSIE LIGA, die openbare instellingen oproept om hun gebouwen ‘s avonds op 9 februari in mauve te verlichten en de 10e Vlaamse Epilepsiedag” organiseert.

“De Internationale Epilepsiedag wordt in meer dan 140 landen gevierd. Het is een belangrijk moment om het brede publiek bewust te maken en wereldwijd miljoenen mensen met epilepsie te ondersteunen. Epilepsie wordt gekenmerkt door terugkerende plotse aanvallen die verschillende vormen aannemen. Het is een complexe aandoening die nog steeds gepaard gaat met hardnekkige vooroordelen die vaak zwaarder zijn om te dragen dan de ziekte zelf. Volgens de cijfers heeft 30% van de patiënten een refractaire epilepsie (resistent tegen behandeling). Een op de twintig mensen krijgt ooit een epileptische aanval” LFBE 

De risico’s die epilepsie met zich meebrengt

Epilepsie is de tweede meest voorkomende hersenaandoening en kan zware gevolgen hebben voor het dagelijkse leven van de getroffene: risico op (soms ernstige) ongevallen, verhoogde kans op sterven, verlies van zelfredzaamheid, leerstoornissen bij kinderen, rijongeschiktheid, angststoornissen of zelfs depressieve klachten en beperkte kansen op werk. Daar komen nog de vooroordelen en het stigma bij die nog steeds aan de ziekte kleven en voortkomen uit een gebrek aan kennis bij het brede publiek en die zwaar wegen in het dagelijkse leven.

De impact op het dagelijkse leven

Epilepsie is een complexe ziekte die wordt gekenmerkt door  herhaalde plotsklapse aanvallen die uiteenlopende vormen aannemen en traumatisch zijn voor de mensen die eronder lijden. De aandoening is onvoorspelbaar, kan op elke leeftijd optreden en heeft verschillende oorzaken: hersenletsel door een schedeltrauma, hersenafwijking, CVA, tumor, genetische oorzaak. Soms is er zelfs geen enkele aantoonbare oorzaak. De ziekte gooit alle levensaspecten van patiënten stevig overhoop: school, werk, sociale relaties en autonomie.

Officiële visuele voorstelling van LFBE ©

Hoe kan je deelnemen aan de Internationale Epilepsiedag?

Door zeep in violetkleur en -geur (de internationale kleur die symbool staat voor epilepsie) te kopen of een depotverkoop te organiseren waar de zeep voor 5 euro per stuk wordt aangeboden. De Liga roept opnieuw vrijwilligers op om de zeep te verkopen in hun omgeving, op school, op het werk of via een depotverkoop in een buurtwinkel (apotheek, kapper, boekhandel, ziekenhuis, enz.).
→Meer info hier of telefonisch op 02.344.32.63 – Mail: info@ligueepilepsie.be – www.ligueepilepsie.be

Evenement: 12e jaarlijkse epilepsiedag

De Franstalige Belgische Liga tegen Epilepsie organiseert ook haar 12e jaarlijkse dag “ÉPILEPSIES RARES ET COMPLEXES” (Zeldzame en complexe vormen van epilepsie), met conferenties, getuigenissen en uitwisselingsmomenten op het programma. Het evenement is gericht op patiënten, hun naasten en zorgverleners.

→ Praktisch:
– Het grote jaarlijkse evenement van de League zal plaatsvinden op zaterdag 14 maart 2026 aan de Université de Namur.
– Genodigden: Professor Alec AEBY, gespecialiseerd in epilepsie aan het H.U.B UKZKF, gezondheidsprofessionals en patiënten en familieleden die komen getuigen.
– Gratis inschrijving: info@ligueepilepsie.be – 02 344 32 63 of op de website van de Liga

Bewustmakingsaffiche van de EPILEPSIE LIGA ©

De 10e Vlaamse Epilepsiedag

De EPILEPSIE LIGA organiseert op 14 maart 2026 haar 10e Vlaamse Epilepsiedag in het Provinciehuis in Leuven. In samenwerking met IKAROS vzw koos de Vlaamse Epilepsie Liga voor het thema: “Epilepsie raakt alle leeftijden”. → Het programma vind je hier

Om het brede publiek bewust te maken en komaf te maken met de vooroordelen rond epilepsie, koppelt de Liga de volgende boodschap aan haar actie: “45.000 Vlamingen hebben epilepsie. Mensen zoals jij en ik. Vooroordelen bemoeilijken hun leven. Begrip en steun maken het gemakkelijker. Samen staan we sterker! Vandaag kleuren we alles in het paars.” #IED2026

 

 

Tekst : Samuel Walheer

LEES OOK:

Stijging van het aantal aanvragen: een blik op het Centrum voor Evaluatie van de Autonomie en de Handicap van Iriscare

Het Centrum voor Evaluatie van de Autonomie en de Handicap van Iriscare (CEAH) bestaat al vier jaar en speelt een belangrijke rol in het Brussels Gewest. In een recent persbericht meldt de bicommunautaire instelling van openbaar nut namelijk dat er voortdurend nieuwe aanvragen binnenkomen, maar liefst 9.406, en dat het aantal consultaties voor het jaar 2025 zal toenemen.

{Persbericht van Iriscaire}

In 2025 zette het Centrum voor Evaluatie van de Autonomie en de Handicap (CEAH) van Iriscare zijn opdracht voort die in 2022 werd opgestart. In vier jaar tijd registreerde het centrum bijna 38.000 aanvragen voor nieuwe dossiers, zowel voor de evaluatie van de verminderde zelfredzaamheid van ouderen als voor de beoordeling van aandoeningen bij kinderen.

Toename van het aantal consultaties

Van de bijna 38.000 aanvragen die sinds de oprichting van het CEAH van Iriscare werden geregistreerd, werden er 9.406 ingediend in de loop van 2025. Van alle dossiers die in deze periode werden behandeld, konden er 9.202 worden afgerond.

Naast de cijfers weerspiegelt de werking van het CEAH ook een uitgesproken menselijke dimensie. In 2025 werden 3.631 consultaties georganiseerd in de lokalen van Iriscare. “We stellen een stijging vast van 4,55% in het aantal consultaties ten opzichte van 2024, toen er 3.473 consultaties plaatsvonden”, benadrukt Tania Dekens, directeur-generaal van Iriscare. “Dit bevestigt de noodzaak van onze opdracht voor de Brusselaars en de inzet van onze teams.”

Het CEAH in een notendop

Het Centrum voor Evaluatie van de Autonomie en de Handicap heeft als doel om op basis van verschillende parameters de ernst van een aandoening of het verlies aan zelfredzaamheid van een persoon te bepalen, evenals de sociale, medische en psychologische gevolgen daarvan. Het resultaat van deze evaluatie wordt vervolgens overgemaakt aan de Brusselse kinderbijslagfondsen (in het kader van de verhoogde kinderbijslag) of aan de Iriscare-dienst die bevoegd is voor de tegemoetkoming voor hulp aan ouderen (THAB). Op basis van deze informatie kan de instantie die deze steun toekent het bedrag bepalen waarop de betrokkene recht heeft.

Over Iriscare

Iriscare is een bicommunautaire instelling van openbaar nut en het centrale aanspreekpunt voor alles wat te maken heeft met sociale bescherming in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Samen met zijn partners waakt Iriscare erover dat alle Brusselaars krijgen waar ze recht op hebben: van kinderbijslag tot zorg- en begeleidingsdiensten voor ouderen en personen met een handicap. Toegankelijkheid, professionalisme en kwaliteit: elke dag, voor iedereen.

Meer info: pers@iriscare.brussels

LEES OOK: