Focus

Drie kinderpsychiatrische afdelingen in een gloednieuwe omgeving in het Kinderziekenhuis

Op vrijdag 23 september 2022 huldigde het Kinderziekenhuis de nieuwe infrastructuur van zijn drie kinderpsychiatrische units in: het Kinderpsychiatrisch Ziekenhuisverblijf, APPI (Autisme, vroegtijdige persoonlijke aanpak) en UPBB (Ouders-Baby). Een symbolisch moment na twee jaar in het teken van Covid-19, waarop de teams de professionals uit de geestelijke gezondheidszorg en andere partners ontvingen voor een rondleiding. Aan het roer van deze inhuldiging: Pr. Véronique Delvenne, afdelingshoofd kinderpsychiatrie; Renaud Witmeur, CEO van het Academisch Ziekenhuis Brussel (Huderf, Erasmus, Jules Bordet) en Philippe Close, burgemeester van de Stad Brussel.

©Sofia Douieb

De teams van de afdeling Kinderpsychiatrisch Ziekenhuisverblijf en van de twee dag-afdelingen APPI (Autisme – vroegtijdige persoonlijke aanpak) en UPBB (Ouders-Baby) van het UKZKF werden geïntegreerd in het nieuwe Universitair Expertisecentrum voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie van het H.U.B. Zij stelden enthousiast hun nieuwe voorzieningen voor hun originele benadering voor tijdens een openingsplechtigheid, die meermaals werd uitgesteld wegens de pandemie. Hospichild was erbij voor u.

Pr. Véronique Delvenne, Directrice kinderpsychiatrie – ©Sofia Douieb

Prof. Delvenne, kinderpsychiatrie – het belang van de infrastructuur voor het Brusselse zorgnetwerk

Het afdelingshoofd Prof. Véronique Delvenne nam het woord op het ruim bemeten terras, waar tientallen pediatrisch professionals voor een keer de plaats innamen van de kinderen (die voor de gelegenheid aan zee waren). Zij onderstreepte het belang van de infrastructuur voor de Brusselse en Franstalige Belgische zorgnetwerken. Vooral tegen de achtergrond van een toenemende vraag naar zorgverlening voor geestelijke gezondheid van kind en jongere, die nog werd aangewakkerd door de pandemie en de lockdown.

De gloednieuwe voorzieningen hebben als doel kwaliteitszorg te kunnen waarborgen vanuit een multidisciplinair team, volgens een globale visie op het kind en zijn omgeving, waar jongeren met psychische problemen en hun familie centraal staan, en waarbij rekening wordt gehouden met alle etiopathogene dimensies, namelijk onderzoek naar de oorzaak, de aard en de symptomen van een pathologie. Prof. Delvenne verklaarde hierover: “De zorg vanuit het ziekenhuis moet gekoppeld zijn aan de ambulante en de eerstelijnszorg. Opsporing en vroegtijdige aanpak van problemen is in deze context een heuse uitdaging. Onze aanpak vormt ondersteuning voor de partners in de behandeling van complexe, ernstige en acute problemen en in de preventie van verwikkelingen en recidiven. ALs universitaire voorziening hebben we een belangrijke rol te spelen om ook bij te dragen tot de opleiding van de professionele zorgverleners en tot ondersteuning van de verdere kennisontwikkeling via onderzoek.”

Philippe Close, burgemeester van de Stad Brussel – De dubbele bestraffing van de zieke vermijden

Philippe Close, Bourgmestre de la Ville de Bruxelles – ©Sofia Douieb

De burgemeester van de Stad Brussel, Philippe Close, woonde de inhuldiging bij en stond er eveneens op het woord te voeren. Hij wees op het indrukwekkende proces, dat voorafging aan het voorzien van een dergelijke mooie en aangepaste ruimte, waar de drie afdelingen kinderen met uiteenlopende aandoeningen kunnen opvangen. Want zij mogen geen dubbele bestraffing ondergaan: de ziekte en een ontoereikende infrastructuur…

Hij vertelde trots te zijn dat de Stad partner is van de HUB-groep (Academisch Ziekenhuis Brussel). Hij zal dan ook volgende inhuldigingen bijwonen, zoals van het Grote Onderzoekscentrum. In de woorden van Donald W. Winnicott: “Wij hopen dat al onze patiënten op een dag klaar zullen zijn met ons, dat ze ons vergeten en ontdekken dat het leven zelf een zinvolle therapie is.”

Renaud Witmeur, CEO HUB – ©Sofia Douieb

Renaud Witmeur, CEO HUB – “We willen dat alle HUB-afdelingen lijken op deze afdeling kinderpsychiatrie!”

“Het Academisch Ziekenhuis Brussel is de grootste ziekenhuisinstelling van het land,” zo begon algemeen directeur Renaud Witmeur zijn betoog.“ Het omvat verschillende ziekenhuizen, zoals Erasmus, het Jules Bordet Instituut en het UKZKF. Verder beschouwen we het Brugmann Ziekenhuis en Sint-Pieter als natuurlijke partners, ook al maken ze geen deel uit van het project. Met het HUB willen we alle tegenstellingen overbruggen, want het is een ongekend referentiecentrum dat elke maand meer dan 1.000 patiënten verzorgt.

Het Universitair Kinderziekenhuis en zijn nieuwe infrastructuur voor de kinderpsychiatrie betekenen voor R. Witmeur een enorme stap vooruit. De onderzoeksactiviteiten zijn bijzonder efficiënt en omvangrijk, wat heel kostbaar is voor het ziekenhuis.

“We willen dat alle HUB-afdelingen lijken op deze afdeling kinderpsychiatrie, want het is een model met alle essentiële ingrediënten, iets om trots op te zijn”, besloot de CEO van HUB.

Drie afdelingen, drie gezamenlijke visies, drie kleurrijke en gezellige ruimten

Na hun toespraken, knipten de drie prominenten het lint door. Dit symbolische gebaar vormde de officiële opening van de nieuwe lokalen, waar al sinds 2020 kinderen met een psychologische kwetsbaarheid terecht kunnen.

©Sofia Douieb

De drie afdelingen bevinden zich op dezelfde verdieping en staan onderling met elkaar in verbinding. Ze baden in het licht, zijn ruim en uitgevoerd in dezelfde tinten oranje, groen en blauw. Sommige zalen, zoals ‘psychomotoriek’ en ‘welzijn’, zijn gemeenschappelijk. Het bezoek vond plaats in aanwezigheid van de drie sprekers. Een ruime delegatie luisterde aandachtig naar de toelichtingen van Prof. Delvenne en haar teams.

De afdeling Kinderpsychiatrisch Ziekenhuisverblijf

afdeling Kinderpsychiatrisch– ©Sofia Douieb

De afdeling Kinderpsychiatrisch Ziekenhuisverblijf is in het Brusselse netwerk BRUSTAR geïntegreerd met 2 crisisbedden. Deze afdeling behandelt 15 jongeren van 8 tot 14 jaar die aan ernstige psychopathologieën lijden (pogingen tot zelfdoding, post-traumatische toestanden, vroege eetstoornissen, eerste psychotische decompensatie, zware depressie, …). De 600 m² van deze afdeling zijn ingericht en georganiseerd met het oog op stimulering van warme groepsactiviteit, met specifieke zones voor de vele therapeutische workshops die het team organiseert, zithoek, gemeenschappelijke keuken voor de jongeren, maar ook ruimtes waar ze zich kunnen afzonderen, hun ouders ontvangen of individuele gesprekken voeren met de zorgverleners. Er is een klas van de ‘Ecole Robert Dubois’ zodat de jongeren hun onderwijstraject kunnen voortzetten, en er is een zintuiglijke ruimte om te kalmeren en tot rust te komen in angstmomenten. Dankzij de implementering van de ‘Geweldloos Verzet’-methode in het verzorgingsteam komen situaties van extreme spanning nauwelijks nog voor. Op die manier werken we ook mee aan een welwillende aanpak in overleg met de ouders aan wie deze methode wordt voorgesteld. De jongeren genieten ook van een ruim en beveiligd buitenterras dat werd ingericht voor hun activiteiten, met als doel tegen de lente ook een moestuintje op te zetten.

Het verzorgingsteam koestert nog vele plannen om het therapeutisch arsenaal in deze nieuwe lokalisatie te versterken: multimedia-ateliers met gaming en virtual reality in zorgcontext; educatieve stappen naar gezondheid; sensibilisering voor de uitdagingen van de cybercultuur en sociale netwerken; workshops rond welzijn, body en beeld; maar ook werken aan een multifamiliale aanpak voor steun aan de ouders en met de patiënten/partners-ervaringen.

De UPBB-afdeling: afdeling voor ouders en baby ​

Snoezelen ©Sofia Douieb

Het dagverblijf voor ouders en baby onthaalt 5 tot 8 kinderen van 0 tot 2,5 jaar (samen met hun ouders) met problemen in de vroege hechtingsontwikkeling, storingen in hun ontwikkeling of symptomen zoals eet- of slaapstoornissen. De nieuwe infrastructuur is geordend rond een grote ‘appartement’-ruimte. Ze biedt het kind – in interactie met zijn ouders – een nieuwe start wat warme levensruimtes aangaat: maaltijden, verzorging, spel of ontspanning, slaapruimte. Deze aanpak ondersteunt het ouderschap en de ontwikkeling van de baby, vooral met behulp van videogesprekken (individueel en/of in groep), workshops psychomotoriek en spel.

De afdelingen van de dienst kinderpsychiatrie hanteren de ‘Snoezel’-zorgmethode in een zintuiglijke omgeving die gericht is op bevordering van communicatie, ontspanning en zintuiglijk-motorische ontdekking. Deze techniek versterkt het welzijn en het interne veiligheidsgevoel van het kind. Dit bevordert ontmoeting, hechting en vertrouwen, en leidt vervolgens tot kalmering en mildering van gedragsstoornissen.

De APPI-afdeling

De APPI-afdeling (APPI = ‘Autisme – Prise en charge Précoce Individualisée’ of ‘Autisme – vroegtijdige persoonlijke aanpak’) onthaalt sinds 2015 kinderen van 18 maanden tot 3 jaar met vroegtijdige communicatiestoornissen die een stoornis in het autismespectrum doen vermoeden. De nieuwe lokalen zijn ontworpen voor deze intensieve therapie die steunt op spel, met een behandelingsvisie die geënt is op de ESDM-methode (Early Start Denver Model) waarbij de kwaliteit van de relatie en de motivatie van het kind centraal staan. Het APPI-project is uniek in België. Geïndividualiseerde zorgdoelstellingen worden opgesteld, gedeeld met de ouders en weer aangepast aan de ontwikkeling van het kind; ze evolueren op basis van geregelde evaluaties van de diverse competentiedomeinen van het kind en zijn omgeving. Andere interventiemethodes worden gebruikt volgens de specifieke behoeften van elk kind, bijv. PECS (picture exchange communication system) of relationele psychomotoriek. Het team verzorgt geregeld ook interventies aan huis en in de andere onthaalmilieus (kinderopvang, peutertuin, school), met een competentieoverdracht naar de families maar ook naar opvang en school. Het kind wordt zo spoedig mogelijk opnieuw geïntegreerd in zijn omgeving.

Sofia Douieb (met de steun van de persbericht van UKZKF)

 

LEES OOK :

Kinderdagverblijf : de website Born in Brussels is geboren!

De website Born in Brussels handelt over de geboorte en de vroege kindertijd in het Brussels Gewest. Het is zojuist officieel ingehuldigd in aanwezigheid van minister Alain Maron en vertegenwoordigers van het kabinet van minister Elke Van den Brandt. Hij staat online sinds april en bevat elke dag meer nieuws, getuigenissen en nuttige tips. Het brede publiek en de professionals vinden er heel wat informatie en een goed gevuld adressenboekje.  

De website is het gevolg van denkwerk dat verschillende actoren uit de Brusselse gezondheidssector aanvatten in 2014: CERE, Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad en Hospichild. Samen bedachten ze een project ter ondersteuning van het ouderschap, de geboorte en de ontwikkeling van jonge kinderen in het Brussels Gewest. Mettertijd vervoegden andere verenigingen en actoren de beweging: Brusano, Bruss’help, Volle Maan Expertisecentrum Kraamzorg, Helder Recht en zelfs vindingrijke stagiairs! De ontwerpfases kregen vanaf 2019 financiële steun van de Gemeenschappelijke GemeenschapsCommissie van Brussel-Hoofdstad. Eind 2021 wordt een subsidie toegekend aan vzw CMDC-CDCS om vorm te geven aan wat vandaag bekend staat als Born in Brussels.    

Een lang creatief proces  

Velen dachten mee na over de kwalitatieve content voor de website. Om te beginnen het Hospichild-team (CMDC-CDCS) met zijn ruim 15 jaar ervaring rond thema’s in verband met ernstig zieke en gehospitaliseerde kinderen. Samen met twee studentes in gezondheidswetenschappen schreef dit team de meeste teksten. Vervolgens werden ze ter goedkeuring voorgelegd aan verschillende professionals. Het team van Sociaal Brussel (CMDC-CDCS) stelde op zijn beurt de lijst met nuttige adressen in Brussel samen. De vermelde adressen op de Born in Bruxelles-website zijn rechtstreeks gelinkt aan het gegevensbestand van Sociaal Brussel en worden dus automatisch geüpdatet. Dan moest het juridische luik aangepakt worden (voor de rubriek ‘Rechten en Procedures’). Daarvoor werkte het CMDC-CDCS samen met vzw Helder Recht om content te importeren naar de pour Born in Brussels-website. Ook die krijgt dus telkens een automatische update. Ten slotte vervoegde een nieuwe collega het CMDC-CDCS-team om het project te begeleiden. Vandaag staan drie mensen aan het roer van Born in Brussels: Emmanuelle Van Besien, coördinator en initiatiefnemer, Rebecca Lévêque, adjunct-coördinator en Sofia Douieb, verbonden aan Hospichild, ter ondersteuning 

De website : inhoud en functionaliteit

De website evolueert onafgebroken en telt heel wat informatieve pagina’s over de kinderwens, de zwangerschap, de bevalling en de vroege kindertijd van 0 tot 2,5 jaar. Hij bevat ook twee lijsten met nuttige adressen in Brussel. De eerste met de gegevens van verenigingen die werken rond de thema’s van de website, en de andere (SOS) met nuttige adressen voor noodhulp. Verder omvat de website ook een grote rubriek over de rechten van ouders en de administratieve verplichtingen in Brussel. Die kwam tot stand in samenwerking met vzw Helder Recht en biedt automatisch geüpdatete juridische info in mensentaal, geschreven door onderlegde juristen. Verder zijn er nog actua, getuigenissen, een agenda met events rond perinataliteit in Brussel en nuttige tips. Een newsletter, een  Facebookpagina, Twitter en LinkedIn-accounts maken het aanbod compleet.

Een troef voor de Brusselse burgers 

Wanneer een jonge of toekomstige Brusselse ouder met vragen zit rond de geboorte en de vroege kindertijd en op het internet op zoek gaat naar antwoorden, vindt hij een massa info op talloze commerciële, overheids- en buitenlandse websites. Voor de komst van Born in Brussels bestond er geen specifieke bron voor Brussel, hoewel de Brusselse bevolking een heel specifiek profiel heeft. Een deel van de bevolking leeft jammer genoeg in armoede (in 2019 leefde 41% van de kinderen en jongeren in een gezin met een inkomen onder de armoedegrens. De situatie is nog prangender voor gezinnen met meerdere kinderen. Met drie kinderen bedraagt het aandeel 46%, met meer dan drie kinderen 56%1), er is de uitgesproken multiculturaliteit, tweetaligheid is een vereiste en de actoren, diensten en reglementeringen verschillen soms sterk van de rest van het land.  Vandaar het belang van een neutrale website met een identieke content in beide landstalen, een Brusselse adressenlijst, een focus op de kwetsbare gezinnen en getuigenissen van lokale mensen. Met andere woorden, alles wat Born in Brussels vandaag is!

Gezinnen, een groot deel van de bevolking

Gezinnen maken bovendien een belangrijk deel uit van de bevolking (in 2021 telde het Brussels Gewest 559.260 gezinnen, waarvan 30 % met 3 personen of meer2. Er woonden 38.990 meisjes en 41.048 jongens van 0 tot 4 jaar3. In het Brussels Gewest wonen ook 65.000 eenoudergezinnen4). Ook met hen moeten we rekening houden en informatie op maat aanbieden. Tenslotte noteert Brussel jaarlijks 22.000 geboorten5, wat aantoont dat de geboorte en de vroege kindertijd een belangrijke rol spelen in het leven in Brussel  

Steun voor de professionals 

De professionals uit de perinatale wereld kunnen eveneens gebruik maken van de informatie en adressenlijsten. Born in Brussels wil een faciliterende perinatale speler zijn in het Brussels Gewest, door een collaboratief netwerk met hen op te bouwen. Zo kunnen zij hun activiteiten (atelier portage, praatgroepen, workshop zwangerschapsdiabetes of tweelingenzwangerschap, zelfhulpgroep alleenstaande moeders enz) promoten via de agenda of een artikel op de website. Ook aankondigingen via de newsletter zijn mogelijk. Born in Brussels wil tevens bijdragen aan uiteenlopende projecten, alle ideeën zijn welkom! We werken nu al samen met ‘Docteur Coquelicot (Wetenschappelijke Vereniging van Huisartsen) om een e-book te creëren met aanbevelingen rond omgevingsfactoren voor, tijdens en na de bevruchting. Wordt vervolgd  

Born in Brussels lanceert zijn communicatiecampagne

De Born in Brussels-website www.bornin.brussels telt meer dan 550 pagina’s en zal net als een gezonde baby nog vele jaren blijven groeien. Een grootschalige communicatiecampagne gericht op het grote publiek is aan de gang en duurt tot 16 oktober 2022!

Rebecca Lévêque, adjunct-coördinator Born in Brussels voor CMDC-CDCS

 

Contactgegevens 

Coördinator: Emmanuelle Van Besien – www.bornin.brusselsinfo@bornin.brussels – 02 639 60 29

CDCS-CMDC – https://www.cdcs-cmdc.be/ – Verenigingsstraat 151000 Brussel 

 

LEES OOK: 

Milieugeneeskunde en kleuters: focus op het initiatief ‘Docteur Coquelicot’

‘Docteur Coquelicot’ kwam er in 2020 op initiatief van huisartsen en andere gezondheidsprofessionals in België, als vulgariseringsproject voor milieugeneeskunde. Via een blog en in samenwerking met het SSMG (Société Scientifique de Médecine Générale) en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, infomeren en vormen ze zowel het brede publiek als zorgverleners die hun kennis willen verbreden. We hadden een gesprek met huisarts Jessica Beurton en kinderverpleegkundige Céline Bertrand, beide docenten in onderwerpen rond milieugeneeskunde, met de focus op de kleutertijd.

Volgens de WGO omvat de milieugeneeskunde de aspecten van de menselijke gezondheid, met inbegrip van de levenskwaliteit. Die worden bepaald door de fysische, chemische, biologische, sociale, psychosociale en esthetische factoren van ons milieu. In vergelijking met Frankrijk hinkte België lange tijd achterop met betrekking tot de preventie en bewustmaking van het brede publiek rond dit thema. Vandaag vindt een versnelde bewustwording plaats en duiken er regelmatig nieuwe initiatieven op. Via de vulgariseringsblog Docteur Coquelicot verkrijgen gezondheidsprofessionals en het brede publiek toegang tot content over milieugeneeskunde. De leden van de cel ‘Leefmilieu’ van SSMG laten bezoekers meegenieten van hu expertise en bieden opleidingen aan voor beide doelgroepen.

Vulgarisering van content rond milieugeneeskunde

Docteur Coquelicot is dus een recent initiatief van dr. Sarah De Munck, gespecialiseerde huisarts in milieugeneeskunde, die de preventie-ideeën wou delen met zoveel mogelijk mensen en dr. John Pauluis, verantwoordelijke van de cel ‘Leefmilieu’ van het SSMG (die reeds 40 jaar bestaat). Zij wilden het publiek en de zorgverstrekkers gemakkelijke toegang tot informatie over dit onderwerp en zelfs opleidingen rond goede praktijken bieden. Momenteel wordt het platform beheerd door verschillende leden van de cel ‘Leefmilieu’. Ze doen dit naast hun dagelijkse activiteiten. De vulgariserende blog omvat artikels (soms om een alarm te verspreiden), infographics en fiches met nuttige aandachtpunten voor alledag.

Het belang van een vroegtijdige aanpak en de terugkeer naar de soberheid

Van alle beschikbare informatie, is er volgens Céline Bertrand één element dat wordt onderschat of zelfs vergeten: “De bewustwording van de risicovolle omgevingsfactoren moet zo vlug mogelijk tot stand komen bij het individu. Daarom moeten vrouwen en de mensen die hen omringen, nog voor de zwangerschap het organisme ontgiften. Aanstaande moeders moeten vanzelfsprekend stoppen met roken, alcoholgebruik, sterk bewerkte voedingsmiddelen eten… Maar ook de omgeving moet zijn rol spelen!”  Jessica Beurton treedt haar bij: “Het hele gezin moet zich bewust worden en zijn eetgewoonten aanpassen, nog voor de komst van de baby. Kunnen we echt niet zonder al die producten? Heel wat schadelijke elementen voor het organisme moeten we bannen, en gewoon een eenvoudige en natuurlijke levenswijze aannemen. Terug naar de essentie en de soberheid!”

Opleidingen voor het brede publiek en de professionals 

De cel ‘Leefmilieu’ van het SSMG organiseert opleidingen om deze waarden van soberheid en een gezonde levenswijze over te brengen op zoveel mogelijk mensen. Ze richten zich tot het brede publiek, scholen en gezondheidsprofessionals. Voor elk thema wordt standaard een uur uitgetrokken, maar dat kan aangepast worden op maat van de wensen en behoeften van de groep (volle of halve dag…). Het team van in België gevestigde gezondheidsprofessionals is beschikbaar voor infosessies in de lokalen van de aanvrager of van het SSMG in Brussel.

Docteur Coquelicot, een project van het SSMG 

Ter info:  SSMG staat dus voor Société Scientifique de Médecine Générale (ofwel Wetenschappelijke Vereniging voor Huisartsengeneeskunde). De vzw bestaat vijftig jaar en telt ruim 3.000 huisartsen in België. Ze bestaat uit verschillende cellen, zoals de cel Leefmilieu, de cel Ouderen, de cel Geneesmiddelen, de cel mentale gezondheid, de cel Voeding en andere. Het SSMG wil de huisarts bijstaan in drie essentiële en specifieke taken: het toedienen van kwalitatieve zorg als vlot toegankelijke buurtwetenschapper, de communicatie met patiënten, de paramedici en de andere huisartsen en specialisten, de analyse van tal van variabelen die de prioriteiten bepalen en het gebruik van een centraal medisch dossier.

 Ontdek de blog ‘Docteur coquelicot’ 

 

Sofia Douieb

 

LEES ONZE ANDERE FOCUSARTIKELS:

Reportage: Ronald McDonald Huis brengt het gehospitaliseerde kind dichter bij zijn familie

Het Ronald McDonald Huis in Brussel biedt de ouders van kinderen die verblijven in UZ Brussel, of in andere ziekenhuizen in de buurt, een warm en gastvrij verblijf. De ouders, broers en zussen kunnen er logeren op een boogscheut van het ziekenhuis, zodat ze het zieke kind elke dag kunnen bezoeken. Het patiëntje wordt omringd met de nodige liefde en ondersteuning, zodat het zijn emotionele evenwicht behoudt. De nabijheid van het gezin is essentieel voor een goed verloop van het genezingsproces, zoals blijkt uit een studie. Dit Huis heeft dus vele verdiensten. Hospichild ging er een kijkje nemen en werd rondgeleid door directrice Ingrid Vanlerberghe. Een reportage.

Enfants hospitalisés répit
Keeping families close – ©Sofia Douieb

 

Een kubus met grote ramen lijkt uit de grond op te rijzen in een groene omgeving. Een banner, een affiche en een bord vermelden discreet: Ronald McDonald Kinderfonds België – ‘Keeping families close’. Wij zijn aan het juiste adres. De deur geeft uit op een trappenhuis, badend in oranje licht dat binnenvalt door de ramen met kleurfilter.

House Manager Ingrid Vanlerberghe – ©Sofia Douieb

Onderaan de trap wacht de nieuwe directrice Ingrid Vanlerberghe ons breed glimlachend op. “Welkom in het Ronald McDonald Huis,” zegt ze enthousiast. We staan in een enorme ruimte, de blik in de richting van twee zeer ruim terrassen. De witte muren weerkaatsen het zonlicht en zorgen voor een warme en felverlichte indruk. Hier start ons bezoek.

Een welkome adempauze voor families van gehospitaliseerde kinderen  

Het gloednieuwe en gastvrije Huis werd in november 2019 officieel geopend door het Internationale Ronald McDonald Fonds. Het is het eerste van zijn soort in Brussel, het 368ste wereldwijd. Smaakvol ingericht en kleurrijk. Delen van de ruimte zijn gemeenschappelijk, andere intiemer en gezellig.

Eethoek – ©Sofia Douieb

“We bevinden ons hier in de leefruimte, met een volledig ingerichte keuken en een ruime eethoek. Hier kunnen de gezinnen maaltijden bereiden, een koffie drinken of een (gratis aangeboden) drankje nuttigen”, steekt Ingrid van wal. “Maar het is ook een leefruimte om te socializen met de andere gasten en het isolement te doorbreken. Zeker wanneer je kind in het ziekenhuis verblijft, is het belangrijk dat je ervaringen kunt delen en je zo minder alleen voelt. Voor de broers en zussen is er een vrij toegankelijke speelkamer met tv, knuffels, speelgoed, lego…. In een kleinere, aparte ruimte staan een sofa en een bibliotheek. Deze plaats biedt meer intimiteit, bijvoorbeeld voor wanneer de grootouders langskomen in het Huis. Op de beide grote terrassen kan je wat frisse lucht opsnuiven of genieten van de zon. De slaapruimte omvat tien mooie kamers met uitzicht op het bos, elk met twee comfortabele bedden, een apart toilet en een grote douchecel.”  Deze vorm van comfort lijkt misschien wat overbodig, wanneer je zieke kind pijn lijdt in het ziekenhuis, maar het tegendeel is waar. De ouders vinden hier de nodige rust om op adem te komen.

Geen strikte toegangsvoorwaarden

Er worden niet veel voorwaarden opgelegd aan wie een poos – van een nacht tot een periode van meerdere maanden – in het Huis wil verblijven. De enige voorwaarde is dat je kind opgenomen is in om het even welk ziekenhuis in de buurt. Gezinnen die er verblijven dragen 15 euro per dag bij. En toch wordt de maximumcapaciteit zelden bereikt (mede omwille van COVID-19). ‘Het Ronald McDonald Huis in Belgie zit nog in de aanloopfase en wil niets liever dan voor het welzijn van zoveel mogelijk ouders, broers en zussen kunnen zorgen. De meeste families worden doorverwezen vanuit het UZBrussel”, zegt nog de house manager.

Lopende en komende activiteiten

De activiteiten van het Ronald McDonald Huis werden afgeremd door de pandemie en moeten nog verder uitgebouwd worden. Aan ideeën alvast geen gebrek bij de dertig vrijwillige medewerkers. Nu alles weer in zijn plooi begint te vallen, wordt er nagedacht over het aanbieden van thuiszorg aan de gasten (kapper, pedicure, massage…), kooklessen, tuinieren, gezinsbijstand, kinderanimatie (paaseieren rapen, bezoek Kerstman…)

Deze kinderfondsknuffel krijgen alle gehospitaliseerde kinderen in België voor Kerst- © Sofia Douieb

Ingrid Vanlerberghe nuanceert: “Activiteiten zijn prima, maar we willen de gezinnen niet overbelasten. Het allerbelangrijkste is dat ze tot rust kunnen komen en zich enkel om hun zieke kind moeten bekommeren. De leefruimte mag niet te druk of lawaaierig zijn, en al dan niet deelnemen aan activiteiten gebeurt steeds in overleg met alle gasten.”

Andere acties van het Ronald McDonald Fonds in België

Het Ronald McDonald Kinderfonds België doet meer dan alleen het gelijknamige Huis financieren. Het steunt al vele jaren diverse andere initiatieven, zoals ‘Geef om een glimlach’ en het uitdelen van een knuffel aan alle kinderen tijdens het ziekenhuis in de Kerstperiode. ‘Geef om een glimlach’ is een project voor de morele en financiële ondersteuning van de gezinnen met kinderen die geboren zijn met een lip-, kaak- of gehemeltespleet. Sinds 2001 Ondertussen werden dankzij dit project al meer dan 1.600 kinderen geholpen.

Info & contact

Dit zijn de links naar de vermelde projecten:

Meer weten? Stuur een mail naar info@kinderfonds.be of bel naar +32 2 307 76 00.

                               Sofia Douieb

 

À LIRE AUSSI :

Muziek in de pediatrie: een ochtend met vzw ‘Une note pour chacun’

De vzw ‘Une note pour chacun organiseert sinds 1992, dus ondertussen al 30 jaar, muzikale activiteiten voor zieke kinderen in vier Brusselse ziekenhuizen. Met hun instrumenten brengen de musici een creatieve en fantasierijke dimensie binnen in de diensten voor kindergeneeskunde. Hospichild liep een ochtend mee met Christian Merveille, de peter van de vereniging en ook muzikant en dichter, en met Pascale de Laveleye, stichter en muzikante, in het schooltje van het Kinderziekenhuis. Een verslag.    

Pascale de Laveleye, stichter en muzikante en Christian Merveille, de president van de vereniging en ook muzikant en dichter –  © Sofia Douieb

 

In de kleuterklas van de Robert Dubois-school treffen we een stel kinderen, dat opgenomen is in de pediatrische afdeling van het UKZKF. Ze zitten rond een grote tafel en proeven van sapjes, koekjes en allerlei tussendoortjes. Sommige krijgen zuurstof toegediend, andere hebben verbanden of zitten in een rolstoel. Maar allemaal lachen en zingen ze uit volle borst. De dirigente is Pascale de Laveleye, muzikante en de oprichtster van ‘Une note pour chacun. Ze zingen de tekst van het zelf geschreven en opgenomen liedje ‘Marmiton. 

Liedjes bedenken met de leerlingen van de Robert Dubois-school 

Het was een bijzondere, zelfs symbolische voormiddag voor de kinderen. De beide leden van de vereniging kwamen hen cd’s brengen met hun eigen creatie. Maar slechts enkelen horen hun eigen stem op ‘Marmiton’. De meesten verblijven nu eenmaal tijdelijk in de school, en gelukkig maar. Want dat betekent dat het beter gaat met hen, of dat ze genezen zijn. De cd-opname is maar een van de vele projecten van de vereniging. Eenmaal per jaar en voor een periode van drie maanden, komen twee muzikanten langs en vragen ze de kinderen om teksten en melodieën te bedenken, muziek te kiezen die ze graag horen, stemmen op te nemen, het cd-hoesje te ontwerpen…  

© Sofia Douieb

Zich leren uitdrukken via zang en muziek  

Dit jaar is er dus de cdMarmitonrond het thema van de keuken en ‘Europa, opgenomen met de lagereschoolkinderen, die handelt over de monumenten van de verschillende landen. “De kinderen amuseren zich niet alleen door samen een artistiek project te realiseren, ze steken er ook iets van op. Het onderwerp wordt behandeld in de lessen, zodat ze hun kennis verbreden en verankeren. Het is een verrijkende ervaring om die vervolgens toe te passen in de muziek,” vertelt een van de onderwijzeressen, terwijl ze kleurpotloden opbergt. Er dan is er ook nog hettherapeutische aspect van zang en muziek. De kinderen kunnen even ontsnappen aan de realiteit, zich uitdrukken, zich kunstenaar voelen, en niet louter patiënten in een ziekenhuis. Wanneer ze achteraf luisteren naar het resultaat van hun werk, zelfs als ze ondertussen genezen zijn, houden ze de cd als een herinnering aan hun verblijf hier en hoe ze er toen aan toe waren. 

Samenwerken met grote namen: “Wij creëren kwaliteitsmuziek!”. 

“En bovendien maken wij kwaliteitsmuziek,” vervolgt Christian Merveille.“Wist je dat we al samenwerkten met grote namen als Adamo, Markaen natuurlijk ook onze peterJosé Van Dam? Wanneer de teksten en melodieën van de kinderen worden uitgevoerd door professionals, krijgen ze meer weerklank en dat vervult hen met trots.”Ook al is het nu al een tijdje geleden, de symbolische waarde van die samenwerking blijft en ze verleent onze vereniging enig aanzien. De artiesten kwamen de kinderen meermaals een bezoek brengen om bij te praten. Christian Merveille vertelt:“Op een dag kwam José Van Dam hier aan met een doos vol snoepgoed. Hij wou ze uitdelen, maar een jongetje met diabetes kon en mocht ze niet aannemen. Daarop kieperde José de snoepjes weg en gaf de doos aan de jongen als geschenk…”De meeste liedjes gaan niet over ziekte of het ziekenhuis, maar heel af en toe gebeurt het toch. Het liedje Attrape ma chanson handelt bijvoorbeeld over niet besmettelijke ziektes, waar mensen toch schrik van hebben. Daarom voelen kinderen zich soms uitgesloten. 

Frédérique Fremaux
Frédérique Fremaux, directrice van de Robert Dubois-school – © Sofia Douieb

Muziek- en zanglessen op maat in de pediatrische afdelingen 

Wanneer ze geen liedjes creëren met de patiëntjes, gaan de zes muzikanten van ‘Une note pour chacunlangs op de pediatrische diensten van vier ziekenhuizen: Erasmus, Saint-Luc,Sint-Pieteren het Kinderziekenhuis.Tijdens de lockdown konden we niet ter plaatse gaan. Toen gebruikten we Zoom via een robot, die op de kamers kwam. Niet ideaal, maar zo konden we wel contact houdenherinnert Pascale de Laveleye zich.Nu mogen we weer langsgaan en hervatten we de activiteiten: zingen op de kamer, muzieklessen…”  

Een woordje over de Robert Dubois-school 

Het initiatief komt dus van de vzw ‘Une note pour chacunen vindt plaats in Robert Dubois-school. Ter herinnering: dit is een scholengroep voor buitengewoon onderwijs type 5. De zeven vestigingen op het Brusselse grondgebied onthalen kinderen en jongeren die in het ziekenhuis verblijven of ambulante zorg krijgen. Wij bezochten de hoofzetel in het UKZKF. De lessen worden in de verschillende instellingen ofwel klassikaal, ofwel aan het bed van de patiënt gegeven. Directrice Frédérique Fremaux:“De leerkrachten volgen het schoolprogramma van het kind en passen zich aan in functie van zijn niveau. Het is heel belangrijk dat het geen achterstand oploopt en zijn vaardigheden behoudt. Toch is alles minder streng geregeld, want het is eerder een recht dan een plicht. We schenken bijzondere aandacht aan de tussenkomsten van artiesten: muzikanten, acteurs, clowns, acrobatenWe organiseren ook uitstappen naar het theater, het museum en de bibliotheek, voor zover de gezondheid van de kinderen dit toelaat. We willen voor hen een positieve omgeving creëren, een soort van welzijnsbubbel waar ze niets anders zijn dan gewoon kinderen.” 

Sofia Douieb

 

LEES OOK